Grond en stront zijn hier in balans

Vlak voor het stikstofbesluit van de overheid wisten melkveehouder Pieter Schouten en zijn vrouw Janny Kooistra in Rottum de rechten voor hun nieuwe aanbouw veilig te stellen. De Groningers hebben daarmee voldoende stalruimte.

Aan een smal dijkweggetje niet ver van de Waddenkust bouwt Pieter Schouten gestaag door aan een modern melkveebedrijf dat extensief wordt gerund. ‘Dit is niet het einde van de wereld, maar het begin ervan’, grapt hij als de verslaggever bij aankomst een opmerking maakt over de afgelegen ligging van het bedrijf in het uiterste noorden van Groningen.
Op 130 hectare grasland houdt Schouten samen met zijn vrouw Janny Kooistra nu 240 koeien. De oorspronkelijke oud-Groningse boerderij stamt uit 1870. Met de nieuwe stal voor 190 koeien die dit najaar werd afgerond, is het bedrijf van 50 ligboxen in 1994 uitgegroeid tot 390 nu.
Wanneer de afgelopen decennia grond van de buurman beschikbaar kwam, kon grond worden geruild of aangekocht. De boerderij van één buurman, die deels in de huiskavel lag, maakte het plaatje compleet. De huiskavel is nu gelijk aan het grondoppervlak. Hier wordt nog 15 hectare van gehuurd. ‘Er is nu voldoende ruimte om goed uit de voeten te kunnen. Daar hoef ik niet voor naar het buitenland’, verzekert Schouten.
Als belangrijke reden voor de grondmobiliteit geeft de melkveehouder aan dat de meeste akkerbouw in zijn omgeving in de afgelopen vijftig jaar is verdwenen. ‘De zware zeeklei is voor akkerbouwers te lastig om te bewerken en levert dan te weinig op. De veehouders hebben hun plaats overgenomen. Met alleen grasland kun je hier goed uit de voeten.’
De ondernemer streeft een ‘Nieuw-Zeelandse’ aanpak na; hij voert hoofdzakelijk eigen gras en een beetje krachtvoer. ‘Grond en stront zijn hier in balans’, vat hij kernachtig samen. ‘Van veel aanvoeren op je bedrijf wordt je verdienmodel niet beter.’ De eigen aanpak levert per koe gemiddeld zo’n 7.000 kilo melk per jaar op. ‘Niet echt heel veel, maar omdat we relatief goede gehaltes halen, 4,4 procent vet en 3,4 procent eiwit, is dat voor ons voldoende. Ik ben niet zo gefocust op een hoge productie, maar meer op wat ik er aan het einde aan overhoud.’
De melkveehouder investeerde op de huidige locatie niet alleen flink in grond, maar ook in gebouwen. In 1997 werd de ligboxenstal uitgebreid naar honderd koeien en voorzien van een 2 x 7 visgraatmelkstal. In 2006 volgde een uitbreiding naar 200 boxen, drie jaar later door de bouw van een carrouselmelkstal, een binnenmelker. ‘Zelf getekend en laten bouwen’, vertelt Schouten. ‘Best een risico, want je graaft een gat voor 300.000 euro in de stal voor iets waarvan je niet weet of het gaat werken. Maar het pakte goed uit. We melken nu als de brandweer: één persoon melkt 160 koeien in een uur.’
Het bedrijf maakte zo iedere keer een slag. ‘Alleen zegt de bank dan dat er dan kilo’s melk bij moeten.’ Schouten ziet dat niet zo moeilijk. ‘Er zijn altijd kansen. Ik was in de gelegenheid om een aantal keren grond aan te kopen. Het boerenbestaan is gewoon ‘dom doorgaan’. Dat betekent trouwens niet dat je dom moet zijn. Je moet goed weten wat je doet.’
De melkveehouder maakt zich niet zo’n zorgen over eventuele aardbevingsschade. Wel verkasten de ondernemers met hun drie kinderen in 2017 naar een nieuw woonhuis op eigen erf, dat aardbevingsbestendig werd gebouwd. ‘En de mestkelder onder de nieuwste schuur heb ik door een Duitse bouwer laten aanleggen, volgens de Duitse bouwnormen. Die zijn wat strenger dan de Nederlandse normen.’

In eigen beheer
Die aanbouw met de nieuwe stal was de volgende fase voor het bedrijf. Dat gebeurde in eigen beheer. De nieuwbouw paste nog net binnen het bouwblok van 2 hectare. Voor de vergunningaanvraag bij de gemeente maakte Schouten gebruik van de adviezen van Jan Pieter Smit van Rombou.
Omdat het hele traject al met al toch nog twee jaar vergde en de bouwperiode wat uitliep, duurde het tot dit najaar voordat de koeien erin konden. ‘Begin oktober gaf de gemeente aan dat wat hun betreft de bouw officieel gereed was, waarmee ook de dierplaatsen waren gereserveerd. Net op tijd voor het stikstofbesluit van de overheid.’
Gelijk met de nieuwbouwvergunning hebben Schouten en Kooistra een sloopvergunning voor de oudste schuur aangevraagd en gekregen. Dat ging in goed overleg met Libau, de adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit in Groningen. Door hen daar vroegtijdig bij te betrekken, verliep dat proces vrij soepel, stelt Schouten vast. ‘Je moet niet eerst zelf iets laten uittekenen en het dan laten zien. Vraag hun al in het ontwerpproces erbij aan tafel en laat hen meekijken. Dat voorkomt dat geen van de partijen voor verrassingen komt te staan’, geeft hij als advies mee.
De grootste stap voor de toekomst is nu wel gezet, vindt de ondernemer. ‘Die nieuwbouw is de eerste fase, dan moet nog een asbestdak worden gesaneerd. Daarna volgt nog de afbraak van de oude schuur. Ik ben dus nog niet klaar.’

Pieter Schouten overlegt met monteur Jaap Bloemendaal over het onderhoud aan zijn carrouselmelkstal.