Lobby LTO Nederland kunstmestvervangers

In Nederland en Europa maakt LTO Nederland zich al sinds 2008 hard voor de erkenning van kunstmestvervangers buiten de stikstof gebruiksnorm voor dierlijke mest (170/230/250 kg N/ha).

Dit heeft er toe geleid dat in Nederland al vele jaren een beperkt aantal pilots met een ontheffing draait voor de inzet van onder andere mineralenconcentraten. Het is nu van belang deze pilotsituatie om te zetten in definitieve wetgeving. Ook in Europees verband heeft LTO Nederland hier onlangs weer voor gepleit. Onze inzet is te komen tot werkbare regels waar in ieder geval de pilotproducten aan kunnen voldoen. Met de voorlopige criteria die nu voorgesteld worden lijkt dit te kunnen.

Het gebruik van dierlijke mest is in de Europese Nitraatrichtlijn beperkt tot 170 kg N/ha (met derogatie 230/250 kg N/ha). Om er zeker van te zijn dat producten uit dierlijke mest geen verhoogd risico op nitraatuitspoeling geven, heeft de Europese Commissie een onderzoek laten uitvoeren bij haar eigen onderzoekscentrum Joint Research Centre (JRC). Dit onderzoeksproject heet Safemanure. Belangrijkste doel van Safemanure is het vaststellen van criteria waar stikstofmeststoffen die uit dierlijke mest gewonnen worden aan moeten voldoen om als chemische meststof zoals gedefinieerd in de Nitraatrichtlijn te kunnen worden gebruikt. Eind januari is het concept rapport over Safemanure met belanghebbenden in Europa besproken. LTO Nederland heeft hierbij de belangen van de Nederlandse landbouw verdedigd. Dit was nodig om te voorkomen dat de eisen aan kunstmestvervangers onnodig verzwaard zouden worden. De LTO inzet heeft er mede voor gezorgd dat de criteria die voorgesteld worden, werkbaar zijn voor Nederlandse boeren en mestverwerkers. De conclusies van dit overleg zullen door het JRC verwerkt worden in de definitieve versie van het rapport dat in mei wordt gepubliceerd. Daarna vindt de politieke besluitvorming in Europa plaats en aansluitend de implementatie in de Nederlandse wetgeving. Ook in deze twee trajecten blijven we ons inzetten om er voor te zorgen dat kunstmestvervangers zo snel mogelijk toegestaan worden in Nederland. Gezien het traject dat nog doorlopen moet worden is het de verwachting dat toelating op zijn vroegst in 2021 plaats kan vinden.

De Nitraatrichtlijn maakt onderscheid tussen twee soorten meststoffen: dierlijke meststoffen (inclusief verwerkte mest) en chemische meststoffen (geproduceerd via een industrieel proces). De kunstmestvervangers die uit dierlijke mest gewonnen worden, hebben van het JRC de naam RENURE gekregen. RENURE staat hierbij voor REcovered Nitrogen from manURE. Het JRC heeft criteria voorgesteld waar RENURE meststoffen aan moeten voldoen om als chemische meststof zoals gedefinieerd in de Nitraatrichtlijn te kunnen worden gebruikt.

De voorgestelde criteria voor RENURE zijn.

  1. RENURE bemestingsproducten moeten tenminste (≥) 90% minerale stikstof ten opzichte van stikstof totaal bevatten OF de verhouding organische koolstof ten opzichte van stikstof totaal moet kleiner of gelijk (≤) zijn aan 3. Deze verhoudingen moeten gecorrigeerd worden voor elke toevoeging van chemische stikstof afkomstig van Haber-Bosch-proces.
  2. RENURE bemestingsproducten mogen de volgende limieten aan zware metalen niet overschrijden:
    a. Koper: 300 mg/kg droge stof
    b. Kwik: 1 mg/kg droge stof
    c. Zink: 800 mg/kg droge stof
  3. Lidstaten moeten de nodige voorzieningen treffen om ervoor te zorgen dat het tijdstip van toediening en de gift van RENURE en andere materialen worden gesynchroniseerd met de NPK-behoefte van de gewassen om uit- en afspoeling van nutriënten te voorkomen en tot een minimum te beperken, b.v. door het gebruik van vanggewassen, indien van toepassing.
  4. Lidstaten moeten de nodige voorzieningen treffen om NH3-emissies te voorkomen en te minimaliseren tijdens RENURE toepassing op het veld, vooral:
    a. Voor RENURE bemestingsproducten met minder dan (<) 40% nitraat ten opzichte van totaal stikstof.
    b. Voor RENURE bemestingsproducten die toegepast worden op grond met een pH-H2O bodem > 5.
  5. Lidstaten moeten maatregelen nemen om emissies naar de lucht tijdens de opslag van RENURE bemestingsproducten te voorkomen en te minimaliseren.
    Emissies zijn hierbij verbonden aan ammoniak en broeikasgassen.
  6. Informatie over de samenstelling van N, P en K moet worden verstrekt om een juiste toepassing en gebruik van RENURE-materiaal te bevorderen.

Het gaat hier om voorgestelde criteria. Het JRC zal een aantal omschrijving nog aanpassen. De vlag kan dus nog niet uit, maar we zijn wel weer een paar stappen verder gekomen en er liggen zeker kansen voor Nederlandse boeren en mestverwerkers.


Bron: LTO Nederland