Drenthe, Drentsche Aa, water, sloot

Invulling nieuwe natuur flexibel

LTO Noord wil dat de laatste 1.000 hectares die zijn overeengekomen voor de aanleg van nieuwe natuur in Drenthe zo flexibel mogelijk worden ingevuld.

In de afgelopen decennia is 14.500 hectare aan het Drentse Natuurnetwerk (de voormalige EHS) toegevoegd. Volgens de afspraken gemaakt in 2011 in het Drents Groenmanifest moet vanaf 2018 nog maximaal 1.000 hectare worden begrensd. Dat gebeurt in een overleg tussen Drents Particulier Grondbezit, natuurterreinbeheerders, Drentse natuur en milieufederatie, de vier waterschappen en LTO Noord.
In het overleg konden alle partijen hun wensen inbrengen. Dat leverde veel meer nieuwe natuur op dan er in de overeengekomen 1.000 hectare kunnen. Om het toch te laten passen is afgesproken dat in de zoektocht naar geschikte locaties robuuste natuur en landbouw het uitgangspunt zijn.

Draagvlak
Ook wordt gekeken naar haalbaarheid en draagvlak. Dit moet ervoor zorgen dat de hectares nieuwe natuur zo min mogelijk inbreuk plegen op het landbouwbelang. Uit de ‘restpot’ van 1.000 hectare komt niet alleen nieuwe natuur, maar wordt ook gewerkt aan verbetering van de landbouwstructuur.
In diverse delen van Drenthe, zoals de Drentsche Aa, Oude Diep en Hunzedal, werken bestuurcommissies aan het invullen van het Natuurnetwerk via het programma Natuurlijk Platteland van provincie Drenthe.
LTO Noord pleit ervoor om de 1.000 nog resterende hectares niet allemaal zo snel mogelijk vast te leggen, maar rekening te houden met die gebiedsprocessen. ‘We hebben nog tot 2027. Je moet niet alle wensen als één geheel en in beton willen wegzetten. Het is gemakkelijker ze werkende weg in het gebiedsproces in te brengen’, stelt beleidsadviseur Roel Visser van LTO Noord.
Volgens LTO Noord moeten gebiedsprocessen niet worden gefrustreerd met gedetailleerde opdrachten van buitenaf. ‘Het is dan slimmer om hectares in te brengen die in het gebied ook knelpunten kunnen oplossen. Die ‘vrije hectares’ vormen dan de smeerolie in het gebiedsproces. Het verkleint de kans op weerstand, zodat ook natuurontwikkeling van de grond komt’, zegt Visser.
Praktisch komt het er voor LTO Noord op neer de 1.000 hectare die nu nog moet worden begrensd niet centraal in een nieuw kaartbeeld te zetten, maar de gebiedscommissies te vragen hoeveel hectare hun gebieden kunnen opnemen. Visser: ‘Die vrije hectares kunnen het proces zo van een bedreiging omzetten in een kans.’