'Wij meten voor de toekomst van ons bedrijf'

  • Netwerk Praktijkbedrijven
  • Bewust omgaan met biodiversiteit, energie en kringlopen
  • Melkveehouderij

Het verlagen van het ruweiwitgehalte naar 150 gram per kilo droge stof geeft goede resultaten bij bedrijven die meedoen aan Netwerk Praktijkbedrijven. In 2023 starten de stalmaatregelen op vijftien bedrijven. De onderzoekers zijn positief.

Netwerk Praktijkbedrijven_NIET HERGEBRUIKEN_roel-assies-3

Wie A zegt, moet ook B zeggen. Dat is zo ongeveer hoe melkveehouder Roel Assies uit het Flevolandse Zeewolde erin staat. Toen er werd gezocht naar deelnemers voor Netwerk Praktijkbedrijven, was hij zo ongeveer de eerste melkveehouder die zich aanmeldde.

Zijn stal hangt nu vol met sensoren en ook buiten de stal zijn die bevestigd. Assies: ‘Ik heb jarenlang in het bestuur gezeten van LTO Noord-afdeling Zuidelijk Flevoland. Ik heb toen ook altijd tegen de overheid gezegd dat er echt gemeten moet worden. Als zo’n project wordt uitgerold, dan moet je ook meedoen. Ik vind het belangrijk. Wij willen een bedrijf krijgen waar onze jeugd mee verder kan. Wij meten voor de toekomst van ons bedrijf.’ De jeugd is al actief in het bedrijf. Zoon Jeandré Assies zit in de maatschap en is nu nog student aan Aeres Hogeschool Dronten. Samen denken ze na over mogelijke maatregelen en werken ze met de onderzoekers.

‘Het wordt dan voor de toekomst wel belangrijk dat melkveehouders voer- en managementmaatregelen kunnen verzilveren’, vindt Roel Assies. ‘Dat het gaat meetellen in de maatregelen voor stikstof en methaan. Maar als boeren zelf kunnen we niets anders doen dan ons hiervoor in te zetten om aan te tonen dat het werkt.’

Volgens onderzoeker Carsten Schep van Wageningen Livestock Research is dat inderdaad een van de doelen van het onderzoek. ‘We willen de effecten van de maatregelen zichtbaar maken. Voor de overheid is het van het belang dat maatregelen juridisch te borgen zijn’, licht hij toe.

‘Daarbij is meten belangrijk. Wij meten continu, realtime in de stallen van de vijftien onderzoeksbedrijven. Daaruit blijkt al wel dat het verlagen van het ruweiwitgehalte in het rantsoen naar 150 gram ruw eiwit per kilo droge stof al goede resultaten geeft’, zegt Schep.

Doelstelling

Doel van het project is om 30 procent minder ammoniak en methaan uit te stoten op de bedrijven. Dat kan best snel gaan, zelfs zonder dat boeren er actief mee bezig zijn. Zo nam de ammoniakemissie in 2021, al voordat het project begon, op de bedrijven af met 16,2 procent ten opzichte van 2018. De onderzoekers denken dat dit komt omdat de deelnemers alleen al door hun aanmelding voor het project bewuster bezig zijn op hun bedrijf. Roel Assies heeft voor zijn koeien geen gevolgen gemerkt wat betreft melkproductie en gezondheid als gevolg van het verlagen van het ruweiwitgehalte. ‘In de zomer was er wel een dip te zien, maar het was een hete zomer en dat had ook gevolgen voor de gehalten in de stalvoedering’, zegt hij. ‘Ik denk dat het ruweiwitgehalte best naar beneden kan, maar dat je dan wel goed moet letten op energie. Wij voeren in principe half mais en half gras in het rantsoen. In de zomer hebben we wat meer mais gevoerd voor de energie’, vervolgt de melkveehouder.

Grasklaver

In de winterperiode zat de melkveehouder al op 150 gram ruw eiwit, maar in de zomer kwam het gehalte doorgaans hoger uit, omdat hij grasklaver voert. ‘Afgelopen voorjaar hebben we gekeken wat we moeten doen om op een lager ruweiwitgehalte te komen. Daar hebben we een ander soort krachtvoer voor gebruikt’, zegt hij. ‘Eerder voerden we soja bij in de melkveestal. Dat hebben we niet meer gedaan. We gebruiken soja nu alleen in het basisrantsoen als dat nodig is.’ De onderzoekers gaan ervan uit dat met alle voer-, stal en managementmaatregelen tientallen procenten reductie te behalen valt. De doelstelling is 30 procent, maar met een stapeling van maatregelen is misschien wel meer mogelijk.

Projectleiders Cathy van Dijk van LTO Noord en Gerard Migchels van Wageningen Livestock Research hebben aan de hand van onderzoeksresultaten berekend dat met management- en voermaatregelen de ammoniakreductie op melkveebedrijven met 30 tot 40 procent kan worden teruggebracht. Door aanpassingen in de stal kan de reductie zelfs op 70 procent uitkomen.
Komend jaar gaat het praktijknetwerk aan de slag met maatregelen in de stal. Volgens Schep moeten het relatief eenvoudig uit te voeren maatregelen zijn. ‘Methaan komt voor het grootste deel uit de bek van de koe. Daarvoor moet je vooral met voer sturen. Ammoniak is een proces dat zich op de vloer en in de kelder afspeelt, dus daar kun je op inspelen met stalmaatregelen.’
Niet op elk bedrijf is hetzelfde mogelijk. ‘Mest verdunnen met water zal in de zomer bij ons wel goed gaan’, zegt Assies. ‘Maar in de winter krijgen we dan een tekort aan mestopslag.’

De melkveehouder zou er best mee kunnen leven als het voor de juridische houdbaarheid van management- en stalmaatregelen in de toekomst nodig is om altijd realtime te blijven meten op zijn bedrijf. ‘Het is dan wel belangrijk dat een melkveehouder die data kan inzien en tussentijds kan bijsturen. Want achteraf heb je er niet zoveel aan. En het moet te betalen zijn.’

Bron:

Nieuwe Oogst