Vruchtbare Kringloop

Gestegen eiwitniveau in rantsoen is risicovol

Melkveehouders in de Vruchtbare Kringloop Noord-Nederland hoeven niet veel aanvullende maatregelen te treffen om aan de grondgebondenheidsnorm van 65 procent eiwit van eigen land te voldoen. Dat bleek tijdens de kennisdeeldag van Vruchtbare Kringloop Noord-Nederland in het Friese Kollumerzwaag.

Bijna twee derde van de melkveehouders haalt deze norm uit eigen teelt of met aankoop in de buurt. De 46 Friese deelnemers scoren hoog, maar voor het eiwitniveau in het rantsoen ‘is aandacht wel vereist’, gaf onderzoeker Gertjan Hilhorst van Wageningen Livestock Research aan tijdens de provinciale kennisdag.
Het management op de boerenbedrijven is van groot belang voor het behalen van de criteria, stelt Hilhorst. Hij constateert dat er grote verschillen zijn in de studiegroepen van de Vruchtbare Kringloop Noord-Nederland, die het gebruik van de Kringloopwijzer begeleidt.
‘De ervaring leert dat praten met collega’s helpt om verbeteringen door te voeren’, stelt de onderzoeker. De resultaten op de deelnemende bedrijven zijn in de jaren 2016 tot en met 2018 daardoor in positieve zin verbeterd.

Krachtvoer
Financieel is de productie van eiwit op eigen grond aantrekkelijk. De melkveehouders bespaarden een bedrag van 4.000 euro, dankzij het gebruik van voer van eigen land. De hogere opbrengst van ruw eiwit van het land resulteert dan in een lagere aankoop van krachtvoer.
‘Dit gaat wel ergens over. Deze bedrijven zijn in staat om een hogere gewasopbrengst te realiseren dan de bedrijven die laag scoren in dezelfde intensiteitsklasse. Terwijl de bemesting hetzelfde is. Dat gebeurt niet in de stal, maar op het land, in de bodem. Het is het waard om te onderzoeken hoe dat kan’, zegt Hilhorst.
De onderzoeker concludeert dat, bij een goede bodem, het verkleinen van de aankoop van kilo’s kunstmest een volgende stap is.
In het project is gekeken naar PlanetProof, het onafhankelijke keurmerk voor duurzamere producten. Opvallend is dat het merendeel van de bedrijven royaal voldoet aan de meeste basisnormen voor dit keurmerk. De bedrijven scoren vooral goed als het gaat om de opbrengst van eiwit van eigen land en de ammoniakuitstoot. Hetzelfde geldt voor de criteria voor blijvend grasland.

Nagenoeg alle melkveebedrijven behalen moeiteloos drie van de zes Kringloopwijzer-eisen van PlanetProof. Een derde van de 46 melkveebedrijven voldoet zelfs helemaal. Andere criteria waarop beoordeeld wordt, zijn beweiding, de uitstoot van broeikasgas en het stikstofoverschot in eigen bodem.
Hilhorst benadrukt dat het aantal beweidingsuren in drie jaar tijd is gestegen van 1.085 tot 1.163 per jaar. Meer melkveehouders zien het voordeel van beweiding. Van de deelnemende bedrijven laat 87 procent de koeien in het weiland grazen. In 2016 was dit nog maar 76 procent.
Over de periode 2016-2018 voldeed gemiddeld twee derde van de melkveehouders aan de norm van 120 dagen per jaar beweiden. En dan minimaal zes uren per dag of in totaal 720 uren per jaar. Een derde voldeed in de onderzoeksperiode niet aan dat vereiste.

Eiwitniveau
Het eiwitniveau in het rantsoen voor de koeien vraagt op de bedrijven wel aandacht, laat Hilhorst weten. Dit niveau is gestegen van 165 naar 172 gram per kilo droge stof. Dit verhoogt het risico op stikstofverliezen en verlaagt het aandeel eigen eiwit, omdat de eiwitopname stijgt.
De onderzoeker tekent daarbij aan dat de warme zomer van 2018 voor een tropenjaar in de veehouderij heeft gezorgd.
De kuilopbrengsten waren een stuk lager dan andere jaren en daarmee ook de eiwitopbrengsten. Deze waren maar liefst 17 procent lager dan in 2017.
‘Dat hakt erin. Het is een uitdaging om dat te compenseren. Extra aanvoer van krachtvoer en mais zijn een optie, maar je kunt niet met extra kunstgrepen je eiwitgehaltes verhogen. Dan moet je extra fosfaat afvoeren of minder kunstmest strooien.
Als het aan Hilhorst ligt moeten de veehouders ook scherp letten op het rantsoen voor de koeien.
Weliswaar is door verkleining van de veestapel de totale stikstofuitstoot per bedrijf gedaald, maar dat kwam volgens de onderzoeker van Wageningen Livestock Research niet door verlaging van het eiwitgehalte in het rantsoen. Enkel de verkleining van de veestapel heeft hiervoor gezorgd.
De fosfaatexcretie loopt terug, ‘maar dat is ook de opdracht aan de sector’, stelt Hilhorst. Het teruglopen van de fosfaatexcretie zorgt op de derogatiebedrijven voor een daling van de fosfaatbemesting.
Op steeds meer bedrijven be-paalt niet de fosfaatexcretie, maar de stikstofexcretie de hoeveelheid mest die afgevoerd moet worden. Daardoor wordt fosfaat afgevoerd en is evenwichtsbemesting van fosfaat niet mogelijk.

Gesnoeid
De 46 deelnemende bedrijven met een bruikbare Kringloopwijzer zijn in de jaren 2016 tot en met 2018 in grootte iets gegroeid. De intensiteit is vrijwel hetzelfde gebleven, terwijl het aantal melkkoeien amper is gedaald; van 160 naar 156 dieren. Wel is in die periode volgens Hilhorst ‘flink gesnoeid’ in het jongvee.
Op elke 10 melkkoeien houden de deelnemende boeren in Friesland nu nog 5,2 stuks jongvee, terwijl dat in 2016 6,4 was.
‘Hoe minder jongvee je hebt, des te efficiënter je bent. Al moet je er als veehouder die uit eigen veestapel fokt wel op letten dat je voldoende vervangingsmateriaal hebt’, tipt Hilhorst.

Bron: Nieuwe Oogst