Algemeen

Wet stikstofreductie en natuurverbetering knelt

Op 27 mei startten het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een internetconsultatie voor de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. In een reactie vraagt LTO Nederland zich af of de streefwaarden echt een streven en inspanningsverplichting blijven of in de praktijk toch een keiharde afrekenbare doelstelling worden.

Volgende juridische noodsprong geïntroduceerd met streefwaarden
Het wetsvoorstel introduceert een streefwaarde voor stikstofreductie, die bijgesteld wordt tot de depositie op termijn wordt verminderd tot een niveau dat nodig is voor het bereiken van een ‘gunstige staat van instandhouding’ van natuur. Het kabinet lijkt daarbij een stap verder te gaan dan de vereisten van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Daarin geldt als ondergrens dat geen achteruitgang van de staat van instandhouding mag worden toegestaan. Het bereiken van een gunstige staat van instandhouding impliceert een hogere ambitie en het is zeer de vraag of dat in voldoende gebieden op termijn haalbaar is. Er wordt nog steeds niet erkend door de overheid dat de meest kritische  ‘kritische depositie waardes’ in Nederland nooit haalbaar zijn. Dat moet wel gebeuren om tot een realistische aanpak met draagvlak te komen.

Het uitgangspunt van de overheid is dat het behoud van natuurwaarden en herstel in balans moet zijn met de ruimte voor economische ontwikkeling en de haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen. Echter, door in de wetgeving de streefwaarde nadrukkelijk te koppelen aan de gunstige staat van instandhouding lijkt voor die balans weinig ruimte. Blijkt de streefwaarde straks plots geen streefwaarde maar een harde afrekenbare maatregel waarvan de facto niet kan worden afgeweken?

Stimuleer investerende ondernemers
LTO Nederland vindt het belangrijk dat de overheid duidelijk aangeeft dat bronmaatregelen kunnen worden ingezet voor externe en interne saldering, zodat ondernemers hun bedrijf kunnen ontwikkelen naar een meer duurzame bedrijfsvoering met lagere emissies per dier. Bovendien kan het niet zo zijn dat provincies zelf hierin eigen en aanvullend regels stellen. Het wetsvoorstel roept hier vragen over op. Bepaalde maatregelen, zogenoemde instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen kunnen volgens het wetsvoorstel niet worden ingezet voor externe saldering. Als maatregelen op voorhand niet mogen worden ingezet voor extern salderen valt een belangrijke motivatie voor dergelijke investeringen (inclusief innovaties) weg.

Inspraak en participatie niet serieus genomen
Waar tot nu toe stikstofmaatregelen in belangrijke mate sectoraal (landbouw, industrie, verkeer, natuur) werden genomen, verschaft de wetgever op basis van de Omgevingswet de verschillende overheidslagen veel en mogelijk ingrijpende bevoegdheden. De omgevingsregelgeving is voor veel bedrijven en burgers echter een diffuus en moelijk toegankelijk domein. Vaak blijkt pas na verloop van tijd welke doorwerking omgevingsregelgeving heeft op het ‘dagelijks leven’ van burger en bedrijven. Een zorgvuldige behandeling, inclusief een degelijk consultatieproces, is daarom zeer noodzakelijk. De reactietermijn van deze consultatie was slechts vier werkdagen. Dat staat, wat LTO Nederland betreft, in geen enkele verhouding tot de participatie en het vooroverleg dat noodzakelijk is om tot goede omgevingsregelgeving te komen. Gezien de impact die de wet op boeren en tuinders kan hebben heeft LTO Nederland ondanks de te korte termijn uiteraard een inhoudelijke reactie gegeven.

De volledige reactie van LTO Nederland zal later vandaag terug te vinden zijn op https://www.internetconsultatie.nl/stikstof

 

Bron: LTO Nederland