Twijfels over berekening van ganzenschade

LTO Noord en Friese ganzencollectieven hekelen gang van zaken over publicatie van rapport

De uitkering voor ganzenschade moet sterker worden ge-koppeld aan de ganzenbezetting na 1 april. Ook is een herbezinning nodig van schade-uitkeringen op percelen die geen begrazing meer hebben gehad na 1 april. Die aanbeveling doen onderzoekers van het ecologisch adviesbureau Altenburg & Wymenga en Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Achtergrond
De onderzoekers komen met hun advies naar aanleiding van het onderzoek naar de ‘effecten van verjaging op vraatschade door ganzen in Fryslân’. Dat onderzoek is gedaan in opdracht van provincie Fryslân en BIJ12 in het kader van de evaluatie van de ‘Fryske Guozzeoanpak’. Deze aanpak houdt in dat ganzen tot 1 april met rust worden gelaten in de aangewezen ganzenfoerageergebieden en daarbuiten worden verjaagd.
Het onderzoek, uitgevoerd in De Deelen en De Eanjumerkolken, richtte zich op het effect van het verjagen van ganzen, onder meer op weidevogels. Het effect van het bejagingsmoment en op weidevogels bleek niet goed meetbaar te zijn.
Wel bleek duidelijk dat in de onderzochte gebieden meer ganzen in de ganzenfoerageergebieden zaten dan erbuiten. Daarnaast bleek dat de begrazingsdruk in deze gebieden ook aantoonbaar hoger is. Ook na 1 april zaten er meer ganzen in de voormalige ganzenfoerageergebieden dan erbuiten.

Taxaties
Volgens de onderzoekers wordt bij taxaties van schade uitgegaan van een verschil tussen referentiehoogte en gemeten grashoogte die er in werkelijkheid niet is. Het gras maakt in april en mei een zodanige groeispurt dat er op percelen waar na 1 april geen ganzendruk meer is, nauwelijks nog een verschil is op het moment van maaien. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er te veel schadevergoeding wordt uitgekeerd.
De provincie en BIJ12 willen dat er vervolgonderzoek wordt gedaan, voordat de taxatievoorschriften mo-gelijk worden aangepast. ‘Het onderzoek is geen aanleiding om de gehanteerde taxatieprotocollen en -richtlijnen tegen het licht aan te houden’, stelt BIJ12 in een reactie.
Als uit vervolgstudies naar voren komt dat er aanleiding toe is, worden de bevindingen gebruikt om in samenspraak met de provincies de kwaliteit van de taxaties verder te verbeteren. Vooralsnog is er geen aanleiding om aan te nemen dat er ten onrechte schades zijn uitgekeerd, aldus BIJ12.
De resultaten van het onderzoek zijn eind december bekendgemaakt door dagblad Trouw. De boeren bij wie het onderzoek is uitgevoerd, werden afgelopen vrijdag geïnformeerd.

Verbolgen
LTO Noord en de ganzencollectieven zijn verbolgen dat het rapport eerder naar buiten is gebracht en kunnen zich niet vinden in de conclusies.
De conclusie over de schadevergoeding valt buiten de doelstellingen van het onderzoek, stellen Peet Sterkenburgh van LTO Noord en voorzitter Piet IJnsen van de Friese ganzencollectieven vast. ‘Het is een bijvangst. Als je al conclusies zou trekken, dan zijn ze te voorbarig. Je moet gedegen onderzoek doen en niet op basis van dit rapport een dergelijke conclusie trekken’, vindt IJnsen.

Bron: Nieuwe Oogst