GrAJK Gerald Maters

GrAJK gaat strijd aan tegen oogkleppen

Van elkaar leren. Voor Gerald Maters, akkerbouwer in Niekerk en voorzitter van het GrAJK, is een landbouw met diverse sterke takken ideaal. ‘We moeten de diversiteit benutten. Meerdere vormen en meerdere oplossingen zijn denkbaar. Door alles over één kam te scheren kom je niet verder.’

Een blik in andermans keuken verbreed je eigen beeld, is de overtuiging van Maters. ‘De akkerbouw kan de mest van intensieve veehouders goed gebruiken. Andersom zijn pootgoedtelers ver met hightech toepassingen.’
Biologische boeren laten op hun beurt het belang van bodembiologie zien, vervolgt Maters. ‘Door te investeren in bodemleven kunnen ze winst halen. Het is knap dat ze het voor elkaar krijgen om zonder kunstmest en beschermingsmiddelen toch goede opbrengsten van het land te halen. Daar kan de gangbare landbouw wat van leren.’

Keuzes
Het project van GrAJK en de provincie Groningen is bedoeld om biologische landbouw onder de aandacht te brengen bij jonge agrariërs. Het moet hen laten zien welke keuzes hun biologische collega’s maken en waarom ze dat doen.
Vorig najaar heeft de GrAJK een enquête onder haar leden verspreid. ‘Er blijkt een grote groep interesse te hebben voor de biologische sector’, vertelt Maters. ‘Niet om meteen over te schakelen, maar vooral om meer over de keuzes te leren. Bodem is de basis voor de biologische én de gangbare landbouw. Duurzame onderwerpen als niet-kerende grondbewerking en vaste rijpaden zijn voor ons lastig te implementeren. De biologische collega’s zijn daar verder mee.’
Uit de enquête blijkt ook dat er nog veel vooroordelen leven. Zo zien veel gangbare akkerbouwers de biologische sector als een bedreiging voor het schone pootgoedgebied. 

‘Of dit nu waar is of niet, het is goed om te kijken waar we verbindingen kunnen leggen. De biotelers krijgen het toch voor elkaar om met juiste rassenkeuze phytoph-thora onder de duim te houden. Met schoffelen en zonder beschermende middelen komen ze blijkbaar een heel eind. Voor mij als akkerbouwer is het een verrijking om daarover de discussie aan te gaan.’
Zo’n 150 tot 200 jonge agrariërs kunnen aan het project deelnemen. Een kleine groep stroomt daarna door naar een cursus, om te kijken wat er bij omschakeling komt kijken. ‘Zo’n traject is duur, terwijl veel leeftijdsgenoten net in een periode van overname en bedrijfsontwikkeling zitten’, weet Maters. ‘Onzekerheid op de korte termijn, waarin opbrengsten lager liggen, houdt een aantal tegen.’

Misschien moet er in de toekomst eens een goede buffer voor de overgangsperiode komen. ‘Maar dat is een andere discussie’, lacht Maters. ‘Aan de andere kant zijn er ook kleinere biologische bedrijven, zonder toekomstperspectief op dit moment, die wel een goed saldo kunnen halen.’
Eerste uitdaging is voor het GrAJK de strijd tegen de oogkleppen. ‘Een hightech bedrijf heeft weinig aan innovaties als het bodemleven niet op orde is. Maar alleen biologische landbouw is ook geen optie. De markt is te klein en afzet nog te veel regionaal.’
Maters gaat het project ook zelf volgen. Met name niet-kerende grondbewerking in combinatie met vaste rijpaden spreekt hem aan. ‘Ik snuffel graag bij collega’s om te kijken of het lampje gaat branden.’

Foto: GrAJK-voorzitter Gerald Maters: ‘Voor mij als akkerbouwer is het een verrijking om de discussie aan te gaan.’