‘Boer, blijf je verhaal vertellen’

Burgers in de drie noordelijke provincies willen boerenbedrijven, een boerderijwinkel of streekmarkt bezoeken om in gesprek te komen met boeren en tuinders. Deze activiteiten scoren het hoogst onder burgers die meer willen weten over de agrarische sector. Dat blijkt uit onderzoek van Tjitske de Wit tijdens haar stage bij LTO Noord in regio Noord.

‘Openheid en het echte verhaal vertellen van de sector is en blijft belangrijk voor de land- en tuinbouw’, zegt De Wit. ‘Ik adviseer LTO Noord door te gaan met activiteiten waarop boeren de mogelijkheid hebben om te vertellen over hoe zij werken en voedsel produceren, zoals open dagen. Het gesprek met de boer of boerin staat voorop voor de burgers. Het volgen van een Facebookpagina over de agrarische sector is minder populair onder de burgers, zo blijkt uit het onderzoek.’
Wat is de mening van de burger in Friesland, Groningen en Drenthe als het gaat om de boer-burgerverbinding? Met deze onderzoeksvraag ging De Wit, boerendochter en derdejaarsstudent Management van de Leefomgeving aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, bij LTO Noord aan de slag.

Radio-interviews
Via sociale media verspreidde de stagiair afgelopen voorjaar een enquête voor burgers over het contact met boeren. Er verschenen persberichten over het onderzoek in regionale bladen en huis-aan-huisbladen. Het nieuws van de enquête werd opgepikt door de regionale radiozenders in de drie provincies, waarvoor De Wit werd geïnterviewd. ‘Dat leverde veel respons op’, blikt ze terug.
767 enquêtes werden ingevuld, waarvan 91 door boeren. 676 burgers vulden de enquête in, wat representatief is voor de burgers in regio Noord. Hiervan was 52 procent opgeleid op minimaal hbo-niveau. De groep in de leeftijd van 46 tot 60 jaar was met 38 procent het meest vertegenwoordigd.
Ook deed De Wit drie diepte-interviews met burgers. Hieruit kwam naar voren dat informatie geven over het produceren van voedsel op een boerenbedrijf een gedeelde verantwoordelijkheid is voor sector, bedrijfsleven, onderwijs en politiek.
98 procent van de deelnemers aan de enquête is weleens op een boerderij geweest. 67 procent heeft een familielid of kennis met een boerenbedrijf.
85 procent van de deelnemers geeft aan het ‘enigszins mee eens’ tot ‘zeer mee eens’ te zijn met de stelling ‘Ik denk dat ik goed op de hoogte ben van wat er op een boerderij gebeurt en hoe mijn voedsel wordt geproduceerd’. Tegelijkertijd heeft 63 procent behoefte om te zien wat er op een boerenbedrijf gebeurt.

Bron: Nieuwe Oogst