'Kwalijke werkwijze rond rammelend onderzoek helpt weidevogels niet'

'Kwalijke werkwijze rond rammelend onderzoek helpt weidevogels niet'. Onder deze kop heeft LTO zojuist een persbericht uitgedaan in reactie op het onderzoeksrapport naar de mogelijke relatie tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen op veehouderijbedrijven.

‘Een schot uit de heup en een onderzoek dat rammelt’, zo typeert Ben Haarman, portefeuillehouder Natuur- en Landschapsontwikkeling bij LTO Nederland, in het persbericht het onderzoeksrapport van onderzoeker Jelmer Buijs naar de mogelijke relatie tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen op veehouderijbedrijven.

Stigmatiserend en polariserend
‘Het rapport is al meer dan een maand klaar. De conclusies hebben al in diverse media gestaan, maar wij hebben het volledige onderzoeksrapport pas eind vorige week ontvangen. Ik vind dat een zeer kwalijke werkwijze. Op deze manier is het stigmatiserend en polariserend voor onze boeren en onze agrarische sector’, stelt Haarman in het persbericht. ‘Al die tijd waren onze handen gebonden omdat we het rapport niet kenden. Wij passen ervoor om op basis van een samenvatting te reageren. We willen eerst het volledige onderzoeksrapport zien.’

Geen bewijs voor oorzakelijk verband
‘Dat rapport is er nu en bevestigt onze conclusie. Het rammelt’, stelt Haarman. Buijs legt gedetailleerd vast welke bestrijdingsmiddelen hij aantreft in krachtvoer, mest en bodem. De residuen die hij aantreft, zitten allemaal onder de wettelijk toegestane normen. Dan overlegt hij cijfers van gebieden waar het aantal weidevogels afneemt. Maar in het rapport wordt niet aangetoond dat er een oorzakelijk verband is.
Buijs suggereert dat dit verband er is, maar kan het niet bewijzen. ‘Bedenkelijk en verwerpelijk’, zo constateert Haarman, zeker omdat de eerder uitgebrachte samenvatting nadrukkelijk suggereerde dat dit verband er wel zou zijn. ‘Wij hebben in Gelderland ook gebieden waar het wel beter gaat met de weidevogels, maar dat noemt Buijs niet. Dit onderzoek helpt ons niet verder en levert ons geen nieuwe invalshoeken op voor het herstel van de weidevogelstand.’
LTO is verbaasd dat het rapport niet naar andere jaren / decennia kijkt als het gaat om de relatie tussen de weidevogelstand en het gebruik van meststoffen. Ook de enorme impact van predatie op eieren en kuikens van weidevogels, zoals in dit rapport van Sovon naar voren komt, wordt in het onderzoeksrapport gemist. 'Zijn medicijnresten in oppervlaktewater meegenomen als mogelijke oorzaak?', vraagt Haarman zich af.

Deltaplan biodiversiteitsherstel
De LTO-bestuurder Haarman ziet meer heil in een opbouwende aanpak. ‘Wij hebben onlangs het Deltaplan biodiversiteitsherstel gepresenteerd. Daarin staan ambities om de kwaliteit van de bodem en de biodiversiteit te verbeteren. Provinciaal en lokaal zijn er in Nederland vele mooie initiatieven waar boeren bijvoorbeeld kruidenrijke akkerranden of plas-dras gebieden aanleggen en waarmee we mooie resultaten behalen voor de weide- en akkervogels. Daar hebben weidevogels meer aan dan een gammel rapport.’
Vrijdag 12 april wordt het rapport gepresenteerd. Haarman: ‘Als er risico’s zijn voor bodem, bodemleven en weidevogels, dan staan wij als eerste open voor een gesprek of een echt onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Die aanleiding missen wij nu in Buijs zijn onderzoek. Het beleid voor gewasbescherming en de toelaatbaarheid van middelen is buitengewoon streng. Dit beleid is de afgelopen jaren verder aangescherpt. We hebben grote vorderingen gemaakt in het reduceren van deze middelen.’

Eerdere reacties
Stichting Agri Facts toetste eerder al het onderzoeksrapport en bracht haar reactie naar buiten onder de titel 'voer en mest barsten helemaal niet van bestrijdingsmiddelen'.
Haarman gaf in een eerdere reactie tegen Nieuwe Oogst al aan de wijze waarop Buijs zijn onderzoek naar buiten heeft gebracht 'onzuiver en slecht' te vinden.