Luchtfoto Vechtdal - rechtenvrij

Ozb-melkkoe verleidelijk voor gemeente

De verschillen in de onroerendezaakbe-29lastingtarieven (ozb) voor burgers en bedrijven nemen jaar op jaar toe. In sommige gemeenten ligt het tarief voor agrarisch vastgoed wel vijf keer hoger dan dat voor particuliere woningen. Oneerlijk, vinden boeren. Onder meer in Hardenberg en Hellendoorn kwamen LTO Noord-afdelingen in actie.

Voor veel gemeenten is de onroerendezaakbelasting (ozb) een mooie melkkoe. Colleges van burgemeester en wethouders zullen dat nooit zo noemen, net zomin als dat ze toegeven dat de gemeente de ozb gebruikt als sluitpost van de begroting.

In de praktijk is dit vaak het geval. In de veel gemeenten gaan de ozb-tarieven bijna jaarlijks omhoog. Wat boeren stoort, is dat de tarieven voor bedrijven doorgaans sneller omhooggaan dan die voor burgers. Bovendien zijn de verschillen in ozb tussen gemeenten erg groot.

LTO Noord-afdelingen in het oosten van het land kwamen onlangs in actie om bij gemeenten in hun werkgebied onredelijke voorstellen over verhoging van ozb-tarieven van tafel te krijgen. Dat gebeurde onder meer in de Overijsselse gemeenten Hardenberg, Hellendoorn en Wierden en in de Gelderse gemeenten Oost Gelre en West Betuwe.

‘Wat steekt, is de scheefgroei van de ozb-tarieven voor burgers en die voor bedrijven’, zegt voorzitter Gerrie Kleene van LTO Noord-afdeling Vechtdal. Vorig najaar was zij inspreker bij de begrotingsbespreking van gemeente Hardenberg.

‘In gemeente Hardenberg is 88 procent van de inwoners ‘gewone burger’ en maar 12 procent is mkb’er. Deze laatste groep, bestaande niet alleen uit midden- en kleinbedrijven maar ook de hele agrarische sector, brengt maar liefst 52 procent, meer dan de helft van de totale ozb-opbrengst, in het laatje van de gemeente. Als de gemeente de totale ozb procentueel verhoogt, dan neemt de scheefgroei verder toe.’

Sinds 2008 mogen gemeenten zelf de ozb-tarieven bepalen en geldt er geen maximale tariefdifferentiatie of voorgeschreven verhouding meer. Wel zijn de overheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een macronorm overeengekomen. Deze afspraak bepaalt dat de landelijke ozb-opbrengst van alle gemeenten gezamenlijk niet meer mag stijgen dan met een vooraf bepaald percentage.

‘Het gevolg hiervan in Hardenberg is dat een ondernemer vijf keer zoveel ozb betaalt als een burger. Dat is oneerlijk’, vindt Kleene. ‘We praten hier over tarieven voor woningen, dus dezelfde stenen. Omdat een ondernemer de ozb kan aftrekken voor de inkomstenbelasting, is het verdedigbaar dat hij ruim twee keer zoveel ozb betaalt, maar niet meer.’

De afdelingsvoorzitter ervaart dat gemeenteraden het lastig vinden om burgers extra ozb te laten betalen. ‘We hebben uitgerekend wat het betekent als iedere burger in Hardenberg een tientje meer ozb zou betalen. Dan zou de ozb voor agrarische bedrijven met een paar honderd euro omlaag kunnen en verklein je scheefgroei’, zegt ze.

‘Politieke partijen durven zo’n stap niet aan, omdat ze bang zijn voor minder stemmen bij de volgende verkiezingen.’

Ingewikkeld
Kleene merkte dat de systematiek achter de ozb-tarieven ingewikkeld is en dat ook gemeenteraadsleden daar maar in beperkte mate van op de hoogte zijn. ‘Dat is jammer. Helaas is het een verschijnsel waarmee we de laatste jaren ook bij andere onderwerpen te maken krijgen.’

