Drentse bodem prima basis bioteelt

Biologisch akkerbouwer Gerard Lanting in Oosterhesselen verruilde heel bewust de Flevolandse klei voor de lichte Drentse zandgronden. ‘Makkelijk bewerkbare grond is een groot voordeel.’

Akkerbouwer Gerard Lanting is overwegend beschouwend en genuanceerd, maar over één ding is hij uitgesproken: biologische teelt is hem op het lijf geschreven. ‘Ik verwonder me nog steeds over de kracht en de slimheid van de natuur. De kunst is om de natuur het werk te laten doen, want die kan dat veel beter dan wij dat kunnen.’

Hij ging in 2003 van start op de locatie in Oosterhesselen. Met een paar hectare, voornamelijk graan, werd een begin gemaakt. Inmiddels bewerkt hij jaarlijks ongeveer 60 hectare en is er grote diversiteit aan gewassen. Van kervel en peterselie tot waspeen en cichorei. ‘Al is de onkruiddruk hoger, de grond is hier altijd makkelijker bewerkbaar en dat is een groot voordeel.’

Na bijna twintig jaar is duidelijk dat Lanting het in de vingers heeft. De gewasopbrengsten doen nagenoeg niet onder voor die van gangbaar. ‘Met graan blijven we wel achter. Ik denk omdat we daar toch de bemesting in het seizoen missen, maar met de cichorei halen we makkelijk zo rond de 50 ton.’

En dat terwijl cichorei, bestemd voor koffietoepassingen, een lastig te telen gewas is, zeker op de lichte zandgronden in de regio. Vooruitdenken en blijven opletten is het motto, legt de akkerbouwer uit. ‘Voor de cichorei moet ik soms tot twee keer toe een vals zaaibed bereiden om het onkruid de baas te kunnen. Zaaien doe ik pas eind april, rond Koningsdag. Dat is natuurlijk veel later dan gangbaar.’

En dan nog is dat geen garantie op succes, weet Lanting. ‘Vorig jaar heb ik zelfs besloten om het gewas al in een vroeg stadium af te branden, omdat de onkruiddruk uit de hand dreigde te lopen. Dan ben je weer terug bij af.’ Het verzonken groeipunt van cichorei biedt die mogelijkheid, mits er voldoende ontwikkelde blaadjes zijn.

Een risicovol besluit, maar de akkerbouwer ligt er niet wakker van. ‘Het blijft toch gewoon een eenvoudig rekensommetje: een stap terug doen of later veel investeren in arbeid om het gewas alsnog schoon te krijgen. Je moet gewoon altijd bij de les blijven en zorgen dat je het schoon houdt. Doe je dat niet, dan heb je daar jaren later nog last van.’

Vals zaaibed
Een vals zaaibed, schoffelen en veel eggen zijn dan ook een vast onderdeel van zijn programma. De Treffler-eg is voor Lanting een van de meest waardevolle investeringen geweest. De eg kan door hydraulische veerdruk en sensortechniek nauwkeurig werken. ‘Je kunt zo al heel vroeg in het seizoen beginnen met hele lichte druk van de tanden. Later kun je dat wat steviger instellen en je moet natuurlijk een beetje durven. De eerste keren ben je bang en zit je alleen maar achterom te kijken.’

De eg wordt nu vroeg in het voorjaar achter de trekker gehangen en komt er het hele seizoen niet meer achterweg, vertelt Lanting. ‘Met alle beschikbare middelen kunnen we het onkruid nu goed beheersen. Het kan dus wel, maar het gaat niet vanzelf, je moet er echt bovenop zitten.’

Wat betreft de onkruiddruk lijkt de keuze van Lanting om naar Drenthe te komen onlogisch. Het ouderlijk bedrijf in Zeewolde werd in 1997 verkocht. Vruchtbare klei, op een goed verkaveld bedrijf met een lage onkruiddruk. Grond en infrastructuur die zich bij uitstek leent voor de biologische teelt.

Het bedrijf had echter te maken met de beperkingen van een naburig zenderpark. Vanaf dat moment heeft Lanting zijn ogen de kost gegeven. Van Europa tot Canada en Nieuw-Zeeland, Gerard en zijn vrouw Garma hebben verschillende mogelijkheden verkend. ‘Maar daar is het ook geen halleluja hoor. Je moet overal werken voor je centen.’

Coöperatief denken
Wat voor Lanting vooral een rol speelde om uiteindelijk toch in Nederland te starten, is het coöperatieve denken en werken in ons land. ‘Ik wist dat ik sowieso biologisch wilde telen en hier is de afzet gewoon goed geregeld. Dat was destijds al zo toen we de beslissing hebben genomen. Als ik hier morgenvroeg een vrachtauto wil hebben, dan is die er ook. Dat moet je elders nog maar bezien.’

De bodem is voor de akkerbouwer een van de belangrijkste elementen. Volgens Lanting is dat niet iets exclusief voor de biologische landbouw. ‘Ik denk dat elke akkerbouwer onderhand wel bewust bezig is met een gezonde bodem. Toen ik hier begon, bleek na twee jaar omschakeling een perceel zwaar besmet met vrijlevende aaltjes.’

Het enige wat Lanting kon doen, was de bodem tijd geven. ‘Terwijl ik gewassen teelde waar de aaltjes zich op vermeerderden, was er na een paar jaar niets meer aan de hand. Er was weer balans. De grond komt gewoon naar je toe.’

Bron: Nieuwe Oogst