Omschakeling onderneming

De rubriek ‘Fiscale Zaken’ wordt geschreven door Accountants en adviseurs van leden van de Vereniging van Accountants en Belastingadviesbureaus (VLB)

Bij omschakeling van de onderneming is het van cruciaal belang dat u zich rekenschap geeft van de fiscale spelregels.

Bij omschakeling naar een ander soort onderneming kan de ondernemer, onder voorwaarden, gebruikmaken van de fiscale regel: doorschuiving via te conserveren inkomen naar andere onderneming. Deze wettelijke regel sluit aan bij de voorwaarden voor de toepassing van de herinvesteringsreserve.
Het belangrijkste verschil tussen beide regelingen is dat bij de toepassing van herinvesteringsreserve de vervangende bedrijfsmiddelen binnen de bestaande onderneming moeten worden aangeschaft en bij de doorschuiving via te conserveren inkomen. Daarentegen moet in dat geval wel sprake zijn van een volledige staking van de bestaande onderneming.

Opereren op scheidsvlak

Het opereren op het scheidsvlak tussen beide regelingen kan tot problemen leiden. Dat blijkt uit een rechtszaak, waarover het gerechtshof onlangs oordeelde. In deze rechtszaak is de vraag of bij de omschakeling van een pluimvee- annex akkerbouwbedrijf naar een paardentak annex akkerbouwbedrijf gebruik kon worden gemaakt van een van beide regelingen. De ondernemer staakte zijn pluimveebedrijf. Hij wilde afrekening over de behaalde boekwinst bij de verkoop van pluimveerechten voorkomen door:

  • toepassing van de herinvesteringsreserve. De ondernemer had immers geherinvesteerd in de paardentak. De inspecteur stond de toepassing van de herinvestering niet toe, omdat de paardentak geen bron van inkomen vormde;
  • toepassing van de doorschuiffaciliteit. Dit stond de rechtbank niet toe, omdat de onderneming niet volledig was gestaakt, door voortzetting van de akkerbouwtak, en de paardentak als een nieuwe activiteit werd gezien.

In hoger beroep werd de toepassing van beide regelingen als geschilpunt aan de orde gesteld. De rechter volgde de inspecteur in zijn standpunt dat de paardentak in de toekomst geen positief inkomen op kon leveren en dus geen bron van inkomen zou vormen. Hiermee werd de toepassing van de herinvesteringsreserve onmogelijk. 

De rechter oordeelde dat het pluimveebedrijf en de akkerbouwtak tot de staking van het pluimveebedrijf in fiscale zin één onderneming vormden. Hij bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de gedeeltelijke staking de mogelijkheid van doorschuiving in de weg stond. Ten overvloede overweegt het hof dat zelfs als de paardentak wel een bron van inkomen zou vormen, dit inkomen niet zou zijn aan te merken als winst uit onderneming, omdat de activiteiten louter uit de verhuur van rijhallen bestonden.

Goede regie vereist
Uit deze uitspraak blijkt dat de toepassing van de herinvesteringsreserve en/of de doorschuiving een goede regie vereisen. De collega-ondernemer had mogelijk meer succes gehad indien hij tezamen met de staking van het pluimveebedrijf ook de akkerbouwtak zou hebben gestaakt. Verder had hij met een bedrijfsplan aannemelijk moeten maken dat de omschakeling naar de paardentak in de toekomst een positief resultaat op zou leveren.
Ook had hij ervoor moeten zorgen dat de paardentak meer inhield dan slechts het verhuren van rijhallen, zodat er een volledig nieuwe onderneming zou zijn ontstaan en wel aan de voorwaarden voor de toepassing van de doorschuiving zou zijn voldaan.


Bron: Nieuwe Oogst