Afdeling scoort op geurbeleid

Daadkrachtig zijn, duidelijkheid geven en dicht bij de leden staan. Met die instelling heeft LTO Noord-afdeling ABO Ooststellingwerf afgelopen jaar mooie resultaten behaald. ‘We hebben echt gescoord op het geurbeleid in onze gemeente en de mogelijke veranderingen in de mestwetgeving’, vertelt de nieuwe voorzitter Fokke Hut.

Met 300 leden, van wie 125 agrarische bedrijfsleden, is LTO Noord-afdeling ABO Ooststellingwerf een relatief kleine afdeling. ‘Daar ligt onze kracht’, vindt Hut. ‘Doordat wij een kleine afdeling zijn, staan we dicht bij onze leden, weten wij wat er op bedrijfsniveau speelt en waar wij in de belangenbehartiging extra aandacht aan moeten besteden. Dat is waardevol.’
De melkveehouder uit Haulerwijk is vorig jaar toegetreden tot het bestuur van de afdeling. ‘Het bestuur was opzoek naar een nieuwe voorzitter en kwam via via bij mij terecht. Ik heb erover nagedacht of ik wel geschikt ben voor deze functie. Maar aan de andere kant vind ik dat iedereen verantwoordelijkheid moet nemen in onze maatschappij’, klinkt zijn motivatie. ‘Iedereen zou een steentje moeten bijdragen’, beaamt Lammert van Rozen, melkveehouder in Donkerbroek. Ook hij is vorig jaar toegetreden tot het bestuur. ‘Het aantal agrarische bedrijven neemt af. Daarom is het nu nog belangrijker om verenigd te blijven.’

Geurbeleid
Het afgelopen jaar heeft het zevenkoppige bestuur veel energie gestoken in het geurbeleid in gemeente Ooststellingwerf. ‘Daar hebben we echt op gescoord’, blikt Hut terug.
‘Het geurbeleid dat de gemeente hanteert, is ruimer dan het geurbeleid op landelijk niveau. De gemeente stelde voor het geurbeleid aan te passen naar het landelijk niveau. Als dit voorstel door de gemeenteraad zou komen, zouden de bedrijven in Ooststellingwerf niet meer kunnen bouwen en doorontwikkelen. We hebben veel gesprekken gevoerd met de gemeente en ervoor gepleit dat het bestaande geurbeleid niet wordt aangepast. Dit voorstel is gelukkig afgeschoten.’

Veegplan
Behalve voor geurbeleid heeft de afdeling ook veel aandacht voor mestwetgeving. ‘De gemeente liet in een veegplan weten dat zij geen mestverwerking meer wilde op boerenbedrijven’, weet Van Rozen. ‘Ze wilde het bestemmingsplan daarop aanpassen.’
Hut: ‘Dat zou betekenen dat je geen mest meer mag separeren, drogen en indikken. Wil je op dit gebied verduurzamen, dan zou dat niet meer kunnen. Twee melkveebedrijven in onze gemeente beschikken over een mestvergister. Ook deze bedrijven hadden dan verplicht moeten stoppen met de mestverwerking.’
Door inzet van de afdeling is een amendement gekomen op dit veegplan, waardoor boerenbedrijven nog steeds mest mogen verwerken. ‘Dit amendement geldt totdat de nieuwe omgevingsvisie in werking wordt gesteld. Daar zijn wij bij betrokken’, besluit Hut.

Bron: Nieuwe Oogst