Wenkend perspectief

De afgelopen weken heb ik als belangenbehartiger als redelijk heftig ervaren. Mijn Groningse collega schreef een blog over de ‘olifant in de kamer’, nou zo nu en dan zat ie bij mij op schoot. We slagen er in de sector prima in om elkaar de maat te nemen.

Daar ben ik spuugzat van. Of het nu gaat om de positie van LTO, de keuzes van ketenpartijen of van LNV. We raken er niet over uitgepraat en al helemaal niet op de online fora. Bepaalde media melken de onderlinge tegenstellingen graag nog even uit.

Polariseren lijkt de nationale hobby te worden. Natuurlijk lucht het op. Het is ook heel comfortabel om vanuit de slachtofferrol commentaar te leveren, maar uiteindelijk levert het alleen maar negatieve energie op. Energie die je beter in de toekomst van je eigen bedrijf kunt steken en in het versterken van onze agrarische belangenbehartiging voor het totaal. Zo die is eruit en nu verder met de toekomst.

Vanmiddag sprak ik een jonge melkveehouder en betrokken afdelingsbestuurder. Ik vroeg hem naar zijn reactie op de jongste fosfaat- en stikstofvoorstellen van minister Schouten. Even los van of het nu een generieke korting wordt of een hoog afromingspercentage, zijn belangrijkste vraag was: “Wanneer houdt het nu eens op? Wanneer is het genoeg?“. Een hele legitieme vraag als je de agenda van nagenoeg het hele linkse politieke spectrum bekijkt.  Deze agenda varieert van krimp tot opheffen van de dierlijke sectoren in Nederland.  Het gaat deze jonge veehouder dus heel duidelijk om perspectief. 

Afgelopen weekend kregen we bij de Nieuwe Oogst het boekje ‘Hoe ziet de land- en tuinbouw er in 2050 uit? Een schets van de agrarische transitie’.  Een zeer lezenswaardig stuk over de mogelijke toekomst van onze sector, over perspectief dus. Naast de al bekende trends, zoals meer plantaardig eiwit, kringlooplandbouw, kweekvlees etc., toch ook een aantal uitspraken die tot dieper nadenken stemmen. De opwarming van de aarde gaat door, los van alle maatregelen. En wij in Nederland hebben daar relatief weinig last van (let wel: relatief). Op dit moment kan door verzilting 2.000 hectare per dag niet meer gebruikt worden voor landbouw. Dit treft vooral de landbouwgebieden in de delta’s wereldwijd. Maar ook: Wereldwijd zijn steeds minder boeren verantwoordelijk voor de voedselproductie van steeds meer mensen.  Wereldwijd vergrijst de boerenstand en opvolgers staan niet meer in de rij. Dit heeft niet alleen te maken met de kapitaalsbehoefte, maar ook met de maatschappelijke waardering en de financiële waardering voor ons werk.

Het is aan de politiek om weer perspectief aan jonge boeren te bieden. Ik heb dan ook met veel belangstelling een interview met de rijksbouwmeester Floris Alkemade gelezen. Hij zegt: “De stad is hip, maar op het platteland zitten de motoren”.  In Panorama Nederland schetsen de rijksbouwmeesters een toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Wat mij daarin opvalt is dat  verandering alleen mogelijk is als er integraal naar alle aspecten wordt gekeken en dat verandering iets is van de lange termijn. Het verdienmodel van boeren speelt een belangrijke rol. Daar kunnen wij mee uit de voeten.  Op naar een wenkend perspectief. Wij kunnen daar als LTO constructief aan bijdragen.

Tineke de Vries

Tineke de Vries

Provinciaal aanspreekpunt Friesland. Provinciaal aanspreekpunt voor Water & Bodem. Provinciaal aanspreekpunt voor Landelijk gebied.

Naar alle weblogs van Tineke de Vries

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.