Stikstofupdate regio West

In deze stikstofupdate van regio West praten wij je graag bij over onze inzet en de ontwikkelingen in Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland.

Noord-Holland
Op 21 oktober jl. heeft de stikstofgroep weer overleg gehad met de gedeputeerden Rommel en Zaal. Aanleiding voor dit overleg was de wens van de provincie om een verkenning naar het verleasen van stikstof mogelijk te maken. De stikstofgroep heeft besloten om, ondanks andere prioriteiten, de opties voor verleasen toch met de provincie te verkennen. De belangrijkste reden hiervoor is dat het, onder voorwaarden, mogelijk maken van verleasen wellicht ruimte geeft om besluitvorming over het extern salderen uit te stellen. Uiteraard hebben we in het overleg ook onze prioriteiten wederom voor het voetlicht gebracht, met als belangrijkste punten het legaliseren van de PAS-melders en knelgevallen, het beschikbaar hebben van een deugdelijk registratiesysteem en het zonder vergunning kunnen blijven beweiden.

Onze prioriteiten worden door de provincie herkend en ook via de IPO-lijn met de minister kortgesloten. Het is voor de betrokken ondernemers frustrerend dat over deze kwesties nog altijd geen duidelijkheid is. De gebiedsgerichte aanpak is inmiddels in twee gebieden (Westzaan en Kennemerland Zuid) van start gegaan. Voor de overige ‘duingebieden’ moet het gebiedsproces nog voor het eind van het jaar starten. Voor de Laag Holland en de Oostelijke Vechtplassen zal het stikstofvraagstuk geïntegreerd worden in de lopende gebiedsprocessen.

Belangrijk vraagstuk rond deze gebiedsprocessen is waar de ‘stikstofwinst’ geboekt kan worden. Wordt deze reductie als gevolg van maatregelen met voer, weiden en bemesting in mindering op de landelijk N-deken gebracht of specifiek op de betreffende N2000-gebieden? Een antwoord op die vraag is relevant voor de opdracht die aan de gebiedsaanpakken wordt meegegeven. Ondanks dat er helaas nog altijd veel vragen zijn die om een antwoord vragen en veel kwesties die nog geregeld moeten worden, heeft de stikstofgroep met de provincie wel de afspraak gemaakt dat besluitvorming rond de gebiedsprocessen zoveel mogelijk integraal moet plaatsvinden. Dus in principe geen besluiten nemen die goed zijn voor stikstof, maar bijvoorbeeld slecht voor landbouw en/of natuur.  Om die besluitvorming goed te stroomlijnen wordt met de provincie gewerkt aan een ‘beheercheck’.

Zuid-Holland en Utrecht
De provincies Zuid-Holland en Utrecht hebben in de afgelopen maanden samen met LNV en de boeren rond Nieuwkoop onderzoek gedaan naar de (juridische) haalbaarheid van de Nieuwkoopse aanpak: verleasen als vliegwiel voor maximale innovatie en reductie. Uitkomst van dit onderzoek is  dat deze aanpak voor de melkveehouderij in het Veenweidegebied van Utrecht en Zuid-Holland dusdanig kansrijk is dat partijen deze aanpak verder willen uitwerken in de provinciale beleidsregels. Dit in eerste instantie alleen voor Zuid-Holland en Utrecht.

Samen met (een vertegenwoordiging van) natuur- en milieuorganisaties en (een vertegenwoordiging van) de stikstofvragende partijen buiten de landbouw, zoals bijvoorbeeld het Havenbedrijf, wordt de komende maanden onderzocht of dit vliegwiel inderdaad op gang kan worden gebracht. Als dat lukt, wordt van daaruit gekeken door LNV wat er op het niveau van het Rijk eventueel nog nodig is qua wetgeving of stimuleringsregeling om de werking van het vliegwiel te continueren en mogelijk uit te breiden naar andere provincies en sectoren.

Hoewel dit hoopgevend is, is het aan de andere kant op dit moment nog niet zeker of de provincies Zuid-Holland en Utrecht voldoende vertrouwen hebben in het oplossend vermogen van de Nieuwkoopse aanpak om extern salderen met veehouderijen (nog) niet open te stellen. Het besluit hierover wordt naar verwachting deze maand genomen en in ieder geval voor 1 januari.

