‘Doof zijn beperkt mij niet als boer’

Gert-Jan Roelofsen (28) is doof en veehouder. Hij zit samen met zijn ouders in maatschap in Kollumerpomp. Mede dankzij de moderne technieken kan hij boeren.

Aan de keukentafel vertelt Roelofsen zijn verhaal. Wel met een beetje hulp, van gebarentolk Esther Nentjes. ‘Met nieuwe mensen vind ik het fijner om er een tolk bij te hebben’, legt Gert-Jan Roelofsen uit. ‘Ook bij gesprekken met meerdere mensen is het fijn om hulp van Esther te krijgen.’

Roelofsen is in de wieg gelegd voor het boerenleven. Zijn ouders boerden in Nijmegen. Sinds zijn zestiende wil ook hij niets liever dan met koeien werken. De liefde voor het vak werd alleen maar sterker. Dat zette het gezin Roelofsen wel voor het blok. De boerderij in Nijmegen werd ingesloten door snelwegen, fietspaden en oprukkende woonwijken. Ruimte voor uitbreiding was er niet. Het bedrijf kon in 2013 naar Kollumerpomp verhuizen. Op zijn 21ste stapte Gert-Jan Roelofsen in de maatschap met zijn ouders.

Op de locatie stonden een kop-hals-rompboerderij en een ligboxenstal voor 200 stuks melkvee met een melkput van twee bij tien meter en een sleufsilo met een afdeksysteem. Het bedrijf is sinds 2013 gegroeid. De familie Roelofsen heeft de afgelopen jaren een nieuwe ligboxenstal voor 360 ligplaatsen gebouwd met de mogelijkheid voor zes melkrobots.

Tot op heden zijn er vijf in gebruik in verband met de veranderende wetgeving rondom het fosfaat. De oude stal is verbouwd tot jongveestal en op het erf staan nu vier sleufsilo’s, waarvan drie met een afdeksysteem. Het jongvee uit Nijmegen is in de loop van de jaren naar Friesland verhuisd. Nu lopen er 290 melkkoeien en 180 stuks jongvee. Het bedrijf is 180 hectare groot, waarvan 110 hectare in eigendom en 70 hectare pacht.

De jonge veehouder zit vol plannen. De huidige productie heeft een rollend jaargemiddelde van 12.028 kilo melk, met 4,16 procent vet- en 3,63 procent eiwitgehalte. De boer ziet het liefst 320 koeien op het bedrijf rondlopen. ‘Ik heb zeker vertrouwen in de toekomst. Over tien jaar hoop ik meer melk per koe te hebben met hogere gehaltes.’

WhatsApp is ideaal
Boeren als doof persoon is volgens Roelofsen met hulpmiddelen uitstekend te doen. WhatsApp vindt hij een ideaal middel. ‘Dankzij de digitale wereld is dit nu wel mogelijk voor mij.’ Om het de veehouder zo efficiënt mogelijk te maken, is veel op het bedrijf geautomatiseerd. Zo heeft Roelofsen een voerschuif, mestrobots en elektrische mixers. ‘Het voeren doen we met een voermengwagen. Ik vind het voeren echt leuk om te doen.’

De veranderende regels vindt de ondernemer wel lastig. Met name moeilijke woorden en ingewikkelde zinsconstructies begrijpt hij soms niet. ‘Het kost mij heel veel moeite om de betekenis te begrijpen. Ik moet mijn ouders of adviseurs vragen om extra uitleg en soms de tolk erbij betrekken. Dat kost allemaal erg veel energie. Neem bijvoorbeeld de PAS. Dat snapte ik niet. Bij dat soort dingen denk ik soms: zoek het maar uit. Maar dat gaat natuurlijk niet. Ik zou graag willen dat het wat simpeler is, zodat het voor iedereen beter te begrijpen valt.’

De gesprekken met vertegenwoordigers gaan prima. Een-op-een is geen probleem voor hem. ‘Als het een nieuw persoon is, of als ik met meerdere mensen moet praten, dan zorg ik ervoor dat ik een tolk heb. Met liplezen kom ik een heel eind. Mensen met een snor zijn voor mij lastig te volgen, omdat liplezen dan moeilijk wordt. Na de gesprekken vraag ik altijd of ze mij een samenvatting via de mail willen sturen. Dan weet ik zeker dat wat afgesproken is, ook goed begrepen is.’

Dankzij zijn CI (cochleair implantaat) en hoortoestel, hoort hij bijvoorbeeld wel een trekker of een loeiende koe. ‘Waar het geluid vandaan komt, weet ik dan niet. Wel weet ik dat er een geluid is. Ik ga ernaar op zoek. Verder kijk ik veel om mij heen en houd ik alles goed in de gaten.’ De maatschap heeft twee parttime medewerkers die dertig uur per week op het bedrijf meehelpen. Die hulp is voor Roelofsen heel belangrijk. ‘Het zijn topmannen. Ze praten duidelijk en bellen voor mij indien nodig met bijvoorbeeld de veearts.’

Doof zijn hoeft je niet te beperken in je doen en laten, vindt hij. De veehouder kent slechts twee andere dove agrariërs. ‘Je ziet helaas niet veel dove of slechthorende ondernemers. Dat vind ik jammer, omdat het echt wel mogelijk is. Het is goed dat dove mensen zichtbaar zijn. Je merkt dat er door de persconferenties van de coronacrisis meer begrip is, omdat deze ondersteund worden door een gebarentolk. Dat werd wel tijd. Doven en slechthorenden moeten weten wat er gebeurt.’

Roelofsen wil graag bewijzen dat je kunt ondernemen ondanks een handicap. ‘Ik wil dat dove mensen, of mensen met een beperking in het algemeen, worden gezien. Ik kan een eigen bedrijf runnen, want waarom zou een doof iemand dat niet kunnen doen?’


Bron: Nieuwe Oogst