'Haast zetten achter Plantgezondheidsfonds’

“De vondst van deze kever en de gevolgen ervan voor ’n individuele ondernemer maken duidelijk dat we haast moeten zetten achter een Plantgezondheidsfonds voor de glasgroentesector. Ik doel op een soortgelijk fonds dat al jaren bestaat voor de veehouderij.” Dit zegt voorzitter Nico van Ruiten van LTO Glaskracht Nederland naar aanleiding van het noodgedwongen leegmaken van een kas met paprikaplanten op een glastuinbouwbedrijf in het Westland.

Deze week werd bekend dat ook het direct naastgelegen bedrijf waarschijnlijk aangetast is. Ook daar zijn beheersmaatregelen getroffen en zal ruiming ingezet worden als het inderdaad om dezelfde kever blijkt te gaan.

Geïsoleerd
Uit onderzoek komt naar voren dat verdere verspreiding zeer onwaarschijnlijk is, zodat het vrijwel zeker gaat om een geografisch geïsoleerde aantasting. De herkomst van het snuitkever is nog onbekend. Van Ruiten: “Het gaat om twee naastgelegen bedrijven waarvan het gewas en de steenwol worden afgevoerd en vernietigd.”

Volgens Van Ruiten is gekozen voor een drastisch aanpak om de plaag direct en heel doelgericht aan te pakken. Het gaat om een Q-waardig organisme, dat hier niet eerder is geconstateerd en meer voorkomt in het zuiden van de Verenigde Staten en Midden Amerika.

“Als een Q-organisme in een kas wordt geconstateerd, kan het bedrijf in kwestie al gauw in de gevarenzone terechtkomen. Buiten hun schuld kunnen individuele ondernemers dus te maken krijgen met ingrijpende maatregelen en onevenredig grote schade”, aldus de Glaskrachtvoorzitter. Een dergelijk fonds is dus zowel van groot belang voor de sector, alsook voor de individuele ondernemers.

Collectief fonds
Het bedrijfsleven wil met de aanzet voor een collectief fonds aan de Europese Commissie laten zien dat het Nederland ernst is met de aanpak van Q-organismen. De boomkwekers gingen eerder al akkoord met de oprichting van het fonds. Een werkgroep is bezig met een uitvoeringsreglement

In een intensief teelt- en handelsland als Nederland komen af en toe bedreigende ziektes en plagen voor. Dat heeft alles te maken met het internationale karakter van deze sector en de toenemende mobiliteit van goederen en mensen. “De meesten zien denk ik de noodzaak van een voorziening wel in”, zo besluit Van Ruiten.

Bron: Nieuwe Oogst