Trots blijven op ons vak

De ontevredenheid onder de boeren is niet van de laatste tijd. De onrust is diepgeworteld. Waar komt dat gevoel vandaan?

Laten we eerst kijken waar de agrariër staat in de maatschappij.
Boeren worden gezien als hardwerkende mensen die tegen een stootje kunnen en vaak door hun werk vieze handen krijgen. Ze produceren voedsel, maar wat, voor wie, is het herleidbaar en herkenbaar is het eerste dilemma. Daarnaast groeit de groep burgers die ver van de voedselproductieketen af staat.

Hoe worden de burgers, lees maatschappij, geïnformeerd over de productie en verwerking van voedsel?
De laatste decennia zijn er nogal wat organisaties die een bepaalde mening hebben over voedselproductie en dat met zeer grote regelmaat in de pers, publieke debat of via reclame brengen. Want wanneer je jouw boodschap over wilt brengen, moet je dat vaak, heel vaak, herhalen. Deze idealistische organisaties staan ver van de praktijk af. Hun streefbeeld is ver van de werkelijkheid en kom meer uit de tijd van Ot en Sien.

Agrariërs zien ook in dat zij hun verhaal moeten vertellen nu het denkbeeld van de maatschappij te ver naar het Ot en Sien-beeld is gekanteld. Samen met de verwerkende partijen wordt dat ook krachtig opgepakt, maar te vaak, te simpel verwoord. Zonder de uitleg hoe de markt, lees mondiale markt, in elkaar zit. Mijn kwalitatief, hoogwaardige pootaardappelen gaan naar het buitenland. In mijn ogen draait het in onze export niet om kwantiteit, maar om kwaliteit en innovatie. Juist omdat wij goede, veilige en smaakvolle producten hebben, zijn wij in trek. Denk ook aan de babyvoeding, waar ze in China per se de Nederlandse van willen hebben.

Waarom komen we niet bij alle burgers in beeld?
Dat heeft te maken met het feit dat steeds meer mensen in de stad wonen en minder op het platteland. In steden en zelfs grote dorpen is er geen of veel minder binding met de agrarische sector. Deze inwoners moeten (weer) geïnformeerd worden wat de landbouw bijdraagt aan onze samenleving. En dan moeten we ons eigen verhaal vertellen en niet anderen over ons laten vertellen.
Want dat die inwoners steeds verder van de landbouw staan, zie je terug in de politiek-bestuurlijke verhoudingen. Met daarna beleidskeuzes in het nadeel van de land- en tuinbouw als gevolg. Provinciale en Haagse politici laten zich wel meer informeren door wetenschappers die wel agrarisch zijn opgeleid, maar steeds verder van de praktiserende boer afstaan.

Hoe gaan we deze vicieuze cirkel doorbreken?
Dat is pittig. We moeten blijven uitdragen wat we doen en hoe we dat doen, zoals LTO Noord nu doet via BoerenBuren. Ook hier is herhaling de kracht. Blijf in gesprek met de burger, ook in de stedelijke gebieden. Het argument dat we een grote voedselexporteur zijn, werkt in mijn ogen averechts. We moet gewoon goed en veilig voedsel produceren. En trots blijven op ons vak.


Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.