Opstarten gebiedsprocessen
In Zuid-Holland en Utrecht worden nu de voorbereidende stappen gezet om de gebiedsprocessen op te starten. De inzet van LTO Noord is erop gericht om boeren in een gebied in staat te stellen om, bij eigen keuze, het initiatief te nemen om tot een reductieplan te komen. Niet opgelegd van boven maar uit eigen beweging. Om dit voor elkaar te krijgen, moeten de overleg – en besluitvormingsstructuren daarop ingericht zijn of worden. Ook zullen de randvoorwaarden / spelregels geborgd moeten worden. Beginnend bij ‘legaliseren’ en vervolgens ‘registeren’, voordat we toekomen aan het reduceren via de gebiedsgerichte aanpak. In Zuid-Holland zitten we vanuit LTO Noord vanaf het begin mede aan het stuur bij de inrichting van de gebiedsgerichte aanpak en hebben we het vertrouwen dat deze randvoorwaarden en spelregels in de komende weken op een goede manier ingevuld worden.

In Utrecht is er op dit moment van schrijven nog onvoldoende comfort om deel te nemen aan de gebiedsprocessen. We hebben de gedeputeerde afgelopen week dan ook laten weten, dat we onder de huidige omstandigheden niet mee kunnen doen. Zowel op het gebied van de organisatie/ besluitvormingsstructuur (toevoegen aparte thema/werkgroepen voor landbouw, NOx en natuur) als op het gebied van randvoorwaarden (eerst legaliseren, dan registeren, dan reduceren) zijn nog aanpassingen nodig om vanuit de landbouw met voldoende vertrouwen deel te kunnen nemen aan de gebiedsprocessen. Onze inzet in de komende weken is erop gericht om tot deze aanpassingen te komen.  

Flevoland
In Flevoland is vanaf mei gewerkt in drie tafels aan de Gebieds Gerichte Aanpak met daarnaast een Regietafel voor heel Flevoland. Na de zomer zijn de GGA-tafels met informatie gekomen vanuit dat deelgebied, vanaf nu wordt alles weer besproken in één tafel voor heel Flevoland. Naast stikstof speelt ook het onderwerp ‘meer natuurinclusieve landbouw’ in delen van Flevoland, dat hebben we verbonden aan het lopende programma Green Paper Flevoland van FAC en LTO Noord zodat wij ons met de stikstofgroep kunnen concentreren op stikstof.

Eind oktober vond de 5e bijeenkomst van de Regietafel plaats. Ondanks het herhaaldelijk aandringen van de stikstofgroep Flevoland hebben we nog geen duidelijkheid over PAS-melders en andere knelgevallen, er zijn wel eerdere beloftes van Minister Schouten van LNV hierover, die nog niet worden waargemaakt.  Voor we echt aan oplossingen kunnen werken, is daarnaast een goed werkend N-register nodig. Dit register zorgt voor het vastleggen van veranderingen door bijvoorbeeld extern salderen en inspanningen van de sectoren voor het verlagen van de stikstofdepositie op Stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Verder hebben we gevraagd om de behoefte aan stikstofruimte voor ontwikkelingen in Flevoland beter in kaart te brengen. Alleen dan kunnen we inschatten wat van ons wordt verwacht en of dat haalbaar is. Ook hebben we wederom aangegeven dat er relatief weinig veehouderij is in Flevoland. Er is veel mestaanvoer van buiten de provincie en ook voor de groeiende biologische akker- en tuinbouw is de vraag naar mest toegenomen. Iedere koe minder maakt dat mesttekort groter, dat gaat in tegen de ontwikkeling van een regionale kringloop.

Vanuit landbouw hebben we een aanbod gedaan om een aantal pilots voor te bereiden op melkveebedrijven, samen met provincie Flevoland. Daarom zullen we een verkenning starten naar maatregelen die passen in deze provincie. De focus zal waarschijnlijk liggen op innovaties voor stallen en het ondersteunen van meer beweidingsmogelijkheden. Daarvoor komt de stikstofgroep Flevoland binnenkort weer bij elkaar. Tips of suggesties zijn hiervoor altijd welkom en kunnen worden aangedragen bij ons.