Q-koorts

LTO Noord zet zich in tegen Q-koorts. Dit dossier biedt een overzicht van de activiteiten en behaalde resultaten.

Q-koorts is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie (Coxiella burnetii). De infectie kan van dier op mens overgaan. De belangrijkste bron van de ziekte voor de mens zijn herkauwers (schapen, geiten en koeien). Maar ook andere dieren zoals honden, katten, konijnen, duiven en andere vogels kunnen besmet zijn.

Toename
Onderzoek bij runderen toont aan dat Q-koorts al enige tijd aanwezig is in Nederland. Ook in de schapen- en geitenhouderij komt Q-koorts voor. Zorgwekkend is echter de toename van het aantal besmettingen bij de mens. Jaarlijks werden 5 tot 10 mensen met Q-koorts gemeld, maar de laatste jaren is dit aantal flink toegenomen.

In de tweede helft van 2007 was in Noord-Brabant sprake van een uitbraak van Q-koorts. Dit is de eerste gedocumenteerde uitbraak in Nederland. In het verloop van enkele maanden werden ca. 170 mensen ziek. Ook in 2008 en 2009 hebben zich een groot aantal mensen met Q-koorts gemeld.

Preventiebeleid
Op dit moment wordt het overheidsbeleid gefocust op de door deskundigen aangewezen risicogroepen, namelijk melkgeiten en melkschapen op bedrijven met meer dan 50 dieren. Er ligt een aannemelijke relatie tussen het aantal Q-koorts patiënten en melkgeiten- en melkschapen bedrijven met die met de Q-koorts problematiek te maken hebben (gehad) in een gebied. Deze relatie is echter niet zwart-wit, want rond enkele bedrijven die door de Q-koorts bacterie zijn getroffen, hebben zich geen zieke mensen gemeld.
LTO Noord hanteert daarom een preventiebeleid, waarbij maatregelen de besmetting en verspreiding van Q-koorts op veehouderijen zoveel mogelijk moeten beperken. Denk daarbij ook aan het bevorderen van de natuurlijke weerstand van vee.

Onderzoek
LTO Noord is in LTO-verband mede initiator van onderzoek naar Q-koorts om zo duidelijkheid te scheppen over de ziekte en preventieve en curatieve maatregelen te kunnen nemen. Ook zet LTO Noord zich in voor bewustwording bij veehouders van de risico’s van de ziekte voor de mens.