Natuurinclusieve landbouw

‘Dit gaat over de landbouw van de eenentwintigste eeuw’

LTO Noord, de Gelderse Natuur en Milieufederatie en de drie Gelderse agrarische collectieven hebben maandag namens tien landbouw-, natuur-, en milieuorganisaties een actieplan voor natuurinclusieve landbouw in de provincie aan de politiek aangeboden. Ze willen samen een beweging in gang zetten.

Ambitieuze plannen, maar wel op vrijwillige basis. Dat is in het kort gezegd hoe het actieplan voor natuurinclusieve landbouw moet gaan werken. LTO Noord, De Gelderse Natuur en Milieufederatie en de drie agrarische collectieven zijn de initiatiefnemers en zetten zich met de overige partners de komende jaren in voor een natuurinclusieve landbouw en tegelijkertijd voor meer waardering voor het werk van boeren.

Directeur Petra Souwerbren van de Gelderse Natuur en Milieufederatie en bestuurder Carla Evers van LTO Noord regio Oost zijn ervan overtuigd dat de samenwerking veel moois kan opleveren. Het doel is dat in 2027 alle agrarische grondbezitters actief zijn met natuurbeheer.

Staan boeren wel te springen om zo’n actieplan?
Evers: ‘Dat is inderdaad een gevoelig punt. Boeren moeten namelijk al zo ontzettend veel. Maar het is op basis van vrijwilligheid. Het sluit aan bij ontwikkelingen die in de sector al plaatsvinden, zoals Vruchtbare Kringloop Gelderland en het actieplan voor akker- en weidevogels. Boeren bewegen mee met de wensen in de maatschappij. In de twintigste eeuw was er vraag naar veel voedsel tegen een lage prijs. Daar zijn Nederlandse boeren als de besten in geslaagd. Nu stelt de maatschappij andere eisen. Dit gaat over de landbouw van de eenentwintigste eeuw.’

Vrijwillig, maar jullie stellen tegelijkertijd ambitieuze doelen. Iedereen moet dus aan de bak?
Evers: ‘Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Als organisaties hebben we doelen gesteld. We willen daarmee een beweging in gang zetten. De manier waarop het wordt ingevuld moet passen bij het gebied en de ondernemer. We gaan eerst inventariseren. Wat doen ze al? Wat willen ze nog meer doen? En wat is nodig om dat te realiseren?’

Waarom nu? Is de tijd er rijp voor?
Souwerbren: ‘De zorgen om de natuur in het landelijk gebied leven natuurlijk al wel wat langer. Maar de laatste twee jaar is daar berichtgeving bijgekomen over bijvoorbeeld de insectenstand en de nivellering van het landschap. Dat zorgt er wel voor dat de urgentie meer wordt gevoeld.’

Evers: ‘Tegelijkertijd zie je dat ook vanuit de landbouw de belangstelling voor agrarisch natuurbeheer toeneemt en dat er steeds meer aandacht is voor bijvoorbeeld de bodem en het sluiten van kringlopen. Er gebeurt al zo ontzettend veel in de agrarische sector. De landbouw van twintig jaar geleden ziet er echt heel anders uit dan die van nu. Het actieplan sluit daar op aan.’

Maar er wordt te weinig resultaat geboekt?
Souwerbren: ‘Met sommige soorten, met name de zoogdieren, gaat het goed. Met insecten, vlinders en diverse soorten vogels gaat het niet goed. Het besef dringt steeds meer door dat, als je echt wat wilt doen, je ook het landelijk gebied moet betrekken bij het natuurbeheer. Het is een wisselwerking. Je redt het niet alleen met een aantal losse natuurgebieden. Je kunt de natuur niet opsluiten in bloempotten. Daarom is natuurinclusieve landbouw zo belangrijk.’

Extensiever werken betekent ook een ander verdienmodel. Wie gaat dat betalen?
Evers: ‘Daar hebben we zeker aandacht voor. Er moet waardering zijn voor het werk van de boer. We moeten onderzoeken wat nodig is in de keten om meer natuurinclusief te kunnen werken. De keten is op dit punt ook al actief, denk aan de topzuivellijn van FrieslandCampina. Nederlanders besteden gemiddeld slechts 11 procent van hun inkomen aan voedsel. Dat was nog nooit zo laag en wereldwijd is dat het minst.’
Natuurinclusief geproduceerd voedsel mag dus wat kosten.

Souwerbren: ‘Inderdaad, maar waardering zit niet alleen in euro’s. Het gaat ook om immateriële waardering, dat mensen blij zijn met de diensten die boeren leveren. Er is afstand ontstaan tussen boeren en burgers. Dat is ook een van de doelen, om daar iets aan te doen.’

Evers: ‘Dat klopt. Boeren hebben soms het idee dat ze overal de schuld van krijgen. De waardering is heel belangrijk.’

Niet elke boer heeft evenveel belangstelling voor natuur. Hoe gaat dat werken?
Souwerbren: ‘Dé boer bestaat niet en landbouwbedrijven verschillen ook in hun mogelijkheden. Maar als iedereen iets doet, bereiken we toch heel veel. Er zijn allerlei dingen denkbaar, bijvoorbeeld op het erf, die amper geld kosten. Maar denk ook aan perceelgebruik, bodembeheer, organische stof in de bodem of andere grondbewerking.’

Evers: ‘Het is belangrijk dat boeren natuurinclusieve landbouw beter leren kennen; dat ze ervaren dat het leuk en interessant is. We willen een digitaal platform maken waarop goede voorbeelden komen te staan. We gaan nadrukkelijk kijken naar wat de sector nodig heeft. Je zult nog veel van ons horen.’
Daar hebben jullie de politiek vast ook bij nodig.

Souwerbren: ‘Daarom hebben we het plan als eerste aangeboden aan de Statenleden. Wij hopen dat onze ideeën gebruikt worden in het nieuwe coalitieakkoord voor Gelderland. We zullen het plan ook aanbieden aan gemeenten, waterschappen, onderwijs en bedrijven.

Evers: ‘Daar rekenen wij op. Om het tot een succes te maken hebben we de provincie nodig. We moeten het samen doen.’

Bron: Nieuwe Oogst