Update aanpak Veenweidegebieden in regio West

De eerste contouren van de aanpak van de Veenweidegebieden zijn geschetst. Landbouwminister Schouten geef in haar Kamerbrief aan hoe ze de ‘aanjaag- en opbouwfase’ tot 2022. Daarbij stelt ze in totaal honderd miljoen euro aan zogenoemde impulsgelden beschikbaar om per Veenweidegebied projecten op te zetten rond maatregelen tegen bodemdaling en om de CO2-uitstoot te verminderen. Voor het gebied van LTO Noord regio West is voor drie provincies, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland, in totaal 58 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Gebiedsgerichte aanpak
Het doel van de zogenaamde ‘aanjaag- en opbouwfase’ tot 2022 is met name kennisontwikkeling. Mogelijke maatregelen tegen bodemdaling en C02-uitstoot worden tot 2022 in pilot-vorm uitgerold. Kennisontwikkeling tijdens deze periode zal uitwijzen welke mix van maatregelen de komende jaren effectief ingezet kunnen worden om de doelstelling van 1Mton CO2-eq. reductie in 2030, zoals opgenomen in het Klimaatakkoord, te behalen.

Door een gebiedsgerichte aanpak worden maatregelen uitgerold in de verschillende gebieden van regio West. Agrariërs, (lokale) overheden en maatschappelijke partijen nemen deel aan gebiedsprocessen. Zij overleggen samen over de te nemen maatregelen en de uitrol van projecten. Gezamenlijk werken zij uiteindelijk toe naar de reductie van 1Mton CO2-eq in 2030.

Aad Straathof, themahouder Veenweiden regio West: ‘De inzet vanuit LTO Noord richt zich op het leveren van input of de beoogde gebieden ook de meest kansrijke zijn. Daar waar mogelijk koppelen wij deze aan andere kansen.’

Inzet van impulsgelden per provincie
Utrecht
In Utrecht worden de impulsgelden (18 miljoen euro) ingezet op locaties waar de bodemdaling het snelst gaat nabij Natura 2000 gebieden in Utrecht West. Het gaat om enkele nieuw te starten gebiedsprocessen met een mix van maatregelen: aankoop van gronden die na kavelruil in een gebiedsproces leiden tot financiële afwaardering en extensivering zodat peilverhoging / verhogen van de grondwaterstand mogelijk wordt met een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. Ook in lopende gebiedsprocessen worden aanvullende maatregelen genomen.

Noord-Holland
Net als Utrecht krijgt ook Noord-Holland 18 miljoen euro aan impulsgelden toebedeeld. Deze impulsgelden worden ingezet in de gebiedsprocessen in onder andere Laag-Holland en het Groene Hart. In Laag-Holland werkt de provincie met de partners aan een integraal gebiedsprogramma waar dankzij de impulsgelden ook CO2-eq. reductie bereikt wordt, onder andere door aankopen van stoppende melkveebedrijven. In het Groene Hart gaat dit onder andere via een gebiedsproces van ondernemers, waterschap en de Vogelbescherming met als doel het verhogen van het grondwaterpeil.

Zuid-Holland
Voor Zuid-Holland is 22 miljoen euro aan impulsgelden beschikbaar. Dit budget wordt ingezet in de gebieden met de meeste bodemdaling. Volgens de provincie zijn dit de volgende gebieden: Krimpenerwaard, Alblasserwaard en Nieuwkoop. In het gebied rondom Natura 2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen wordt CO2-eq. reductie en reductie van stikstofemissie optimaal gecombineerd in een lopend gebiedsproces. 

Lees hier de reactie van LTO op de kamerbrief Veenweiden. 

Onderzoek Veenweidelandschap
LTO heeft vorig jaar via politiek en publiek aandacht gevraagd voor haar onderzoek over het veenweidelandschap, welke oplossingsrichtingen men ziet en hoe de verantwoordelijkheden van bijvoorbeeld de overheid, natuurorganisaties en boeren worden gezien. Lees hier meer over dit onderzoek.