Stikstofupdate Regio Noord 15 mei 2020

De afgelopen week zijn er veel ontwikkelingen geweest in het stikstofdossier. Zowel landelijk als in de provincies. In deze regionale update praten we je bij over die ontwikkelingen en wat ze voor jouw bedrijf in regio Noord betekenen.

LTO heeft deze week uitgesproken de samenwerking te blijven zoeken met constructieve partijen, op basis van gelijke doelen en waarden. We gaan dat de komende maanden doen in de provincies, maar ook bij landelijke overleggen. Dat willen we niet meer doen in het keurslijf van het Landbouw Collectief, maar op basis van ieders eigen identiteit. We richten ons dus niet meer op structuren, maar op de bal. Dat heeft als gevolg dat we meer voor jou als lid kunnen betekenen. Resultaten en informatie over het proces daar naartoe zullen we continu via onze site en deze updates blijven delen.
 
Groningen
Ook in Groningen is de inzet er nu op gericht om echt in gesprek te komen. Dat kwam deze week op twee momenten terug. Donderdag 14 mei werd door Provincie een sectortafel landbouw georganiseerd, waar gesproken werd over extern salderen en het gebiedsgerichte beleid zoals de provincie dat gestalte wil geven. Op vrijdag 15 mei was er een bestuurlijk onderhoud tussen een delegatie van de georganiseerde landbouw in Groningen en de gedeputeerde Staghouwer waar een Plan van Aanpak vanuit de agrarische sector centraal stond. Een plan dat inhoud moet geven aan een nieuwe vorm van samenwerking tussen agrarisch bedrijfsleven, provincie en andere partijen in het krachtenveld van stikstof.
 
Fryslân
In Fryslân werd op uitnodiging van gedeputeerde Fokkinga op woensdag 13 mei een digitale meeting georganiseerd met alle stakeholders op het terrein van stikstof. Belangrijk onderwerp was het plan van IPO (en daarmee de twaalf provincies) om de regeling voor ‘extern salderen’ ook voor stikstofrechten van veehouderijen open te zetten. Wij zijn zeer kritische over dat idee. De verwachting is dat direct na openstelling van dit ‘extern salderen’ kapitaalkrachtige niet-agrarische bedrijven, zoals vliegvelden en havens zich op de markt gaan begeven en stikstof van veehouders gaan kopen. De provincies zijn zich bewust van de zorgen. Vandaar ook dat wordt voorgesteld om volgens het ‘hand-aan-de-kraan-principe’ te gaan werken. Daarmee wordt bedoeld dat de toeloop op de regeling kritisch wordt gevolgd.
 
Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat het in de praktijk niet kan voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Vanuit de Stikstof collectief Fryslân is ingebracht dat extern salderen pas zorgvuldig kan worden georganiseerd als er inzicht is in de stikstofsituatie rond de elf gebieden in Fryslân. Dit zou inhouden dat er nog enige maanden gewacht moet worden met openstelling van de regeling. 
 
Tijdens het gesprek kwam ook naar voren dat een drempelwaarde een oplossing voor veel problemen zou kunnen zijn. Denk hierbij aan een gekozen norm voor gevallen die zodanig weinig invloed hebben dat ze toegestaan zouden kunnen worden. Zowel in de context van ‘extern salderen’, maar ook in het legaliseren van bedrijven met een PAS-melding. Met de brede groep aanwezige partijen hebben we de provincie op het hart gedrukt hier nogmaals werk van te maken.
 
Ook is tijdens het overleg indringend gesproken over hoe wij het vervolgproces van invulling van het gebiedsgerichte stikstofbeleid zien. Provincie, maar ook andere partijen, zoals de terrein beherende organisaties en VNO-NCW en Bouwend Nederland, lijken open te staan voor de ideeën uit het Plan van Aanpak dat de agrarische sector heeft opgesteld.
 
Drenthe
In Drenthe is maandag 11 mei een overleg geweest tussen gedeputeerde Jumelet en de vertegenwoordigers van FDF, DAJK en LTO Noord. Ook hier is uitgebreid gesproken over de mogelijke openstelling van de regeling voor ‘extern salderen’ en de dilemma’s die dat met zich meebrengt. De provincie voelt enerzijds de druk van de gezamenlijke provincies om mee te gaan in de landelijke aanpak, maar heeft tegelijkertijd minder haast met de regeling omdat de vraag naar ‘extern salderen’ op provinciaal niveau niet groot is.
 
Tijdens het gesprek vroegen we nogmaals aandacht voor de positie van de mensen met een PAS-melding of zonder vergunning. Ondanks het feit dat de minister in haar brief van december zei dat ze de situatie rond de PAS-melders zou oplossen, tekent zich nu (met de brief van 24 april) een beweging af waarmee zij het probleem over de schutting naar de provincies gooit. Dit is niet acceptabel en voor de Drentse situatie extra lastig. Het oplossen van de PAS-melders lijkt namelijk afhankelijk te worden van de mogelijkheid om de depositie op Natura 20000-gebieden tot een bepaald niveau terug te brengen. Omdat in Drenthe sprake is van habitattypen met een lage kritische depositiewaarde en er sprake is van het streven naar schrale situaties is het halen van doelen niet overal even eenvoudig. Wat dit gaat betekenen voor PAS-melders in Drenthe is onduidelijk maar levert wel zorg op.
 
Naast de meer inhoudelijke discussiepunten is ook in Drenthe gesproken over het Plan van Aanpak dat de agrarische sector als leidraad ziet voor de discussie over het gebiedsgerichte beleid. Ook hier werd dit plan positief ontvangen. In de komende tijd zal in overleg met de provincie en andere partners gekeken worden of dit het sjabloon kan zijn waarbinnen zaken worden uitgewerkt.