In het bestuur van LTO Noord-afdeling Salland beet Terry Heuven zich vast in de ozb-problematiek. Aanleiding: het voorstel van gemeente Hellendoorn om de ozb-tarieven vanaf 2020 met 25 procent te verhogen. ‘En dat terwijl de ozb-tarieven in Hellendoorn al bovengemiddeld zijn’, zegt Heuven.

Onacceptabele verzwaring
‘Voor een gemiddeld agrarisch bedrijf in gemeente Hellendoorn zou de voorgestelde verhoging betekenen dat de ozb van 2.600 euro naar 3.250 euro zou gaan. We vinden dat een onacceptabele lastenverzwaring’, stelt Heuven.

Heuven noemt het onbegrijpelijk dat gemeente Hellendoorn de agrarische ondernemers wilde opzadelen met zo’n verhoging. ‘Gemeenten weten heel goed dat het in de agrarische sector financieel niet zo goed gaat. Ze ondersteunen allerlei initiatieven om boeren in de knel te helpen, zoals de inzet van erfcoaches. Dan snap ik niet dat ze aan de andere kant de financiële druk op boeren verder opvoeren.’

In gemeente Hardenberg lukte het LTO Noord-afdeling Vechtdal niet om de voorgenomen ozb-verhoging ongedaan te maken. Toch heeft Kleene goede hoop dat de inzet niet voor niets was. ‘Voor de gemeenteraad van Hardenberg is nu wel duidelijk dat de scheefgroei niet groter moet worden. Ik verwacht dat daarmee de komende jaren rekening wordt gehouden.’

In Hellendoorn boekten de LTO Noord-afdelingen Salland en West Twente wel direct succes. De gemeenteraad besloot de voorgestelde verhoging te halveren naar 12,5 procent. Heuven is daarmee matig tevreden. Hij hoopt dat Hellendoorn in de toekomst de boeren verder tegemoetkomt.

‘De gemeente komt geld tekort vanwege de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Als de rijksoverheid dat met extra financiën compenseert, kan de ozb misschien weer omlaag.’

LTO wil stijging ozb begrenzen

LTO Nederland wil dat er een regeling komt die gemeenten dwingt de stijging van de tarieven van de onroerendezaakbelasting (ozb) voor het bedrijfsleven te begrenzen. Uit een analyse die LTO vorig jaar maakte, blijkt dat de verhoging van de ozb-tarieven voor het grootste deel ten laste komt van bedrijven. Burgers worden vaker ontzien. Hierdoor ontstaat een scheefgroei van ozb-tarieven.

De analyse die LTO maakte van de ozb-tarieven van alle 355 gemeenten, laat zien dat sinds 2014 het bedrijfsleven de grootste ozb-stijgingen voor de kiezen kreeg: bij 97 procent van de gemeenten namen de verschillen toe. Een agrariër in het buitengebied van Zwolle betaalt bijvoorbeeld ruim vijf keer meer aan ozb dan een burger voor dezelfde WOZ-waarde aan stenen. Bij 70 procent van de gemeenten ligt die verhouding boven de 3 en bij 97 procent boven de 2.
LTO bepleit de invoering van een micronorm of een landelijke tariefverhouding met een bandbreedte voor gemeentelijk maatwerk. Daarmee moet de afwenteling op het bedrijfsleven worden begrensd.

Volgens LTO is begrenzing nodig, omdat gemeenten nu de weg van de minste weerstand kiezen, als ze het nodig vinden om via de ozb meer geld binnen te halen.
Een ander ozb-aspect waar LTO zich mee bezighoudt, is de juiste waardering van onroerende zaken (WOZ). Deze vormt de basis voor de te betalen ozb.
De waardebepaling van agrarische objecten (niet-woningen) is in tegenstelling tot particuliere objecten (woningen) niet eenvoudig. Dit komt vooral door het gebrek aan uniformiteit en door het geringe aantal verkochte referentiepanden. LTO Noord werkt daarom aan het optimaliseren van de landelijke taxatiewijzer agrarische grond en gebouwen.

Bron: Nieuwe Oogst