Opiniebijdrage van Ben Apeldoorn, afdeling Gelderse Vallei

Succesvol Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Als boeren hebben we al meer dan 60 jaar te maken met een Europees, gemeenschappelijk landbouwbeleid. (GLB) Dit beleid heeft zich in de loop van de tijd aangepast aan de wensen van de maatschappij en staat op het punt weer ingrijpend te worden omgevormd met veel aandacht voor het klimaat. Gezondheidszorg, sociale zekerheid, defensie, onderwijs: alle deze belangrijke publieke verantwoordelijkheden worden nationaal geregeld en betaald, slechts landbouwbeleid en voedselzekerheid worden volledig gemeenschappelijk door de EU bepaald. Daarom is het niet zo vreemd dat hier 40% van het EU budget naar toe gaat. Aan Nederlandse boeren betaald de EU per jaar ongeveer 700 miljoen euro aan subsidie. Dit loopt via de begroting van LNV en is daarmee 0,25% van de Rijksbegroting, een koopje.

Het beleid is niet alleen spotgoedkoop, het is ook nog eens heel succesvol. In het midden van de vorige eeuw wilde Mansholt de straatarme kleine boeren vooruit helpen en tegelijkertijd de landbouwproductie verhogen. Zijn beleid was zelfs zo succesvol dat de boeren weliswaar welvarend werden, maar de productie veel te groot werd. Ook waren de prijzen in Europa rond 1980 vaak het dubbele van die in de VS of Nieuw-Zeeland. De Europese burger betaalde te veel en onze overschotten verpeste de markt buiten de EU.

Er volgde een omslag: productie werd beperkt, de tariefmuur om Europa werd afgebroken en boeren moesten maar concurreren op de wereldmarkt. In plaats van gemeenschapsgeld in het opkopen van productie te stoppen besloot men de boeren direct inkomensondersteuning te geven als compensatie voor de dalende prijzen. Oók dit beleid was zeer succesvol: boeren werden ondernemers die zich richtte op een lage kostprijs. Het aantal boeren nam daardoor sterk af. En terwijl dieselprijs meer dan verdubbelde, de loonwerker , boekhouder, de werknemers in de zuivel en in de detailhandel hun salaris in 30 jaar ook zagen verdubbelen, bleef de melkprijs gelijk. De schaalvergroting en zeer efficiënte productie zorgde voor welvaart en koopkracht voor de consument en een inkomen voor de overgebleven boeren.

De laatste jaren slaagde Brussel er niet goed in het belang en succes van het landbouwbeleid te verkopen aan de kiezers. Veel burgers begrepen niet waarom er 40% van de EU begroting naar landbouw moest gaan. Ook waren er zorgen over de effecten van de rationele productie en schaalvergroting op het milieu en landschap. Om hier aan tegemoet te komen is men het beleid gaan vergroenen. Om nu in aanmerking te komen voor de volledige directe betalingen van het GLB moeten boeren voldoen aan groene voorwaarde. We voldoen daar over het algemeen keurig aan: 75% grasland of meer verschillende gewassen en groenbemesters bij akkerbouwers zijn geen probleem en hebben een positief effect op bodem en waterkwaliteit. Het is echter nog steeds inkomensondersteuning, weliswaar met groene voorwaarden, maar gericht op lage consumentenprijzen en zeker géén natuurbeleid.

En daar gaat het fout. Dit wordt niet verteld. Dit voorjaar konden we allemaal in de krant lezen dat de biodiversiteit in Europa achteruit gaat, ondanks de miljarden aan vergroeningsubsidie. Maar er heeft nog nooit een boer subsidie gehad uit de directe betalingen voor biodiversiteit. We krijgen wél betalingen voor produceren tegen lage prijzen, onder groene voorwaarden. Dat doen Europese boeren uitstekend en daar profiteert de burger én consument elke dag van. Lucht en grondwater zijn in dertig jaar tijd veel schoner geworden en voedsel is er nog steeds in overvloed, tegen dezelfde lage prijs als die in de VS of Nieuw-Zeeland. 

Als de politiek en de Europese burger toch wil dat boeren meer biodiversiteit, waterberging of koolstofvastlegging gaan produceren, dan kan dat. Als er markt voor is en er werkgelegenheid en inkomen voor een boer in zit gebeurt dat vanzelf. Laat de EU deze markt met groene en blauwe diensten maar creëren. Boeren zijn tot aanpassen in staat in, dat heeft 60 jaar succesvol GLB wel bewezen.

Ben Apeldoorn

Melkveehouder in Woudenberg, 125 koeien en 95 hectare in gebruik. Naast melkveehouder ben ik bestuurslid bij LTO-Noord, afdeling Gelderse Vallei en zit ik in de ledenraad van ABZ Diervoeding.

Bron: Vee & Gewas