Stikstofaanpak Drentsche Aa wordt complexe puzzel

De Drentsche Aa is een oud cultuurlandschap waar boeren, natuurbeheerders en recreatieondernemers zo goed en zo kwaad als het gaat er samen het beste van proberen te maken. Zal de stikstofaanpak die verhoudingen op scherp zetten?

De Drentsche Aa doorsnijdt een groot deel van het midden van Drenthe en is een bijzonder gebied. Het is een vrijwel onaangetast beekdalenstelsel met een tiental kronkelende stroompjes, oude esgronden bij de dorpen en verder heidevelden en bossen. Het vormt een lappendeken van natuurgebiedjes met de stroompjes, in Drenthe diepjes genoemd, als levensader, afgewisseld met landbouwgronden en natuur.

Juist die gevarieerdheid maakt de Drentsche Aa aantrekkelijk, maar het beheer ervan is complex. Natuurbeheer, landbouw en recreatie delen het gebied en zijn er vaak ook sterk met elkaar verweven. Meer dan de helft van het Nationaal Park Drentsche Aa bestaat uit landbouwgronden, minder dan de helft is natuur, een klein deel is bebouwing. Veel boeren pachten natuurgrond voor bijvoorbeeld beweiding en zijn zo ook een beetje natuurbeheerder of hebben er een recreatietak bij. Reguliere campings of bungalowparken zijn er ook, maar ze zijn meestal kleinschalig.

Andere wereld
Wie op een zomerse dag het gebied te voet, op de fiets of met de auto of motor doorkruist, lijkt een andere wereld binnen te stappen. Even buiten Assen wordt het een reis naar de tijd toen waterlopen nog kronkelden, met vogels, vlinders en libellen te kust en te keur, hier en daar een graanakker, percelen aardappelland of weiland met vee erin en eindeloos veel kronkelweggetjes met idyllische doorkijkjes, uitkomend in pittoreske dorpen.
‘Inderdaad, de grote gaafheid van het gebied maakt het speciaal, erkent voorzitter Jaap Verhulst van het Overlegorgaan Drentsche Aa, het platform waar de lokale belangen van landbouw, natuur- en waterbeheer en recreatie in het Nationaal Park bij elkaar komen. ‘Overal in Nederland zijn wel mooie plekjes te vinden. Maar zo ongeschonden als hier... Het is er bijvoorbeeld ‘s nachts nog echt donker.’

Rode koppen

Hoe met dit unieke landschap om te gaan, is decennia een strijd geweest tussen natuur- en economisch belang. Wie krijgt de ruimte? Stonden boeren en natuurbeschermers in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw nog wel eens met rode koppen tegenover elkaar, de laatste jaren is die strijdbijl wel begraven. Al zijn er af en toe nog wel eens spanningen, zoals over het oprukken van de bollenteelt in het gebied of over compensatie voor vernatting van een nabijgelegen natuurterrein.

De benoeming van de Drentsche Aa tot Nationaal Park en het bijbehorende overlegorgaan hebben volgens Verhulst een belangrijke rol gespeeld in het vinden van een evenwicht tussen die verschillende belangen. ‘Het was bij de start in 2002 een experiment. De Drentsche Aa was het eerste Nationaal Park met een verbrede doelstelling. We zijn er niet alleen voor de beken, ook de es hoort erbij en daarmee dus de landbouw. Sterker nog, we zijn er voor de hele samenleving, voor wonen en werken.’

Daarnaast heeft aanwijzing van de Drentsche Aa tot Natura 2000-gebied duidelijkheid gebracht waar natuur de boventoon voert, grotendeels in de beekdalen, en waar landbouw en recreatie meer ruimte krijgt. Van een onderlinge strijd is volgens Verhulst dan ook geen sprake meer. ‘De partijen hebben zelf ook belang bij goede verhoudingen. Alles gebeurt hier in goed overleg.’

Roet in het eten
Gevraagd of het huidige stikstofbeleid, dat zeker in de landbouw inmiddels weer voor rode koppen zorgt, hier geen roet in het eten dreigt te gooien, geeft Verhulst een diplomatiek antwoord: ‘We hebben met elkaar afgesproken dat we de kwaliteiten van dit gebied willen gebruiken en bewaren voor de toekomst. Als je het hebt over stikstofbeleid, heb je het in feite over extensivering.’

Volgens Verhulst is een gebiedsgerichte aanpak van het stikstofprobleem niet in strijd met wat er in het gebied al zou moeten gebeuren. ‘Ik zie het stikstofbeleid van dit moment niet als iets wat daar tegenin gaat. Het is altijd al een wens geweest om het bekenstelsel hier goed te beschermen. Het is ook in het belang van de boeren. Dat watersysteem is in feite ook het geheim van de Drentsche Aa.’

Stevige opgaven
Verhulst ontkent niet dat er in de Drentsche Aa nog stevige opgaven liggen in het kader van het natuurbeleid. Zoals afronding van het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen de EHS) met nog zo’n 550 hectare en daar bovenop waarschijnlijk nog extra stikstofbuffering rond de bestaande natuurterreinen. ‘Het zal ook niet eenvoudig worden. Belangrijk is dan de langetermijnperspectieven in het oog te houden. En de mensen hier kennend, weet ik dat zij zich niet zo snel van de wijs laten brengen.’

Net als Verhulst ziet LTO-regiobestuurder Jan Bloemerts de uitvoering van de stikstofplannen voor het Drentsche Aa-gebied als complex. ‘In andere Drentse natuurgebieden, zoals het Dwingelderveld, is het duidelijk. Daar kun je een lijn omheen trekken. In de Drentsche Aa is dat veel lastiger doordat veel landbouw binnen het Nationaal Park ligt, een gevolg van het heel specifieke landschap.’

Zware dobber
Daar buffermaatregelen toepassen, wordt dan een heel zware dobber, verwacht Bloemerts. ‘Het zal pijn doen voor de boer en dan krijg je een scherpe discussie. Je kunt weer recht tegenover elkaar komen te staan. Vraag is dan: wie gaat er bewegen?’

Directeur Dick Dijkstra van het Recreatieschap Drenthe wijst allereerst op het grote belang van het Nationaal Park Drentsche Aa voor de omgeving. ‘Voor veel Groningers en Drenten is het hun achtertuin. Van de circa 1 miljoen bezoekers per jaar komt 80 procent uit de nabije omgeving. Met die aantallen doe je het keurig goed.’

Met elkaar

Dijkstra verwacht dat bij de komende discussie over het gebied niet alleen rekening wordt gehouden met natuur en landschap, maar ook landbouw en recreatie worden meegewogen. ‘Als er problemen zijn, zul je die toch met elkaar moeten oplossen. Je moet dan voor de toekomst keuzes maken die passen. Alles bij de landbouw neerleggen, gaat dan wat ver. Anderen hebben ook een rol in het gebied.’

Ook voormalig lid Tienke Zingstra van het Overlegorgaan, tot voor kort eigenaar van camping De Berenkuil in Grolloo, verwacht dat de verschillende partijen elkaar wel weten te vinden. ‘Zolang we met elkaar maar hetzelfde doel hebben: een bloeiend nationaal park. De landbouw gebruikt het grootste deel van het gebied. Dan is het belangrijk dat er boeren blijven, ook voor het landschap. Ze zijn toch de basis waar het park op drijft.’

 

Bron: Nieuwe Oogst