Wikke

Resultaten eerste experiment Kringloopbedrijf

Drie studenten van de HAS Hogeschool Den Bosch zijn aan het rekenen gegaan voor twee akkerbouwers en een melkveehouder, die de ambitie hebben om samen een kringloopbedrijf op te zetten op Goeree-Overflakkee.

Hoe ziet zo’n bedrijf eruit? Hoe moet het bouwplan eruit gaan zien? Hoeveel koeien kunnen we houden? Hoeveel CO2-winst gaat het opleveren? En natuurlijk: wat betekent het voor onze opbrengst? De studenten hebben een ontwerp gemaakt voor een bedrijf van 100 ha met behulp van de Cool Farm Tool.

Een minder intensief bouwplan
In het nieuwe bouwplan staat het kunnen voeden van de eigen koeien centraal. Hiervoor wordt voorgesteld om te gaan werken met een mengteelt van veldbonen en wintertarwe (samen 15ha) als alternatief voor de aanvoer van krachtvoer. Snijmais (10 ha) en gras-klaver (10 ha) nemen ook een grotere plek in. Volgens de studenten zouden deze totaal 35 hectares voedergewassen genoeg moeten zijn om 45 koeien van te voeren.

Op het bedrijf blijven dan 65 hectares over voor de teelt van producten voor humane consumptie. Het nieuwe bouwplan bevat de gewassen die de telers gewend waren, maar in wat andere verhoudingen. De gewassen met een grote CO2 footprint - spruiten, tulpen en aardappelen - gaan terug in hectares (16, 16 en 8 ha). De gewassen die volgens de studenten een kleinere CO2 footprint veroorzaken – suikerbieten en uien – worden op een grotere oppervlakte geteeld (beide op 10 ha). Dit bouwplan zou niet alleen voor de CO2 footprint gunstig uitpakken, maar ook voor de bodemkwaliteit, omdat het nieuwe bouwplan meer rustgewassen bevat.

Minder aanvoer van mest
Op de huidige bedrijven wordt 71% van de dierlijke mest van buitenaf aangevoerd. Door een vergroting van het aantal koeien van 29 naar 45 op 100 ha verwachten de studenten deze aanvoer van dierlijke mest te kunnen verminderen naar 43%. Zo wordt het kringloopbedrijf meer zelfvoorzienend. Daarvoor is de mestgift op gras en mais in de berekeningen wat naar beneden bijgesteld.

Het plan gaat niet uit van een lagere kunstmestgift, omdat de ondernemers hier geen mogelijkheid voor zagen. Studenten verwachten echter wel dat de kunstmestgift naar beneden bijgesteld zou kunnen worden, als er efficiënter gebruik wordt gemaakt van dierlijke mest van de eigen koeien.

Het resultaat: minder afhankelijkheid van externe inputs
De oorspronkelijke opdracht voor de studenten was om de huidige CO2 footprint te berekenen. Vervolgens hebben zij als extra opdracht een ontwerp gemaakt voor het ‘kringloopbedrijf van de toekomst’. Uiteraard waren de ondernemers benieuwd wat dat zou opleveren in termen van economische opbrengst en CO2 footprint. Uit de berekeningen komt dat de winst van het nieuwe bedrijf met 8% zou dalen ten opzichte van het originele bedrijf. Dit heeft te maken met de extensivering van het bouwplan. 

De CO2 footprint voor het huidige bedrijf is 503.000 kg CO2 eq. Het effect van het nieuwe ontwerp op de CO2 footprint kon met de gebruikte rekentool niet exact berekend worden. Daar zijn drie redenen voor. Ten eerste wordt de CO2 impact van de productie van dierlijke mest buiten het bedrijf niet meegerekend in de tool. Wanneer je meer eigen mest gaat produceren, lijkt het daarom of de CO2 footprint stijgt. Ten tweede is het de studenten niet gelukt om de aanvoer van krachtvoer uit de rekentool te halen. De impact hiervan zit dus nog in de cijfers van het herontwerp, terwijl er geen aanvoer van krachtvoer meer is. Ten derde is de kunstmestgift niet verlaagd op verzoek van de ondernemers. Studenten verwachten dat dit wel zou kunnen. De verwachting is dat om de genoemde redenen de CO2 footprint van het kringloopbedrijf van de toekomst lager zal uitvallen dan van het huidige bedrijf. 

Het resultaat zet de ondernemers aan het denken
Op het ontwerp van de studenten is door de ondernemers positief gereageerd. “Het helpt ons om onze voelhorens uit te steken op dit onderwerp. Het is leuk om hieraan met jonge, enthousiaste mensen te werken”, aldus een van de akkerbouwers. Zijn collega vult daarop aan: “Het is een interessant bouwplan. Ik zie potentie in rustgewassen om de opbrengst van andere gewassen op termijn te kunnen verhogen. De praktijk is wat grilliger dan een rekentool, maar we zoeken wel verder op basis van deze ideeën.” De betrokken melkveehouder vindt de teelt van ‘eigen krachtvoer’ sterk aan het herontwerp. “Het verdienmodel beperkt ons op dit moment. De teelt is gewoon duurder dan de aankoop van elders. Maar misschien ga ik toch maar eens een stukje inzaaien om het te proberen.”

Nieuw onderzoek naar kringloopbedrijf
Deze studenten en ondernemers zijn klaar met hun opdracht, maar er staat alweer een nieuwe groep in de startblokken. Vanaf half februari gaat een nieuwe groep studenten aan de slag met een opdracht van een andere akkerbouwer en een melkveehouder met vergelijkbare ambities. Zij willen ondersteunend aan hun kringloopbedrijf een deel van het land als agrarische natuur inrichten en hebben de studenten om hulp gevraagd om met hen mee te denken hoe deze natuur eruit zou kunnen zien. Het liefst zien zij dat landbouw en natuur elkaar versterken. De resultaten van hun onderzoek verschijnen in de loop van het jaar op deze website.

Over het project Vruchtbare Kringloop Zuid-Holland
Vruchtbare Kringloop Zuid-Holland is een experimenteertuin, waarin boeren en tuinders met elkaar kringlooplandbouw realiseren. Bodem, nutriënten en biodiversiteit staan daarin centraal. Wilt u meer weten over het project? Klik hier

Het project wordt mede mogelijk gemaakt door Provincie Zuid-Holland en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.