1. WOZ

    Wester Noordoostpolder

    Voor een ondernemer is het van belang dat de waardering van onroerende zaken (WOZ) op de juiste manier gebeurd. De waardebepaling van agrarische objecten (niet-woningen) is in tegenstelling tot particuliere objecten (woningen) niet eenvoudig. Dit wordt vooral veroorzaakt door het gebrek aan uniformiteit en door het geringe aantal verkochte referentiepanden. LTO Noord zet zich hiervoor in door de landelijke taxatiewijzer agrarische grond en gebouwen te optimaliseren.
    De hoogte van het OZB-tarief bepaalt de hoogte van uw OZB-aanslag. De vaststelling van het OZB-tarief is de jaarlijkse bevoegdheid van de gemeente. LTO Noord zet zich op lokaal niveau in om de scheefgroei tussen de OZB-tarieven voor de woningen en niet-woningen meer in evenwicht te krijgen.

    Bekijk dit dossier
  2. Asbest verwijderen

    Vraagbundeling zonnepanelen

    Asbest dat in het verleden is verwerkt in en op agrarische gebouwen, kan een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Het is een groot probleem, dat volgens onze regering in 2024 opgelost moet zijn. In dat jaar moet al het asbest dat in boerenbedrijven verwerkt is, verwijderd zijn. LTO Noord spreekt van een grote ambitie, te groot wellicht. We hebben alle vertrouwen in onze boeren en tuinders die collectief de schouders zetten onder asbestverwijdering. Maar daarmee redden we het niet. De komende jaren moeten overheden, verzekeraars en ondernemers samenwerken naar een asbestvrije land- en tuinbouw.

    Bekijk dit dossier
  3. PAS

    landschap

    De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) kan beschouwd worden als het beoordelingskader bij de uitbreiding van veehouderijen rond 117 Natura 2000-gebieden. Kort samengevat geeft de PAS aan of een uitbreiding vergunningplichtig is, volstaan kan worden met een melding of vrijgesteld is van een van een van beide acties. 

    Tussen 2005 en 2015 liep de vergunningverlening voor veel veehouders vrij problematisch. In veel gevallen was saldering de enige manier om bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken. Mede door de inzet van LTO Noord  is een werkbaar beoordelingskader ontstaan dat boeren rechtszekerheid en menigeen ontwikkelingsruimte biedt.

    Bekijk dit dossier
  4. Aardbevingen en mijnbouwschade

    Aardbevingen

    Het Provinciaal Bestuur LTO Noord Groningen behartigt de belangen van haar leden met betrekking tot de gevolgen van de gaswinning uit het Groninger veld. Als gevolg van gaswinning door de NAM komen er periodiek in de provincie Groningen bevingen voor. Hierdoor ontstaan er problemen/knelpunten bij onze leden. Het Provinciaal Bestuur wil via de website informatie (inhoud) aan leden verstrekken en aangeven welke processen (vaak vraaggestuurd) ze in gang zet om tot oplossingen te komen. Informatie over de inzet van het Provinciaal Bestuur in verschillende  dossiers staat in onderstaande inhoudsopgave vermeld.

    Bekijk dit dossier
  5. Vogelgriep

    Bart Gussinklo

    Vogelgriep (aviaire influenza) is een zeer besmettelijke virusziekte. Met name kippen, eenden en kalkoenen maar ook andere (wilde) watervogels kunnen deze ziekte krijgen. De huidige variant, het H5 type, veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen en plotselinge toename van sterfte. Ook sterven de vogels vaak zeer snel en zelfs zonder dat er klinische verschijnselen optreden. Begin november stierven de eerste wilde watervogels door de ziekte. Op 26 november is de vogelgriep variant H5 voor het eerst vastgesteld bij een vleeseendenbedrijf in Biddinghuizen. Vanwege de situatie gelden er meerdere preventie- en hygiënemaatregelen vanuit het ministerie van EZ. Deze worden zo nodig aangepast bij nieuwe ziekte uitbraken. 

    Bekijk dit dossier
  6. Fosfaat

    koeien

    In 2015 heeft de melkveehouderij het fosfaatplafond overschreden. Om derogatie niet in gevaar te brengen, is het op dit moment (ingrijpend, maar) onvermijdelijk dat er fosfaatrechten worden ingevoerd, zoals aangekondigd op 2 juli 2015.
    LTO, NZO en NAJK zetten in op een zo eenvoudig mogelijk stelsel van fosfaatrechten. Daarin past niet dat grondgebondenheid wordt meegenomen in het systeem; dat is geregeld in de AMvB grondgebondenheid.


    Bekijk dit dossier
  7. Veenweide

    Veenweide

    In het Friese veenweidegebied daalt de bodem. Oorzaak is de ontwatering van het veen, waardoor het veen oxideert en dus langzaam verdwijnt. In veel gevallen is die bodemdaling ongelijkmatig, waardoor huizen, (agrarische) gebouwen, wegen en riolen verzakken. Natuurgebieden komen steeds hoger te liggen ten opzichte van hun agrarische omgeving. De effecten van bodemdaling zijn onomkeerbaar en ingrijpend voor de inrichting en het gebruik van het gebied. En dus ook voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Wanneer het huidige beleid en de huidige maatregelen worden doorgezet, is het veen over honderd jaar nagenoeg verdwenen. Daarom heeft provincie Fryslân samen met Wetterskip Fryslân, de Friese gemeenten en stakeholders in het gebied de Veenweidevisie opgesteld. De visie heeft als doel de inwoners en gebruikers van het gebied zicht én perspectief te bieden op een toekomst in een aantrekkelijke leef- en werkomgeving. De bijbehorende maatregelen, zoals een hoger waterpeil en alternatieve teelten, staan beschreven in het uitvoeringsprogamma. LTO Noord zet zich in voor een, voor de landbouw zo goed mogelijk, uitvoeren van deze maatregelen. 

    Bekijk dit dossier
  8. Lauwersmeer

    Het Lauwersmeer heeft als natuurgebied een Europese status: het is een ‘Natura 2000’-gebied. Dit betekent dat het een natuurgebied met hoge kwaliteit is en dat
    een aantal vogelsoorten in dit gebied extra bescherming krijgt. Voor het gebied is een beheerplan opgesteld om de kwaliteit en diversiteit in het gebied te verbeteren.  Eén van de belangrijkste maatregelen in het beheerplan is de peilverhoging. Door in het voorjaar het water op een hoger peil vast te houden, verwacht de overheid de leefgebieden voor deze soorten te verbeteren. De verwachting is dat door een tijdelijk hoger peil de rietkragen steviger en de openheid groter. Of dat echt zo gaat werken, wordt eerst met een proef onderzocht. Gedurende twee opeenvolgende jaren wordt het water maximaal 41 cm hoger vasthouden dan het huidige streefpeil van NAP -0,93 m. Dat gebeurt in beide jaren in het voorjaar voor een periode van 6 tot 8 weken (half februari – half april).

    Bekijk dit dossier