Nog veel onzekerheid in modellen voor veenweide

In de verschillende mogelijkheden om de bodemdaling van de veenweidegebieden te stoppen, zitten nog veel onzekerheden. Duidelijk is wel dat alle partijen ervan doordrongen zijn dat er iets moet veranderen.

‘De laatste vier jaar is er veel acceptatie gekomen dat het niet kan blijven zoals het was en dat het ge-bied graag wil meepraten. Dat is creëren van draagvlak’, stelde dagelijks bestuurder Jan van Weperen van Wetterskip Fryslân op een gezamenlijke bijeenkomst van Statenleden en algemeen bestuursleden van Wetterskip Fryslân.
Tijdens de bijeenkomst konden de bestuurders vragen stellen over de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de veenweideaanpak om later deze maand een besluit hierover te kunnen nemen (zie kader). Jaap Formsma van de Agrarische Jongeren Friesland was namens de samenwerkende landbouworganisaties, Besjoerlik Oerlis Feangreide, inspreker en hij kreeg veel vragen te verwerken.

Randvoorwaarden
De jonge melkveehouder zei dat de landbouwpartijen het advies dat voortkomt uit de MKBA ondersteunen, maar stelde wel enkele randvoorwaarden. Zo moet elk kansrijk gebied zijn eigen dynamiek houden en moet er worden gewerkt met een bottum-upbenadering. Daarnaast is er snel duidelijkheid nodig, vooral noemde hij de Hege Warren.
Randvoorwaarden zijn wat de landbouworganisaties betreft investeringen in bedrijfseconomisch perspectief voor de bedrijven, investeringen in de bodemvruchtbaarheid en investeringen in samenwerking en draagvlak.
In de MKBA zijn vijf verschillende modellen doorgerekend. Van generiek beleid tot het initiatiefvoorstel dat zes politieke partijen in april 2018 hebben ingediend. Dit model, woensdag verdedigd door voormalig Statenlid Sietze Schukking, gaat uit van vernatting van het veenweidegebied en verregaande extensivering van de landbouw. Het voorstel van Gedeputeerde Staten zit ergens in het midden.
Zwak punt in alle berekeningen is de grote onzekerheid die er nog is over verschillende zaken, erkenden gedeputeerde Douwe Hoogland (PvdA) en Van Weperen. Zo zitten er nog veel onzekerheden in de verdienmodellen die zijn gebruikt en zijn het Klimaatakkoord en de stikstofproblematiek niet meegenomen.

Meer onderzoek
Onduidelijk is bijvoorbeeld nog wat het effect is van onderwaterdrainage op de CO2-uitstoot. ‘Voordat we zaken gaan uitrollen, willen we een goede beoordeling van het resultaat kunnen maken. Daarom is er meer onderzoek nodig’, legde Van Weperen uit.
Draagvlak voor de maatregelen is erg belangrijk en dat moet je in de volle breedte zien, stelde Hoogland. ‘Het gaat om behoorlijke gebiedsprocessen. Wat we ook doen, het is niet voor een periode van vier jaar.’ Dat was ook de boodschap van Formsma. ‘De landbouw kijkt naar de lange termijn, maar we zijn ervan overtuigd dat er iets moet veranderen. Anders zat ik hier niet.’

Bron: Nieuwe Oogst