Boer moet geld verdienen achter dijk

De onzekerheid knaagt aan veehouders die land pachten achter de Waddenzeedijk. Wat gaat er gebeuren als er naast versterking van de zeedijk meer ruimte komt voor natuurontwikkeling? Ze weten het niet.

De novemberzon zorgt voor warmte op de Waddenzeedijk bij Blije, onder de rook van Holwerd. In de verte glinstert de veerboot naar Ameland. Vlakbij liggen de weidse kwelders en de groene zomerpolder. Op een koppel schapen na dat op eigen grond van een boer graast, ligt het gebied er verlaten bij.

Het merendeel van deze buitendijkse grond, 4.000 hectare, bezit It Fryske Gea. Vanaf half mei tot half oktober weiden boeren op land van Noard-Fryslân Bûtendyks van de natuurorganisatie tienduizend paarden, schapen, vleeskoeien en pinken. Maar de laatste jaren wordt het weideseizoen steeds korter door de vele brandganzen die zich tegoed doen aan het voorjaarsgras.

Naar deze zeedijk rijdt Durk de Jong van paardenopfok- en weidebedrijf De Gouden Hoep in Blije zijn potentiële klanten steevast, nadat hij hun zijn stal enkele honderden meters verderop heeft laten zien. ‘Op de dijk heb ik er een nieuwe klant bij. De rust, de ruimte en de vlakte achter de dijk zijn fantastisch. Volgens sommigen is het gebied het einde van de wereld, maar voor mij is het het begin van de wereld.’

Meer verkwelderen
Dezelfde Waddenzeedijk moet over een lengte van 47 kilometer, van de Friese buurtschap Koehool tot het Groningse Lauwersoog, worden verstevigd om te voldoen aan de veiligheidseisen. Wetterskip Fryslân is niet zo lang geleden met de voorbereidingen begonnen, in samenwerking met Rijkswaterstaat. Waar mogelijk verbetert de overheid het landschap en de natuur in de omgeving van de dijk. Dat laatste zit de pachters niet lekker.

Het weiden achter de dijk zit in de genen van de ondernemers in het buitendijkse gebied tussen Holwerd en Zwarte Haan. Boeren beweiden er al generaties lang. Ze weten precies wanneer het onveilig is om hun vee er te weiden. De zee begint te stinken en de meeuwen trekken niet meer naar het wad. Na het drama waarbij in Marrum in 2006 buitendijks land overstroomde en paarden verdronken, is er bovendien een systeem gekomen dat waarschuwt voor hoogwater.

Paarden hebben de ruimte
De sportpaarden en Friese paarden staan sinds ruim een maand weer op stal bij De Jong. Ze moesten per 15 oktober uit het gebied, voordat het stormseizoen begint. Dat is een van de voorwaarden die It Fryske Gea stelt aan haar verpachters. De paardenhouder benoemt de voordelen van het buitendijks weiden: ‘De paarden hebben er de ruimte, het klimaat is gunstig en de verschillende grassoorten zijn goed voor de gezondheid van de dieren.’

Ook voorzitter van de pachtersvereniging en oud-melkveehouder Piet Osinga uit Marrum hecht grote waarde aan het grazen van het vee achter de dijk. Zijn zoon Klaas-Pieter houdt Black Angus-koeien. Vijf weken geleden werd een nieuwe stal gerealiseerd. ‘De 150 koeien worden achter de dijk slachtrijp. Het zijn trage groeiers en door ze veel te weiden en ruwvoer van het land te halen, voeren we ze geen mais en krachtvoer bij.’

De plannen (zie kader) die boven het gebied hangen, zorgen dan ook voor onrust bij de pachters. Dat de dijk moet worden versterkt vanwege de veiligheid staat niet ter discussie, benadrukt het tweetal. Waar ze wel verontrust over zijn, is extra verkweldering. De boeren willen niet dat het voorland, tussen de zee- en de zomerdijk, wordt aanpast voor bijvoorbeeld meer kwelders. Dat gaat ten koste van de zomerpolders.

Kansen voor weidevogels
‘We maken ons erge zorgen over de ecologische opdrachten. We moeten waken voor meer verkweldering hier. Dat zou niet alleen nadelig zijn voor het weiden, maar ook voor de weidevogels. De zomerpolder is een van de rijkste weidevogelgebieden van Friesland. Door de rust, het uitrijden van ruige stalmest en het beweiden trekt de polder grutto’s aan. Het is een simpel verhaal. Wanneer er meer wordt verkwelderd, gaat het aantal broedparen drastisch achteruit’, stelt De Jong. 

Osinga kan zich nog goed herinneren dat overheden begin jaren zeventig een streep zetten door plannen om het gebied in te polderen. ‘Veel boeren voelden zich bedonderd. Dat gevoel is echt blijven hangen in de streek. Boeren zijn voor hun inkomen afhankelijk van het buitendijks gebied. Achter de dijk moet geld worden verdiend. Wij willen bestaansrecht voor de toekomst. We willen minimaal twintig jaar zekerheid dat we onze dieren hier kunnen weiden. Het gebied moet blijven zoals het nu is. Het moet niet zo zijn dat alles straks is ingetekend en de boeren weer aan het kortste eind trekken.’


Bron: Nieuwe Oogst