Kamerbrief voortgang 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn

  • Stikstof
  • Regio Noord
  • Regio Oost
  • Regio West

In de brief wordt ingegaan op de aangenomen moties met aanpassingsvoorstellen. Verschillende van deze aanpassingen zijn in lijn met de inzet van LTO en haar partners. Echter, we kunnen niet te vroeg juichen.

vechtdal-18

Afgelopen week verscheen de Kamerbrief over de voortgang van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e APN). Dit naar aanleiding van het debat in de Tweede Kamer op 11 november.

Zo geeft Minister Schouten aan dat door inpassingen van de aangenomen moties het doelbereik van het actieprogramma wordt verlaagd. Om het doelbereik te behouden zullen er compenserende maatregelen moeten worden getroffen. Daarnaast wordt er gerefereerd aan integratie van waterkwaliteit in de structurele aanpak stikstof. Een integrale benadering is iets wat LTO toejuicht, maar onduidelijk is wat deze integratie gaat betekenen.

Hieronder een opsomming van de aanpassingsvoorstellen zoals beschreven in de brief:

Inzaaidatum vanggewassen

  • Er wordt een permanente commissie ingesteld die gaat adviseren over de verplichte inzaaidatum van een vanggewas na maisteelt. 
  • Voor de overige teelten en wintergewassen wordt gewerkt aan een alternatieve aanpak met ingroei naar 1 oktober. 
  • De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) zal advies uitbrengen over uit te zonderen wintergewassen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan meerjarige teelten en gewassen met een bewezen hoge stikstofbenutting in het najaar en de winter.
  • De CDM zal ook adviseren over de hoogte van stikstofgebruiksnormen voor groenbemesters. Hierbij geeft de minister alvast aan dat ze voornemens is om een norm voor de inzaai van niet-vlinderbloemigen vóór 1 september na graan, graaszaad en koolzaad te behouden.
  • Als compenserende maatregelen voor bovenstaande aanpassingen wordt gedacht aan een verlate start van het uitrijdseizoen voor bouwland en het limiteren van de hoeveelheid toe te passen dunne fractie en drijfmest in het najaar. 

Teeltvrije zones

  • Door een brede groep deskundigen zal een wetenschappelijk verantwoorde leidraad opgesteld worden voor waterbeheerders. Op basis hiervan kunnen zij bepalen in welke gebieden de huidige teeltvrije zones volstaan, omdat de oppervlaktewaterkwaliteit hier al op orde is of omdat een brede teeltvrije zone op een plek niet effectief is voor de waterkwaliteit.
  • Verder geeft de minister aan dat haar inzet is om voor de voorgenomen bufferstroken in het 7e APN in aanmerking te komen voor een derogatie op conditionaliteit van de 3 meter brede bufferstroken in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid.

Rotatie rustgewassen

  • Schouten geeft aan dat de verplichte rotatie met rustgewassen alleen zal worden doorgevoerd voor zand- en lössgronden.

Grasareaal op graasdierbedrijven

  • De minister is voornemens om een koppeling met het spoor grondgebondenheid van toekomstige mestbeleid te creëren. Per 2027 moeten melkveehouderij- en rundvleeshouderijbedrijven (zoog- en weidekoeien) een aanzienlijk deel van hun geproduceerde mest afzetten op hun grasland (waarvan de helft permanent grasland). Hiermee zou ook rekening worden gehouden met gemengde bedrijven. In het kader van de invoering van grondgebondenheid wordt nader uitgewerkt hoe deze eis eruit komt te zien en welke fasering hierbij hoort. 
  • Deze eis gaat alleen voor melkvee en rundvlees (zoog- en weidekoeien) gelden en dus niet alle graasdierbedrijven. Het type graasdierbedrijven die feitelijk hokdieren zijn zullen daarmee niet aan het verplichte areaal grasland te hoeven voldoen.

Dan nog de maatwerkaanpak waar door LTO Nederland met andere partijen en vertegenwoordigers vanuit de agrarische sector aan wordt gewerkt als een effectief, haalbaar en betaalbaar alternatief. Minister Schouten geeft aan dat zij dit gezamenlijk met ons gaat uitwerken. Op een later moment, wanneer zij hierover ook met de Europese Commissie heeft gesproken, zal zij besluiten of de maatwerkaanpak als volwaardig alternatief kan worden geïmplementeerd. Op dit moment is het nog niet zo ver uitgewerkt; er zijn nog vragen over uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, controleerbaarheid en doelbereik. Deze aanpak moet namelijk tot minimaal dezelfde verbetering van waterkwaliteit gaan leiden. De gezamenlijke uitwerking moet resulteren in een ‘go/no go’-beslismoment voor de invoering gedurende de looptijd van het 7e APN. 

Al met al een paar stappen in de goede richting, maar nog genoeg reden tot zorg. Onze gezamenlijke inzet is gericht op onder andere: 

  • Geen kalender landbouw;
  • Geen jaarlijkse discussie over de teelt van een vanggewas na mais;
  • Een uitrijdperiode in het voorjaar passend bij de betreffende teelt;
  • Geen verplichting tot 1 op 3 teelt van een rustgewas op zand en löss;
  • Geen koppeling van het areaal grasland aan het spoor grondgebondenheid van het aangekondigde toekomstig mestbeleid;
  • Uitwerking van de Maatwerkaanpak in 2022 binnen het 7e APN, gericht op invoering per 1-1-2023.

Eind november moet het Actieprogramma gereed zijn. De komende week wordt dus cruciaal in wat er nog aangepast kan worden.  Hierover wordt nu intensief overleg gevoerd met LNV . Wij houden u op de hoogte!

Bron:

LTO Nederland