Veenweideboeren hebben perspectief nodig

Het veenweidedossier in Fryslân is dik en gecompliceerd en politieke keuzes hebben verstrekkende gevolgen voor de boeren in het gebied. Geart Benedictus en Bouwe Bakker zetten zich namens zeven agrarische organisaties in voor de agrarische belangen en het ‘boerenverstand’ in de plannen.

Ze hebben het druk deze weken. Voordat het voorjaar en daarmee het landwerk echt losbarst, wordt er nog veel vergaderd met de achterban. Zodra de boeren het land op kunnen, is er minder tijd en geduld voor overleggen. Geart Benedictus is voorzitter van de Stuurgroep Veenweide, een belangenvereniging van zeven agrarische organisaties waaronder LTO Noord. Bouwe Bakker is uitvoerend secretaris van deze stuurgroep. ‘Ik zorg ervoor dat de verschillende gebieden goed worden vertegenwoordigd door de boeren en begeleid en adviseer de boeren in de klankbordgroepen in deze gebieden. Daarnaast houd ik mij bezig met verschillende thema’s, zoals onderwaterdrainage en maisteelt. Innovatie is ook een aandachtspunt van mij’, laat Bakker weten.

Provinciale Staten van Fryslân stelden in 2015 de veenweidevisie vast, waarin maatregelen waren opgenomen die de bodemdaling in het veenweidegebied moesten vertragen. De inzet van de provincie en Wetterskip Fryslân om dit te bewerkstelligen was onder meer een generieke verhoging van het slootwaterpeil en een verbod op maisteelt. Veel te kort door de bocht, vonden LTO Noord en andere agrarische organisaties in het veenweidegebied. Ze bundelden hun krachten en stelden als Stuurgroep Veenweide hun eigen veenweideplan op met als titel ‘Mei beide fuotten op de feangrûn’. Het eigen plan was meteen ook een antwoord op de alternatieve plannen waarmee andere partijen kwamen. Daarnaast werd de veenweideproblematiek verbreed met het Klimaatakkoord en het stikstofdossier. Reden voor de provincie om in te zetten op een Veenweidevisie 2.0. Uitgangspunt hiervoor is een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de verschillende alternatieven.

Gebiedsgericht beleid
Naar aanleiding van deze MKBA ging de provinciale politiek akkoord met een driesporenaanpak, waarbij wordt ingezet op een gebiedsgericht beleid. Benedictus en Bakker zijn nu samen met de andere stuurgroepleden, waaronder regiobestuurder Jan Teade Kooistra van LTO Noord, en boeren in het gebied bezig met de invulling van dit beleid.

Het alternatieve veenweideplan van de agrarische stuurgroep is een goede zet geweest, stellen Benedictus en Bakker. Het was een van de scenario’s die werden doorberekend in het MKBA en kwam daar samen met het initiatiefvoorstel van politieke partijen als beste naar voren. De aanpak van Provinciale Staten is een combinatie van beide plannen. ‘Als we in 2018 ons eigen plan niet hadden ingediend, had het er nu heel anders voorgestaan’, stelt Benedictus. ‘Door onze inzet ligt er een MKBA en een advies waar de landbouw mee uit de voeten kan’, vult Bakker aan.

Dankzij het alternatieve veenweideplan ‘Mei beide fuotten op de feangrûn’ zijn er door samenwerking van provincie, waterschap en stuurgroep diverse proeven opgezet op het gebied van bijvoorbeeld onderwaterdrainage en strokenteelt van mais.

‘De discussie rond maisteelt is behoorlijk afgezwakt. Met strokenteelt hebben de boeren een alternatief en is het verbod op maisteelt op de achtergrond geraakt. Ook de generieke verhoging van het waterpeil is doorontwikkeld naar een maatwerkaanpak per gebied en peilvak. Daarom zetten we nu in op een gebiedsgerichte aanpak, te beginnen in kansrijke gebieden. Maatwerk, daar gaat het om’, benadrukken Benedictus en Bakker.

Niet dat met de driesporenaanpak de druk van de ketel is. Het gaat nu om de uitwerking daarvan. ‘Duidelijk is dat goed landbouwkundig gebruik niet meer overal mogelijk is’, zeggen de twee.‘Daarom zetten we ons al vanaf het begin in voor de oprichting van een grondbank als instrument om zittende boeren perspectief te kunnen bieden. Maar dan wel in combinatie met de mogelijkheid om grond af te waarderen en het verschil in waarde als grond terug te krijgen. ’Op die manier houdt een bedrijf volgens Benedictus en Bakker voldoende grond over van goede kwaliteit. ‘Want dat is de randvoorwaarde voor zowel gangbare als biologische boeren in het gebied om hun bedrijf voort te zetten. Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden om een verdienmodel te halen uit de afgewaardeerde grond.’

De lobby voor een grondbank met een compensatie voor afwaardering van grond is in volle gang. Provincie en Wetterskip Fryslân werken nu aan het uitvoeringsprogramma voor de komende tien jaar. Belangrijk daarbij is de inbreng vanuit de praktijk, stellen Benedictus en Bakker. ‘Met werkbezoeken overtuig je mensen het meest. Je ziet dat er een dialoog ontstaat en die is heel waardevol. ’Statenleden en waterschapsbestuurders zien en horen dat de materie veel ingewikkelder is en dat maatwerk op bedrijfs- en zelfs perceelsniveau nodig is, laten Benedictus en Bakker weten. ‘Boeren zijn zich er dondersgoed van bewust dat er iets moet gebeuren. Zij zetten de schouders eronder, maar het moet wel realistisch blijven.’

Foto: Bouwe Bakker (linksachter), Jan Teade Kooistra (tweede van links) en Geart Benedictus (rechts) samen met de leden van de Stuurgroep Veenweide.

LTO Noord Fondsen heeft financieel bijgedragen aan 'Coördinator Friese Veenweiden'. 

Bron: Nieuwe Oogst