Boeren Idzegea eisen goede grondbank

Boeren bij Idzegea willen peilverhoging combineren met een ruilverkaveling 2.0. Hiervoor is een goed functionerende grondbank noodzakelijk. Dat drukten ze Wetterskip Fryslân-bestuurder Jan van Weperen en gedeputeerde Douwe Hoogland vrijdag op het hart.

Het gebied rond Idzegea is een van de zes kansrijke gebieden in het veenweidegebied waar de provincie Fryslân en het Wetterskip de waterpeilen willen verhogen om de bodemdaling in de veenweide af te remmen.
De klankbordgroep van vijf melkveehouders en voorzitter Durk Durksz liet het Kadaster een verkavelingsanalyse uitvoeren naar de bruikbaarheid van grond als het peil wordt verhoogd zonder dat er flankerende maatregelen worden genomen.
Van de 2.100 hectare zou een kleine 400 hectare ongeschikt zijn voor de landbouw, blijkt uit dat onderzoek. Bijna alle vijftig bedrijven krijgen te maken met een gebruiksbeperking. Per bedrijf wordt 12 procent grond minder geschikt voor de landbouw. Twee bedrijven moeten uitgekocht worden. Een goede grondbank is daarom een harde eis.
‘Als dat niet gebeurt, trekken we de stekker uit de klankbordgroep’, stelt melkveehouder Almar Stegenga. ‘Landbouw moet de pijler onder dit gebied blijven. Onze opvolgers moeten hier over twintig jaar ook kunnen boeren.’
De flankerende maatregelen voor peilverhoging werken onvoldoende, geven de boeren aan. Op verschillende plekken in Friesland worden proeven met onderwaterdrainage gedaan.
Volgens landbouwadviseur Bouwe Bakker die de boeren begeleidt, wijzen deze pilots uit dat onderwaterdrainage weinig effect heeft. ‘Het veenmos- en skalterveen zijn moeilijk doorlatend, waardoor de draagkracht van de bodem bij hogere peilen toch achteruitgaat. Je mist een snede en de graskwaliteit neemt af.’
Daarnaast bestaan er zorgen over de grootte van de peilvakken. Daar waar het Wetterskip uit kostenoverwegingen op grotere peilvakken over wil gaan, moet juist met kleinere worden gewerkt. ‘Het Wetterskip gaat van een verkeerd uitgangspunt uit. De rayonbeheerder is heel flexibel. Maar het kantoor werkt volgens de richtlijnen’, zegt melkveehouder Klaas Oevering.

Ruilinstrument
De provincie liet deze week weten dat er een grondbank komt. ‘Het is allemaal algemeen beleid waar we niet mee uit de voeten kunnen’, zegt melkveehouder Sicco Hylkema. ‘Het moet gebiedsgerichter. Het moet dienen als ruilinstrument.’
De 400 hectare grond moet volgens Hylkema worden afgewaardeerd door provincie en Wetterskip en worden vervangen door andere grond, zonder dat boeren de beurs hoeven te trekken. ‘Om vervangende grond te organiseren, moet ruimte worden gemaakt door het opkopen of verplaatsen van bedrijven.’
En de 35 miljoen euro die provincie Fryslân en het Wetterskip voor de veenweide hebben gereserveerd is niet toereikend. ‘In een van de andere kansrijke gebieden worden zes boeren uitgekocht. Dat kost 33 miljoen euro. Wanneer 400 hectare grond in dit gebied wordt afgewaardeerd, loopt dat ook al gauw op tot 22 miljoen euro’, stelt Hylkema.
De boeren zien de veenweidemaatregelen als aanleiding om de verkavelingsstructuur te verbeteren. Het streven is om van 58 procent huiskavel naar minimaal 65 procent te gaan en veldkavels samen te voegen. De verkaveling 2.0 moet voor meerdere doelen een plus opleveren, zegt Oevering.
‘Niet alleen voor het invullen van de veenweideopgave en verbetering van de landbouwstructuur, maar ook voor extensivering om meer kringlooplandbouw toe te passen, minder landbouwverkeer, versterking van de biotoop en behoud van een aantrekkelijk landschap. Voor al deze doelen is een goede grondbank een noodzaak’, stelt de melkveehouder.


Bron: Nieuwe Oogst