Grondbank in veenweideplan is voor ons cruciaal

Het veenweidegebied in Friesland staat volop in de belangstelling. Provincie en Wetterskip Fryslân werken aan een verscherpte veenweidevisie, terwijl natuurorganisaties en anderen hun eigen plannen presenteren. Geart Benedictus behartigt de boerenbelangen in de zoektocht naar toekomstperspectief.

Een jaar geleden presenteerde u namens zeven Friese landbouworganisaties het alternatieve veenweideplan ‘Mei beide fuotten op ‘e feangrûn’. Wat was ook alweer de aanleiding?
‘Het plan werd destijds gepresenteerd om tegenwicht te bieden aan de vele plannen die over het veenweidegebied werden en worden uitgestrooid, naast de veenweidevisie die de provincie in 2015 heeft vastgesteld. Een sterk punt was en is dat we als zeven Friese landbouworganisaties met één mond praten. Zo heb je een krachtige positie. Er zijn maar weinig boeren in het gebied die niet zijn vertegenwoordigd in de alliantie.’

Wat is jullie uitgangspunt?
‘Ons uitgangspunt is ‘boer blijven in het veenweidegebied’. De ondernemer is daarbij het vertrekpunt, niet de bedrijfsstructuur. We kiezen niet voor biologisch, natuurinclusief, gangbaar of hoe je het ook wilt noemen; daar moet iedereen vrij in zijn. Het mooie van de agrarische sector is juist de diversiteit. Niet overal is alles mogelijk op landbouwgebied, zo realistisch zijn wij ook. Daarvoor moet je dus een oplossing zoeken.
‘In gebieden waar het peil omhooggaat, is flankerend beleid nodig, zodat landbouw mogelijk blijft. Maatwerk is hierbij essentieel. Je moet kijken wat nodig is per perceel, bedrijf, regio en provincie. In Friesland zijn er al verschillen tussen de veengebieden en het Friese veen is weer totaal anders dan dat van Zuid-Holland. Daar komt bij dat we nog weinig afweten van veengrond en dat het lastig is om daar grip op te krijgen. Een grondbank is cruciaal als flankerend beleid. Je hebt grond nodig voor compensatie voor boeren die willen verplaatsen en voor kavelruil binnen een gebied.’

Er zijn boeren die wel uit de voeten kunnen met peilverhoging.
‘Als een individuele ondernemer kansen ziet, is dat prima. Die zijn ook nodig om het plaatje compleet te maken. Maar als Dafne Schippers de 100 meter in nog geen elf seconden loopt, wil dat nog niet zeggen dat iedereen dat kan. Je moet dat echt individueel bekijken en boeren niets opleggen.’

Er zijn al veel plannen voor het veenweidegebied gemaakt. Begin september kwam It Fryske Gea met een plan voor meer veengrond. Hoe staat u daartegenover?
‘Het is prima dat It Fryske Gea een plan voor veenbehoud maakt, maar beperk je dan wel tot je eigen grond. Het is gemakkelijk praten over een ander z’n bezit. Het gemak waarmee boerengrond wordt weggevaagd, dat heeft me geraakt. Het is onze grond. Daar kun je niet zomaar aankomen. Het plan van It Fryske Gea helpt wel om de boerengeledingen gesloten te houden. Als collectief sta je sterker. Daarvan is iedereen zich nu wel bewust.’

Bodemdaling, klimaat, landschap, biodiversiteit, stikstof. Ziet u door de bomen het bos nog in de veenweidediscussie?
‘De oorspronkelijke aanleiding van de veenweidevisie van de provincie was de bodemdaling. Daardoor wordt het voor de boeren in dit gebied steeds lastiger om hun bedrijf goed uit te voeren en verzakken er woningen. Een boer heeft ook baat bij minder bodemdaling. Dat moeten we niet vergeten. We kunnen de bodemdaling niet stoppen – behalve als we van het hele gebied een groot meer maken – maar we kunnen het proces wel vertragen.
‘Er wordt nu steeds meer aan het veenweidegebied gekoppeld. Na de bodemdaling kwam de CO2-discussie en die krijgt nu de overhand. We moeten ervoor waken dat nu niet ook nog de stikstofdiscussie wordt gekoppeld, want niemand weet nog wat er dan op ons afkomt. Beperken van de bodemdaling, dat is nog steeds onze eerste insteek. En als je een mooi veenweidelandschap wilt houden, moet je er blijven boeren.’

Zit er een verdienmodel in CO2-opslag?
‘Ik heb daar te weinig zicht op en ben er terughoudend in. Belangrijk is dat bij CO2-opslag de credits bij de agrarische sector terechtkomen en niet ergens anders. Maar of het een verdienmodel is? Een boer moet zijn geld verdienen uit de markt, met wat zijn melk opbrengt. Allerlei toeslagen zijn mooi meegenomen, maar daar kun je niet op bouwen. Die zijn tijdelijk, terwijl een boer in generaties denkt. Je kunt boeren niet iedere keer vragen om weer een andere kant op te draaien. Zo werkt dat niet.
‘Ons uitgangspunt is daarom dat de boeren in het veenweidegebied gecompenseerd moeten worden in grond, zodat ze op een rendabele manier kunnen blijven boeren. Daarvoor is een grondbank cruciaal. En daar waar compensatie in grond niet lukt, vinden we dat er een schaderegeling moet komen.’

Wat gebeurt er nu concreet?
‘In het veenweidegebied draaien verschillende proeven, zoals onderwaterdrainage en strokenteelt van mais. De resultaten zijn wisselend en soms verrassend. We krijgen steeds meer inzicht en de beschikking over betere technieken, bijvoorbeeld voor sensorgestuurd peilbeheer. En onze overtuiging dat je niet met het slootwaterpeil, maar met het grondwaterpeil moet werken om het water omhoog te krijgen, krijgen we ook steeds meer bevestigd.’

Hoe moet het nu verder?
‘Net zoals de provincie nu werkt aan een veenweidevisie 2.0, werken wij aan een versie 2.0 van ons plan. Ons plan is ook doorberekend in de kosten-batenanalyse van de provincie. Het uiteindelijke doel is dat ons plan onderdeel wordt van het Uitvoeringsplan 2020-2030 waaraan de provincie nu werkt. Als dat er ligt, zijn er heel wat dingen geregeld en kunnen we aan de slag.’

Geart Benedictus veenweide Fryslân

Geart Benedictus (67) uit Joure is zelfstandig adviseur in de agrarische en veterinaire sector. De veearts van professie was onder meer directeur van de Gezondheidsdienst voor Dieren Noord-Nederland.

Ook had en heeft hij meerdere bestuursfuncties. Zo was hij onder meer voorzitter van NLTO en de Bond van Friese VogelWachten.

Namens het CDA zat hij in Provinciale Staten van Fryslân en in de Eerste Kamer.

Benedictus is momenteel voorzitter van de stuurgroep Veenweide. Hierin zijn zeven agrarische organisatie vertegenwoordigd: LTO Noord, Agrarische Jongeren Fryslân, Het Friesch Grondbezit, Federatie Polderbelangen Friesland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Feriening Biologyske Boeren Fryslân en het Kollektievenberied Fryslân.

De stuurgroep zet zich namens deze organisaties in voor de toekomst van de agrarische sector in het veenweidegebied, de koe in de wei en het behoud van het karakteristieke landschap.


Bron: Ida Hylkema, Nieuwe Oogst