Geen compensatie voor reeds gestopte nertsenhouders

Nertsenhouders die al voor de uitbraak van de coronapandemie definitief waren gestopt met hun bedrijf, komen niet in aanmerking voor een extra compensatie. Dat maakt minister Carola Schouten van LNV bekend in een Kamerbrief.

Door de coronapandemie moeten nertsenhouders eerder dan gepland stoppen met hun bedrijf. Hiervoor heeft Schouten extra budget vrijgemaakt. Nertsenhouders die, met het zicht op stoppen in 2024, al zijn gestaakt met hun werkzaamheden, komen voor die stoppersvergoeding niet in aanmerking.

Volgens Schouten vindt de zogeheten nadeelcompensatie uitsluitend plaats bij een nadeel dat een causaal verband heeft met een (rechtmatige) overheidshandeling. Er moet dus niet alleen sprake zijn van nadeel, het moet in dit geval het directe gevolg zijn van de wettelijk verplichte vervroegde beëindiging.

De wet waarmee de pelsdierhouderij vervroegd zal worden beëindigd heeft geen effect op nertsenhouders die al definitief zijn gestopt. Zij zullen dus geen nadeel ondervinden van de wet en zullen niet voor enige compensatie in aanmerking komen, aldus de minister in de Kamerbrief.

De corona-uitbraken bij nertsen, de vele ruimingen en het besluit om vervroegd te stoppen met de nertsenhouderij zijn zeer ingrijpend voor nertsenhouders en hun families, schijft Schouten. Zij ervaren veel druk en onzekerheid in deze periode. De ondernemers leven al langer erg geïsoleerd door de strenge preventiemaatregelen, de angst dat hun bedrijf besmet wordt en de algemene covid-19-regels.

Psychosociale problemen
De Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (NFE), LTO Nederland en dierenartsen hebben aangegeven dat dit in sommige gevallen leidt tot psychosociale problemen bij nertsenhouders. De minister vindt het van belang dat deze nertsenhouders goed ondersteund worden in deze periode. Ze is momenteel in gesprek met de NFE en LTO over hoe dit het beste kan worden vormgegeven. NFE en LTO nemen hierin het voortouw en het ministerie ondersteunt waar nodig, zo laat Schouten weten.

Ondanks de genomen maatregelen zijn er in de afgelopen maanden wekelijks nieuwe SARS-CoV-2-uitbraken op nertsenbedrijven gevonden. Het Outbreak Management Team Zoönosen (OMT-Z) heeft tijdens de laatste bijeenkomst geconcludeerd dat de mens waarschijnlijk de belangrijkste verspreidingsbron is tussen de bedrijven. Maar ook het OMT-Z had onvoldoende aanknopingspunten om de insleeproutes te kunnen bepalen, meldt de landbouwminister..

Een mogelijke verklaring voor de voortdurende vondsten van besmette bedrijven is dat deze toch langer besmet zijn dan aanvankelijk werd aangenomen. Dat zou kunnen betekenen dat een deel van de besmettingen die recent zijn gevonden, stammen uit juni of juli. Schouten heeft daarom onderzoek ingezet dat hier mogelijk meer duidelijkheid over kan geven: een serologische screening van 26 bedrijven in het risicogebied en een uitgebreider serologisch en PCR-onderzoek van besmette en te ruimen bedrijven.

Afvoer mest
Na de eerste besmetting van nertsen met corona is er onder meer een verbod op de afvoer van nertsenmest ingesteld. Onder bepaalde voorwaarden zoals vermeld in de regeling mag mest van niet-besmette en besmette bedrijven worden afgevoerd. Een van de voorwaarden is een verhittingsstap van 70 graden in een biovergasser. In de praktijk bleek dit slecht haalbaar omdat te weinig vergisters dit kunnen, waardoor mest in een aantal gevallen niet kan worden afgevoerd.

Wageningen Bioveterinary Research heeft aangegeven dat het volgende alternatief ook verantwoord is: afvoer naar een vergister waar de mest wordt verwerkt bij een temperatuur van minimaal 50 graden en waar deze gemiddeld vijf dagen in de vergister blijft. De regeling zal hierop worden aangepast voor de niet-besmette bedrijven, schrijft Schouten.

Bron: Nieuwe Oogst