Microbiologische risico's oppervlakte- en bassinwater bij droogte

Voor het gebruik van water voor groenten en fruit in verschillende toepassingen (irrigatie, toepassingen gewasbescherming) dient een teler een risico-inventarisatie uit te voeren.

Dit om de mogelijke voedselveiligheidsrisico’s in kaart te brengen zoals o.a. is vastgelegd in de GLOBAL G.A.P. criteria. Na de erg droge zomer van 2018 is er in 2019 tot nu toe in sommige delen van Nederland wederom weinig neerslag gevallen. Vanwege de droogte wordt er soms door telers uitgeweken naar alternatieve bronnen (bijvoorbeeld oppervlaktewater i.p.v. bassinwater), waarvoor opnieuw een risico-inventarisatie moet worden uitgevoerd om te bepalen of dit water geschikt is voor het
beoogde gebruik.

De Nederlandse NTWG van GLOBAL G.A.P. heeft een hulpdocument opgesteld voor het uitvoeren van deze risico-inventarisatie en deze is te vinden in  dit document en  bijbehorende bijlage. Om te bepalen of water geschikt is voor gebruik, kan een teler naast het uitvoeren van een risico-inventarisatie het water laten analyseren op E. coli.

Food Compass verzorgt de E. coli monitoring en heeft een sectorale watermonitoring opgezet om hiermee de telers te ontzorgen. Hiermee wordt sectoraal kennis over microbiologische waterkwaliteit en de effecten op het eindproduct opgebouwd. Meer informatie en aanmelden kan via  www.watermonitoring.nl.

Vanuit de Europese commissie zijn in 2017 richtsnoeren gepubliceerd die een goede leidraad bieden voor de beoordeling van microbiologische risico’s van landbouwwater. De risico’s zijn afhankelijk van de bron van het water, de manier van water geven, of het water wel of niet in contact komt met het product en of het product gekookt wordt voor gebruik. In deze richtsnoeren wordt E. coli net als in het GLOBAL G.A.P. schema als microbiologische norm gebruikt.

Extra bemonsteringen in 2018 t.b.v. microbiologisch onderzoeksprogramma van Food Compass
Om inzicht te krijgen in de gevolgen van droogte op de microbiologische kwaliteit van eindproducten zijn in 2018 er extra monsters genomen op vollegrondsgroenten (o.a. bladgewassen) en zacht fruit. Dit gebeurt in het kader van het microbiologisch onderzoeksprogramma dat loopt sinds 2013. Dit heeft geen afwijkend beeld opgeleverd.

Kan water met blauwalg gebruikt worden voor het beregenen van gewassen?
Nee, het is belangrijk dat telers voorkomen dat water dat verontreinigd is met blauwalg gebruikt wordt voor de beregening van gewassen. Dit om risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen. Veel soorten blauwalgen maken voor mens en dier giftige stoffen (toxinen) aan.

Om verontreiniging van gewassen met blauwalg te voorkomen kunnen telers de volgende maatregelen nemen:

  • Zoveel mogelijk stromend oppervlaktewater te gebruiken wat in verbinding staat met andere waterstromen, bijvoorbeeld kanalen en sloten. Geen water gebruiken uit kleine stilstaande wateren, zoals ondiepe voedselrijke vennetjes of vijvers. 

  • Wanneer (stromend) oppervlaktewater groen ziet van de algen en er eventueel drijflagen van blauwalgen te zien zijn aan de oppervlakte, dit water niet gebruiken voor beregening. Een beginnende drijflaag van blauwalg is te herkennen aan kolonies groene bolletjes, vlokjes, strootjes of ‘banaantjes’ die in het water zweven. Het water ruikt een beetje naar vis. Een verder gevorderde drijflaag ziet er uit als een verfachtige laag en groene soep op het water. Er hangt een sterke vislucht. Een ontledende drijflaag is te herkennen aan blauw of wit schuim op het water en de geur van rottende planten. Klink  hier voor een brochure voor het herkennen van blauwalgen.

  • Als u er niet zeker van bent of het water dat u wilt gebruiken voor beregening vrij is van blauwalg is het noodzakelijk het water te laten testen op de aanwezigheid van toxines afkomstig van cyanobacteriën. Als bij monsteranalyse een waarde wordt vastgesteld boven de 1 µg/L is het water niet geschikt voor beregening van gewassen. In Nederland zijn diverse laboratoria die monsteranalyses van oppervlaktewater op het gebied van blauwalg verzorgen. U kunt bij u reguliere laboratorium navragen of deze dit soort monsteranalyses ook uitvoeren.

  • Wanneer oppervlaktewater gebruikt wordt voor beregening: steek de oppompwaterslang diep in het water van sloot of kanaal en niet in de oppervlaktelaag van een slootkant. De concentratie blauwalgen (en hun toxines) is het hoogst in drijflagen die zich aan het wateroppervlakte bevinden.

  • Inademing van aerosolen (kleine druppels in de lucht) met toxines van blauwalgen levert een gezondheidsrisicovol voor u of uw werknemers. Bij het beregenen moet u zich niet in de waternevel bevinden en/of de nevel te voelen. Als u iets van de nevel voelt dan ademt u ongewild al veel water in via aerosolen en via de longen dit binnenkrijgen is ernstiger dan via je maagdarmstelsel. Met andere woorden liever druppelirrigatie dan sproeien. Houdt u ook rekening met de nevelvorming bij bebouwing en recreatiegebieden.

De overige regels voor het gebruik van water voor land- en akkerbouw verschillen per regio. Dit komt omdat de waterschappen en de provincies hierover gaan. Voor meer informatie kunt u terecht bij  uw waterschap.

 

Bron: Overheid.nl