LTO Noord wil de droogte evalueren met waterschappen

De 18-jarige Dirk de Vries uit de Westhoek loopt negen weken stage bij LTO Noord in regio Noord. Tijdens zijn stage richt hij zich op een onderzoek naar de gevolgen van de droogte van afgelopen zomer.

Hoe kwam je terecht bij LTO Noord?
‘Ik studeer Management van Leefomgeving aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Tijdens deze opleiding gaan we onder andere in op bodemkunde, beleid, klimaat, ruimtelijke ordening en ecologie.
‘Voor mijn projectstage zocht ik een stageadres die bij mijn opleiding past en landbouwgerelateerd is.’

Jullie hebben thuis ook een bedrijf?
‘Mijn vader runt een loon- en akkerbouwbedrijf in de Westhoek, een dorpje ten noorden van Sint-Jacobiparochie. ’Wij telen onder andere suikerbieten en consumptieaardappelen. Vanwege de droogte van afgelopen zomer vielen de opbrengsten van een perceel consumptieaardappelen dit jaar tegen.
‘Veel boeren hebben last gehad van de droogte en de gevolgen daarvan. In een aantal gebieden gold afgelopen zomer een beregeningsverbod. Hierdoor hadden boeren te maken met opbrengstverliezen.’

Waarom doe je onderzoek naar de gevolgen van de droogte?
‘LTO Noord wil de droogte en de gevolgen daarvan evalueren met waterschappen en partijen die hiermee te maken hadden. In deze evaluatie willen ze ingaan op wat er nu precies gebeurd is, welke organisaties wat hebben gedaan, hoe zij gehandeld hebben en hoe waterschappen en de agrarische sector zich hier in de toekomst op kunnen voorbereiden.
‘Als stageopdracht doe ik een vooronderzoek voor deze evaluatie. Zo kan LTO Noord met voldoende achtergrondinformatie deze evaluatie in gaan.’

Wat onderzoek je precies?
‘Mijn onderzoek bestaat uit een analyse van de watersystemen in regio Noord; de drie noordelijke provincies. Ik richt me op de gebieden waar een beregeningsverbod gold. Ik bekijk hoe de betreffende waterschappen georganiseerd zijn, hoe zij werken, hoe de situatie in 2018 eruitziet en wat daarin verbeterpunten zijn.
‘Voor mijn onderzoek heb ik drie boeren in deze gebieden met kapitaalintensieve gewassen gesproken. Zo heb ik een groenteteler, een melkveehouder en een akkerbouwer die ook tulpen teelt bevraagd naar hun ervaringen. Hieruit bleek dat er veel onbegrip heerst over de gemaakte keuzes van de waterschappen.’

Bron: Nieuwe Oogst