Betere kansen weidevogels Ottershagen

Weidevogels hebben in Ottershagen meer kansen gekregen dankzij een aantal maatregelen die mogelijk werden doordat partijen de handen ineensloegen. LTO Noord-afdeling Noordoost-Twente is positief. Ze wil nu verder werken aan agrarische structuurverbetering, samen met de samenwerkende partijen.

Ten noordoosten van Ootmarsum, op de plek waar de beekdalen van onder meer de Hollandsegraven, Springendalsebeek en de Dinkel samenkomen, ligt het natuurgebied Beneden-Dinkeldal.

Het Beneden-Dinkeldal bestaat uit weilanden en houtwallen en heeft een natte kern, Ottershagen. Dit gebied van 160 hectare is in de regio heel belangrijk voor weidevogels. Ze vinden hier voldoende voedsel en beschutting om hun jongen groot te brengen. Tijdens de vogeltrek is het Beneden-Dinkeldal een belangrijke pitstop.

Ondanks het feit dat Ottershagen een van de weinige gebieden in Twente is met een voor weidevogels geschikte uitgangspositie, is er al jaren sprake van een terugloop van de aantallen weidevogels in het gebied.
‘Er was sprake van een aantal factoren waar weidevogels last van hebben en die ze belemmeren om jongen groot te brengen in Ottershagen’, vertelt voorzitter Herman Nieuwe Weme van Coöperatie Gebiedscollectief Noordoost-Twente. Nieuwe Weme praat graag over Ottershagen, omdat er wat hem betreft veel verbeterd is ten gunste van de vogels. ‘Wat er in Ottershagen gebeurd is, is een mooi voorbeeld van wat je kunt bereiken als je met anderen samenwerkt.’

Ontwikkelingsplan
De samenwerking waar Nieuwe Weme op doelt, is het maken en uitvoeren van een ontwikkelingsplan voor Ottershagen door LTO Noord-afdeling Noord Oost Twente, Natuurmonumenten, provincie Overijssel, waterschap Vechtstromen, WBE, Stichting Natuur en Milieu Ootmarsum en Coöperatie Gebiedscollectief Noord Oost Twente.

Een van de uitgevoerde maatregelen is het aanpassen van de plasdras in Ottershagen. Die bevatte diepere watergeulen en was daardoor voor ganzen aantrekkelijk geworden. En waar ganzen zijn, hebben weidevogels het nakijken. Onder meer omdat ganzen veel gras wegvreten.

De plasdras is veel minder diepgemaakt en bovendien is de windmolen die water het gebied inpompte vervangen door een elektrisch pompje.

‘Omdat een windmolenpomp alleen werkt als het waait, was het nodig om steeds meer water dan nodig in de plasdras te pompen, om te voorkomen dat het gebied droog zou vallen bij windstilte. Met het elektrische pompje is de waterstand veel beter te regelen.’

Weidevogels houden van een open landschap. Dat is ook van levensbelang, omdat bomen en struiken kunnen fungeren als uitkijkpost voor roofvogels. In Ottershagen zijn houtsingels met opgaande bomen, zoals eiken, omgevormd naar hakhoutsingels.

De komende weken wordt er bij Ottershagen een schrikdraadraster geplaatst met als doel vossen tegen te houden. Bestuurslid Joris Broekhuis van LTO Noord-afdeling Noord Oost Twente is positief over de ontwikkelingen.

‘Jarenlang was er rond Ottershagen sprake van een impasse. De doelstellingen van Natuurmonumenten die een flink areaal in het gebied beheert, kwamen niet overeen met de ideeën van de overige grondeigenaren. Zowel landbouw als natuur waren daar niet bij gebaat’, aldus Broekhuis.

‘Onze insteek was dat we best wilden meewerken aan het verbeteren van het gebied voor weidevogels, maar dat er dan ook ruimte zou moeten komen voor verbetering van de landbouwstructuur. Een eerste aanzet daartoe was het verkleinen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)-begrenzing door de provincie.’

Broekhuis vindt dat het ontwikkelingsplan voor de weidevogels een vervolg moet krijgen in de vorm van gesprekken over agrarische structuurverbetering. ‘Als alle partijen die in het gebied actief zijn daaraan meewerken, zijn er volop kansen. Naast agrarische grondeigenaren kun je denken aan het waterschap, de provincie en Natuurmonumenten’, besluit het bestuurslid.

 

Bron: Nieuwe Oogst