LTO Nederland maakt balans op inzet en resultaat op voorgestelde maatregelen mestbeleid

Dit jaar, 2021, is het laatste jaar van de looptijd van het 6e actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (6e APN). Het ministerie van LNV heeft recentelijk een aantal voorgenomen maatregelen uit het 6e APN vertaald naar wet- en regelgeving.

LTO Nederland blikt terug op de meest actuele wijzigingen en maakt de balans op van haar lobby-inzet en het uiteindelijke resultaat.

  • Melden van de voorgenomen teelt van maïs
    Per begin van 2021 is het ‘besluit gebruik meststoffen’ (Bgm) aangepast met gevolgen voor de maïsteelt. Door deze wijziging moeten ondernemers op uiterlijk 15 februari van het lopende jaar de voorgenomen maïsteelt op percelen op zand- en lössgronden gemeld hebben. Is dit niet gedaan, kan er dat jaar géén maïs worden geteeld.

    LTO Nederland kan zich, als alternatief op het verplichtstellen van rijenbemesting van dierlijke mest, vinden in de doelstelling om de uitrijdperiode voorafgaand aan de maïsteelt naar achteren te halen. Dit vraagt namelijk géén investeringen op korte termijn van de sector en deze doelstelling ligt in lijn met de goede landbouwpraktijk. Wel heeft LTO Nederland direct aangegeven dat de uitwerking van het vooraf melden van teelten in de vorm van ‘kalenderlandbouw’ met vaste data niet wenselijk is. De regeling moet wel praktisch werkbaar zijn.

    Het vóór 15 februari melden van maispercelen hoort hier in onze ogen niet bij. Het ministerie van LNV blijft hier helaas wel aan vasthouden. Deze maatregel is in de plaats gekomen voor de eerder voorgenomen maatregel voor verplichte rijenbemesting van dierlijke mest in de maïsteelt op de zand- en lössgronden. De rijenbemesting is komen te vervallen naar aanleiding van de lobby van LTO Nederland. Praktijkonderzoek heeft namelijk aangetoond dat het effect van deze maatregel tegenviel en tegelijkertijd gepaard ging met grote investeringen voor de sector.
  • Een nieuwe gecombineerde fosfaatindicator
    Over de fosfaatgebruiksnormen voor 2021 was veel te doen in 2020. Door de beoogde invoering van de nieuwe, gecombineerde, fosfaatindicator zouden veel ondernemers -onder andere akkerbouwers op de (zuidwestelijke) zeeklei- er in 2021 ten opzichte van 2020 meer dan 10 procent op achteruit gaan qua fosfaatbemestingsruimte. Dat was voor LTO Nederland onverteerbaar, en er is daarom zwaar ingezet richting LNV om dit te voorkomen. En met succes: op kerstavond 2020 maakte de minister kenbaar dat er een overgangsjaar komt.

    Op 11 februari jl. heeft de minister van LNV de Tweede Kamer nogmaals meegedeeld dat er een overgangsregeling komt voor de invoering van de gecombineerde indicator voor de bepaling van de fosfaattoestand in de bodem. Heel concreet: analyserapporten met een datum van monstername gelegen tussen 15 mei 2016 en 15 mei 2017 zijn geldig verklaard tot vijf jaar na de datum van monstername. Hiermee kunnen deze ook nog gebruikt worden in 2021.

    LTO Nederland is blij met het resultaat van de tijdelijke overgangsregeling voor 2021 maar benadrukt dat dit uitstel geen afstel betekent; er is dus nog veel werk voor de boeg. De eerste gesprekken met het ministerie van LNV hierover zijn inmiddels al aangevraagd.
  • Korting van de stikstofgebruiksnormen na het scheuren van grasland
    Afgelopen week is de wijziging van de uitvoeringsregeling meststoffenwet (Urm) gepubliceerd in de Staatscourant. In het 6e APN werd oorspronkelijk ingezet om het telen van een vanggewas na de teelt van consumptie- en fabrieksaardappelen in het zuidoostelijk-zandgebied verplicht te stellen.
    Uiteindelijk gaf de minister in de zomer van 2020 aan deze maatregel te schrappen, en te vervangen voor een korting van de stikstofgebruiksnormen voor deze teelten na het scheuren van grasland.

    LTO Nederland is in het algemeen tegenstander van een generieke korting, en pleit al langere tijd voor een verfijnde bepaling door bijvoorbeeld een N-mineraalmonster te nemen. LTO Nederland heeft ook eerder kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met het voornemen om de maatregel met korting van de stikstofgebruiksnormen na het scheuren van grasland gevolgd door de teelt van consumptie- en fabrieksaardappelen op álle zandgronden af te kondigen. In het 6e APN werd in eerste instantie namelijk gesproken over maatregelen enkel in het zuidoostelijk-zandgebied. Helaas blijft het ministerie van LNV hier aan vasthouden, blijkt uit de publicatie in de Staatscourant.
  • Verplichtstelling van drempels in de ruggenteelt
    Om afspoeling van nutriënten (o.a. nitraat en fosfaat) naar het oppervlaktewater te voorkomen is in het 6e APN de maatregel opgenomen om drempeltjes aan te leggen in ruggenteelten op de klei- en lössgrond. Deze maatregel is vertaald naar nationale wet- en regelgeving en had (met terugwerkende kracht) de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2021. Echter, deze uitwerking riep al langere tijd veel weerstand op in de akkerbouw en vollegrondsgroentensector in verband met toepasbaarheid en effectiviteit.

    Al sinds 2017 voert LTO Nederland lobby tegen een generieke invoering van deze maatregel op de ruggenteelt op de klei- en lössgronden. Meerdere keren heeft LTO Nederland aangegeven dat er ook andere alternatieven zijn, alleen tot een goede dialoog met het ministerie kwamen we niet. Jaap van Wenum (LTO vakgroepvoorzitter Akkerbouw en Vollegrondgroenten) en LTO Nederland voorzitter Sjaak van der Tak startten daarom een noodoffensief om alsnog af te zien van deze generieke maatregel. Parallel daaraan heeft LTO Nederland de kwestie ook aangekaart bij diverse Tweede Kamerfracties.

    Op 26 januari 2021 stelden, mede op aangeven van LTO Nederland, de Kamerleden Lodders (VVD), Geurts (CDA), Bisschop (SGP), Madlener (PVV) en Van Haga (FvD) schriftelijke vragen over de haalbaarheid. Daarmee ondertekende een meerderheid uit de Tweede Kamer het verzoek om van de maatregel af te zien. Minister Schouten schrapte daarop de drempelmaatregel. LTO Nederland is verheugd met dit eindresultaat, al is het op de valreep.

Bron: LTO Nederland