Muizenplagen zijn van alle tijden

Veldmuizenplagen worden door de huidige melkveehouderij in de hand gewerkt, schreef Bert van den Berg van de Dierenbescherming recent in de Leeuwarder Courant. Maar muizenplagen zijn van alle tijden en vroeger was niet alles beter.

Ook vroeger waren er jaren waarin de muizen toesloegen. Tot 1967, het jaar dat het Hooglandgemaal, het boezemgemaal bij Stavoren in bedrijf kwam, waren de lage veenweidegebieden op winterdagen kletsnat en stonden ze soms onder water. Ouderen onder ons vertellen nog: ‘It wetter stie moarns wer yn ’e groppe yn it bûthús (Het water staat 's morgens weer in de grup van de stal, red.).’ En we waren overdag volop met de bats bezig om het water buiten de deur te houden. Bij strenge vorst reden we vanaf Jutrijp-Hommerts op de schaats dwars over naar Akmarijp.

Ondanks die natte omstandigheden kwamen er toen ook droge jaren en muizenplagen voor, die qua impact op de agrarische productie niet onderdeden voor de huidige. Belangrijk verschil in de bestrijding van een dergelijke plaag was alleen dat toen niet de beproefde werkwijze van bevloeiing werd gebruikt. Ook pesticiden werden volop gebruikt om de muizen te verdelgen. Oude verhalen vertellen ons dat boeren rondom het perceel in vergif gedrenkt graan voor de muizen klaar hadden liggen om hun gewassen tegen vraat te beschermen.

Net als nu leidde niet ingrijpen tot minder gras en daarmee voer voor het vee en waren bijvoorbeeld aangevreten wortelen niet te verkopen in de winkel en slechts geschikt als veevoer. In de jaren waaraan ik nu refereer, had de melkveehouderij met het graslandbeheer nog niet het huidige technische niveau bereikt dat nu op veel bedrijven aan de orde is. Ik zie derhalve geen rechtstreeks verband tussen de ontwikkelingen in de sector en het feit dat de muizen ons plagen.

De muizenpopulatie heeft een cyclus van om en nabij vijf jaar en komt dan onder gunstige omstandigheden tot een explosie. Eén paartje veldmuizen in het voorjaar kan, onder gunstige omstandigheden, uitgroeien tot tienduizend stuks in het najaar. Dat verklaart dat een hoog winterpeil niet een muizenplaag kan voorkomen. In 2014-2015 bleef de populatie in de winter doorgroeien en de veldmuizen deden zich tegoed aan het wortelstelsel van de graslanden, met grote schade als gevolg.

Dat 2019 weer een topjaar voor muizen kan worden, is wel duidelijk. Code rood is nu aan de orde. Daarvoor hebben we geen duur signaleringssysteem nodig, is de mening van onze boeren. Essentiële vraag is: hoe kunnen we die enorme schade van 70 miljoen euro in 2014-2015 nu voorkomen? Wetende dat het gebruiken van vergif als rodenticiden al jaren niet meer is toegestaan en boeren zelf aan de lat staan voor de schade. Het Faunafonds vergoedt geen schade door veldmuizenvraat.

Boeren zijn druk bezig om met bevloeiing van graslanden de schade te beperken. Dat dit helpt heeft de demonstratie op 2 juli nabij Woudsend duidelijk laten zien. Wetterskip Fryslân heeft nu nog water genoeg voor grootschalige bevloeiing. Dat helpt tegen de muizen en helpt de grasgroei in deze droge periode ook weer op gang. De graswortels zijn nu nog grotendeels intact. Dus dubbel effect. Wel is het advies om bij bevloeiing met de collega’s af te stemmen en vooral met de rayonbeheerder in dat gebied van Wetterskip, zodat de veldmuizen worden bestreden en niet vluchten naar de buurman. Dus boeren in de kwetsbare gebieden: ga nu toch vooral aan de slag om grote schade straks te voorkomen.

Voor de iets langere termijn moeten we nog eens nadenken over onze vaste peilen in de polders. Wellicht kunnen we met een peil dat hoog is als het kan en laag als het moet, in samenwerking met de boeren ook een bijdrage leveren aan het verkleinen van de muizenproblematiek.

Dit blog is eerder verschenen in de Leeuwarder Courant. 

Peet Sterkenburgh

Peet Sterkenburgh

Boegbeeld Friesland. Regionaal aanspreekpunt voor Natuur & Fauna.

Naar alle weblogs van Peet Sterkenburgh

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.