Natuur en landschap moet je niet aan de markt overlaten

Boeren zoeken naar een verdienmodel voor meer biodiversiteit. Marktpartijen en particulieren financieren via een meerprijs en crowdfunding. Is dit de toekomst van agrarisch natuurbeheer? De visie van Albert van der Ploeg, voorzitter van NFW en het Kollektivenberied Fryslân en bestuurslid van BoerenNatuur.

Het Agrarisch Natuurfonds Fryslân (ANF) haalt via crowdfunding geld binnen voor het behoud van weidevogelparels. Is dat de toekomst van financiering van weidevogelbeheer?
‘Het is mooi dat de actie van ANF succesvol is. Het toont ook aan dat de samenleving weidevogelbeheer belangrijk vindt. Maar je moet de financiering van dat beheer niet laten afhangen van individuele burgers, want dan krijg je versnippering.
‘Als de samenleving op deze manier vraagt om weidevogelbeheer, zou de overheid hier actie op moeten ondernemen.
‘Collectieve belangen moet je niet van individuen laten afhangen. De overheid moet hier haar verantwoordelijkheid in nemen. En als je natuur, landschap en biodiversiteit van een boer vraagt, moet je dat ook willen betalen.’

Moet de overheid daarvoor zorgen of kun je dat ook uit de markt halen?
‘Het beheer van natuur en landschap is een zaak van lange adem. De bijdrage die je als boer daarvoor krijgt, moet structureel zijn en minimaal kostendekkend. Particuliere initiatieven zijn mooi, maar eindig.
‘Dat geldt ook voor initiatieven vanuit de markt. Ze zorgen voor extra inkomen, maar niet voor continuïteit. Bovendien botsen de verschillende eisen soms met elkaar.
‘Daarom moet het initiatief bij de overheid liggen. En dan niet als onberekenbare partner die de geldkraan dichtdraait als het even tegenzit, maar met structurele vergoedingen.’

Agrarisch natuurbeheer wordt vaak geassocieerd met bureaucratie en regels. Hoe kan dat?
‘Als agrarische collectieven verdelen we overheidsgeld dat beschikbaar is voor agrarisch natuurbeheer en verzorgen we de controle. Daarmee proberen we met positief advies eventuele fouten in het beheer te herstellen.
‘Daarnaast controleert de NVWA of het beheer goed wordt uitgevoerd en die houdt meteen geld in als er iets niet klopt. Natuurlijk, het gaat om publiek geld en als je daar gebruik van wilt maken, moet je voldoen aan regels en voorschriften. Maar de controleurs staan vaak ver van de praktijk en dat frustreert.’

Hoe kun je dit veranderen?
‘Wij pleiten voor een meer flexibele regelgeving. Agrarische collectieven moeten meer vertrouwen van de overheid krijgen. Die moet niet alles willen controleren, maar alleen steekproefsgewijs controles uitvoeren. Als collectief kun je dan met de presentatie van de resultaten en monitoring laten zien dat het goed gaat.’

Gesubsidieerd agrarisch natuurbeheer is nu alleen weggelegd voor boeren in specifieke gebieden. Buiten die gebieden moeten boeren naar andere vormen van financiering zoeken. Blijft dat zo?
‘In het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) krijgt agrarisch natuurbeheer een andere invulling. Nu kunnen boeren inderdaad alleen meedoen als ze in de aangewezen gebieden zitten. In het nieuwe GLB dat in 2023 ingaat, kan iedere boer gebruikmaken van de vrijwillige ecoregelingen.
‘Samen met de collectieven Groningen West en Groningen Midden voeren we de GLB-pilot ‘Hoe? Zo!’ uit, om te onderzoeken hoe dit het beste vorm kan worden gegeven.’

Wat houdt die pilot in?
‘In de pilot maken we een menu met maatregelen waaruit boeren kunnen kiezen tegen een passende vergoeding. Daarbij kun je denken aan slootrandenbeheer en het toepassen van ruige mest. Als dit samen met de buren wordt opgepakt, wordt het effect versterkt en levert het een plus op voor bijvoorbeeld de biodiversiteit of waterkwaliteit. Dit werken wij uit in een puntensysteem.’

Wat wordt de rol van de agrarische collectieven in dit nieuwe systeem?
‘Boeren willen best aan agrarisch natuurbeheer doen, maar hebben geen zin in gedoe. Als agrarisch collectief moet je ze ontzorgen en de administratieve lasten zo klein mogelijk houden.
‘Daarnaast zien wij een belangrijke rol in de kennisdeling. Een boer is goed in de productie van voedsel, maar wordt ook steeds meer producent van natuur en landschap. Daar is een omslag in denken voor nodig, maar ook specifieke kennis.’

De controles en regeldruk frustreren, maar dat geldt zeker ook voor de predatiedruk als het gaat om weidevogelbescherming. Hoe los je dat op?
‘Predatie is een groot knelpunt in het weidevogelbeheer. Als je de weidevogel wilt behouden, hoort predatiebeheer daarbij. Het gaat in feite om de keuzes die je maakt.
‘Zet je in op het behoud van leefgebieden, dan moet je ook genoegen nemen met schommelingen in bepaalde soorten. Kies je specifiek voor de weidevogel, dan moet je het beheer daar optimaal op inrichten en ook de predatie aanpakken.
‘Het probleem is dat er nu geen keuzes worden gemaakt, waardoor specifieke maatregelen uitblijven.’

Waar ligt de grens tussen goede landbouwpraktijk en agrarisch natuurbeheer?
‘Dat is een lastige. Een goede landbouwpraktijk is bijvoorbeeld een goed beheer van de bodem en het gebruik van zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen. Voor een goede landbouwpraktijk hoef je geen kleinschalig landschap in stand te houden. Dus als je dat wel doet, is dat een dienst die moet worden betaald.
‘En een goede landbouwpraktijk is dat je bij het maaien rekening houdt met de weidevogels. Als dat alleen Engels raaigras is, is daar met het oog op de goede landbouwpraktijk niets mis mee. Kruidenrijk grasland zorgt voor meer insecten en voedsel voor de vogels, dus dat is een dienst.’


Bron: Nieuwe Oogst