Wij van LTO Noord vijf jaar later: 'Omschakeling naar biologisch ging soepel'

Hantsje Andela is al ruim veertig jaar lid van LTO Noord. In de afgelopen vijf jaar is er veel veranderd op zijn bedrijf. Naast de omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering, woont zijn zoon Sybe op het ouderlijk bedrijf en zijn ze bezig met de bouw van een nieuwe ‘pleats’ die aan de toekomstige normen van de biologische landbouw voldoet.

Een lange oprijlaan met aan weerszijden grazende schapen leidt je naar het melkveebedrijf van Hantsje, Marijke en Sybe Andela in het Friese Wyns. De hevige mist, die langs de Dokkumer Ee bij Bartlehiem steeds dichter wordt, zorgt ervoor dat de afslag naar het bedrijf bijna onzichtbaar is. Eenmaal op het erf staat de enthousiaste 27-jarige Sybe Andela, die inmiddels met zijn vriendin op de boerderij woont, paraat voor een rondleiding.

In vijf jaar tijd is er veel veranderd, blijkt uit het verhaal van Hantsje Andela. Hij woont nu samen met zijn vrouw in Lekkum, een dorp aan de rand van Leeuwarden. ‘Het is wennen’, begint hij. ‘Ik ben veertig jaar boer geweest. Het loslaten van je bedrijf is een proces, je weet niet hoe dat gaat uitpakken.’ Van een naderende bedrijfsovername was niet altijd sprake. Na de middelbare landbouwschool schreef Sybe Andela zich in voor een hbo-opleiding in de techniek. Na twee jaar koos hij toch voor een agrarische opleiding aan het Van Hall Larenstein in Leeuwarden en kwam hij thuis in het bedrijf.

Bedrijfsovername
‘Sybe twijfelde of hij het bedrijf wilde overnemen’, vertelt Hantsje Andela. ‘Die keuze moest hij zelf maken. Boer zijn is een manier van leven, je staat 24 uur per dag stand-by. Dat moet bij je passen.’ Kort nadat Sybe Andela in de vof trad, maakten de ondernemers, die toen tachtig koeien molken, de overstap naar een biologische bedrijfsvoering. Maar dat ging niet zomaar. ‘Sybe wist niet of deze bedrijfsvoering wel bij hem zou passen en of de biologische sector toekomst had. Dat zorgde voor discussie’, zegt Andela. ‘De lesstof op school was vooral gericht op de gangbare melkveehouderij, de ontwikkelingen daarin en groei’, legt Sybe Andela uit. 

‘Maar onze bedrijfsvisie was altijd al ‘niet meer, maar beter’, met oog voor de natuur en een gezonde bodem’, vervolgt Hantsje Andela. ‘Daarom richtten wij ons in de loop der jaren steeds meer op de biologische landbouw. Zo gebruikten wij homeopathische middelen voor zieke koeien en waren we gericht bezig met de bodem. Als mens zijn wij te gast op deze aarde, daar moeten wij goed op passen.’



Omschakeling naar biologisch
Na de biobeurs in Zwolle was de keuze voor een biologisch bedrijf definitief gemaakt. De omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering ging soepel. ‘In 2005 voerden wij al koolstof aan onze koeien. Daardoor stootten wij minder ammoniak en stikstof uit en konden we onze stikstofgift uit kunstmest langzaamaan afbouwen naar nul.’ 
Ook waren de ondernemers toen al bezig met natuurbeheer. Andela: ‘Bijkomend voordeel was dat 2017 een groeizaam jaar was, waardoor we een goede buffer konden bouwen.’ Langzaamaan raakte zoon Sybe ook overtuigd van deze manier van boeren.

Niet alleen qua voer, maar ook qua fokkerij moesten de ondernemers anders denken. ‘We wilden de productie onder de koeien houden, daarom hielden we onze Holsteinkoeien aan. We fokken nu volgens het Triple A-systeem op platte, ronde en robuuste koeien met meer vlees. Zij kunnen met minder krachtvoer toe door meer ruwvoer op te nemen’, stelt Andela. Door het fosfaatrechtenstelsel moest ook de familie Andela de veestapel inkrimpen. ‘Voor grondgebonden boeren vond ik dat waanzin. Met een clubje collega’s heb ik Netwerk Grondig opgericht, om ervoor te zorgen dat grondgebonden boeren niet werden gekort. Daar hebben wij voor gestreden en dat hebben we gelukkig gered.’ 

Uitdaging
De melkveehouder, die nu samen met zijn zoon zeventig koeien melkt, begrijpt dat LTO zich destijds niet alleen kon inzetten voor grondgebonden veehouders. ‘De vereniging heeft een diverse achterban met verschillende belangen. Het is lastig om al die belangen te behartigen. Sommige veehouders hebben daardoor het lidmaatschap opgezegd. Dat vind ik kortzichtig.’

LTO doet veel in Brussel en is ook op regionaal en lokaal niveau een belangrijke speler, zegt Andela. ‘Hadden we bijvoorbeeld het project ‘Schoon Erf, Schoon Water’ van LTO Noord en Wetterskip Fryslân niet gehad, dan zaten we er nu heel anders bij en zou er eerder meer worden gehandhaafd.’ Andela’s zoon is nog geen lid. ‘Daar ligt voor LTO de uitdaging, om jonge boeren te binden. Zij denken heel anders over een lidmaatschap bij een belangenbehartiger. Je moet jezelf bewijzen, het lidmaatschap van jonge boeren verdienen. Als je hen niet kan overtuigen, doe je iets niet goed.’

Als tip benoemt de melkveehouder dat LTO Noord goed moet luisteren naar de omgeving. ‘Luisteren is vaak belangrijker dan praten. Ik ben benieuwd welke kant LTO op gaat. Zorg voor een stip op de horizon, neem duidelijke standpunten in, wees concreet en durf keuzes te maken. Zo creëer je meer draagvlak.’

Bron: Nieuwe Oogst