LTO wil versoepeling archeologiebeleid Delfzijl

LTO Noord vraagt om een versoepeling van het archeologiebeleid in de Groningse gemeente Delfzijl. Dat blijkt uit de zienswijze op het conceptfacetbestemmingsplan cultuurhistorie van de gemeente.

Volgens de belangenbehartiger bestaat het plan uit disproportionele regels waaraan kosten zijn verbonden. Dit zijn bijvoorbeeld archeologische onderzoekskosten en de bijbehorende leges. Die kunnen al snel oplopen tot enkele duizenden euro's.

De omvang van het gebied waar een archeologische dubbelbestemming op ligt, noemt LTO Noord te groot. Volgens de organisatie bestaat een substantieel deel van de percelen uit gronden met een verwachting voor vondsten uit het laatpaleolithicum en de vroege bronstijd. Deze gronden hebben een hoge verwachting meegekregen, omdat binnen de 3 meter onder maaiveld het pleistocene zand aanwezig kan zijn.

Diepe grondbewerking tot 1 meter
Geen enkele boer bewerkt grond op 3 meter onder maaiveld. Zo zal een diepe grondbewerking als diepploegen bijvoorbeeld tot maximaal 1 meter onder maaiveld de bodem kunnen storen, geeft LTO Noord in de zienswijze aan. De belangenbehartiger wil dan ook dat de gemeente de dubbelbestemming van gronden afhaalt waar het pleistocene zand op 1,5 meter of dieper zit.

Het heeft volgens LTO Noord geen zin om op agrarische gronden een archeologische dubbelbestemming te leggen als bodembewerking nooit tot een verstoring van mogelijke aanwezige archeologische waarden kan leiden.

De organisatie merkt bovendien op dat niet alle verstoringen zijn meegenomen op de kaarten in het bestemmingsplan. Dat bekent dat percelen onterecht een archeologische verwachting krijgen. Hierdoor kunnen boeren onterecht een onderzoeksplicht opgelegd krijgen. Bovendien heeft Delfzijl geen rekening gehouden met het net van buisleidingen. Deze gronden zijn verstoord, stelt LTO Noord.

Historische boerderijplaatsen
LTO Noord heeft twijfels over het nut en de noodzaak van archeologisch onderzoek naar historische boerderijplaatsen. Het gaat in veel gevallen om verdwenen boerderijen en de overblijfselen in de bodem zijn vaak niet meer dan wat funderingen en misschien nog wat andere sporen, zoals een beerput. De onderzoeken moet de ondernemer betalen. 'En wat gebeurt er vervolgens met zo'n archeologisch rapport als dat is opgesteld? Dat verdwijnt vaak in een la', schrijft de organisatie.

Ook pleit LTO Noord voor aanpassing van de vrijstellingsgrenzen in het buitengebied. Het instellen van deze grenzen wordt volgens de belangenbehartiger niet onderbouwd. Als een boer wil egaliseren, is hij vergunningplichtig. Dat geldt ook als hij sloten wil dempen of aanleggen. Wil de ondernemer diepwoelen of diepploegen, dan is hij ook vergunningplichtig.

Verplicht onderzoek laten doen
'Gezien de grootte van de percelen hier in de Delfzijl bieden de voorgestelde vrijstellingsgrenzen, die zo gering zijn, de agrarische sector geen enkele uitkomst. Met andere woorden: in al deze gevallen zullen de agrariërs verplicht worden in ieder geval archeologisch bureauonderzoek te laten uitvoeren. En wellicht ook booronderzoek', laat LTO Noord weten.

Tenslotte vraagt de belangenorganisatie het aantal boerderijen en schuren dat de welzijnsorganisatie Libeau heeft aangemerkt als karakteristiek, te verminderen. Dit zijn er zo'n negentig. Volgens LTO Noord zijn ook minder waardevolle panden geselecteerd.

Bron: Nieuwe Oogst