Gronings peloton moet duurzamer

Provincie Groningen trekt de komende vier jaar via het Programma Duurzame Landbouw 6,2 miljoen euro uit om verduurzaming van het agrarische peloton in de provincie te stimuleren.

In ruil daarvoor verwacht de provincie dat de Groninger boeren in 2024 onder andere minstens 10 procent een of meerdere eiwitgewassen telen, dat de verwaarding daarvan van de grond is gekomen en dat 5 procent van het landbouwareaal biologisch wordt beheerd.

Ook blijft verdere groei van de intensieve veehouderij in deze provincie niet toegestaan en komt er aanvullend op het rijksbeleid een Groningse Aanpak Stikstof. Daarin is ruimte voor regionale maatregelen en experimenten.

Belangrijke verandering ten opzichte van het vorige programma (2017-2020) is dat naast de voorlopers ook het peloton onder de boeren wordt gemotiveerd om stappen te zetten richting een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Landbouwgedeputeerde Henk Staghouwer: ‘Samen met de koplopers willen we dat gaan oppakken.’

Uitdagingen
In de ogen van de provincie kent de land- en tuinbouw in Groningen een flink aantal uitdagingen om die verduurzaming te kunnen realiseren. Zoals behoud van het verdienvermogen, verbetering van de biodiversiteit, behoud van de bodemvruchtbaarheid en het klimaatbestendig maken van de bedrijven wat betreft droogte, waterbeschikbaarheid, verzilting en veenoxidatie.

Volgens Gedeputeerde Staten (GS) is er steun voor het programma, ook onder de vertegenwoordigers uit de agrarische sector. ‘De sector zelf en andere relevante partijen zijn indirect betrokken geweest bij de totstandkoming van dit programma.’

GS verwijst daarbij onder andere naar de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw en het manifest ‘Naar een Rijk Platteland’, waar onder andere de agribusiness, LTO Noord en het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt aan hebben meegewerkt.

Regiobestuurder Lammert Westerhuis van LTO Noord is redelijk sceptisch over het programma. ‘Het zijn heel mooie vergezichten die de provincie het liefst op korte termijn zou realiseren. Alsof de landbouw niet altijd al in transitie zou zijn.’

Volgens Westerhuis is het maar de vraag of alle verduurzamingen, bijvoorbeeld in de vorm van alternatieve gewassen, voor alle boeren en tuinders zijn weggelegd. ‘Er moet wel een verdienmodel zijn. Gelukkig zegt de provincie het zelf ook.’ Dat er geld voor vrij wordt gemaakt is volgens Westerhuis mooi maar ook betrekkelijk. ‘Subsidies zijn maar tijdelijk.’


Bron: Nieuwe Oogst