akkerbouw

Machines tonen kwaliteit bij inwerken van lange groenbemester

Samen met LTO afdeling Zuid-Oost Veluwe organiseerde VKA op 29 maart een demonstratie inwerken van groenbemester bij maisteelt in Tonden.

Pieter Brouwer, bestuurder van afdeling LTO Zuid-Oost Veluwe, stimuleert ervaring met het onderwerken van groenbemester zonder glyfosaat. “We moeten af van die gele velden. In deze demonstratie tonen we alternatieven.” De presentaties werden verzorgd door Groeikracht. Er werden verschillende machines getoond voor het onderwerken, die te zien zijn in de video van de demonstratie.

Verschillende machines lieten tijdens de middag zien hoe zij het Italiaans raaigras van circa 30 cm onderwerken. Een aantal stroken waren begin maart al door dezelfde machines bewerkt als proefstroken. De resultaten daarvan konden al worden bekeken.

we moeten af van die gele velden. In deze demonstratie tonen we alternatieven

Pieter brouwer

Onderwerken van de groenbemester
Een hakfrees gaf een goede vernietiging en menging op een werkdiepte van minder dan 10 cm van het lange vanggewas. Een nadeel van deze hakfrees is de lage capaciteit. Daarnaast wordt de grond door de hakfrees zo fijn gemaakt dat er bij veel regen een modderlaag kan ontstaan. De schijveneg legde de grond in repen, die niet volledig gekeerd werden. De Lemken combimachine met speciaal gevormde ganzenvoeten, schijven en kooirol werkte zeer goed en snel bij het maken van proefstroken een maand geleden. In het lange vanggewas gaat deze machine stropen. De rotorkopeg heeft minder moeite met lange groenbemesters. Het gewas werd goed vernietigd en gemend. Bij deze groenbemester met deze lengte pakte de rotorkopeg daarom het beste uit.

De veel gebruikte vaste tand cultivator met rechte beitels liet bij een werkdiepte van 8 cm het gewas tussen de beitels ongemoeid. Op de stroken die eerder die maand bewerkt waren, was te zien dat hier verreweg de meeste hergroei optrad. Het alternatief voor de tand cultivator is dieper werken, maar dat is vanwege draagkracht en ploegwerk minder gewenst.

Onderzaai of nazaai?
Dit jaar maakt de melkveehouder de keuze voor onderzaai of nazaai. Gerard Abbink van Groeikracht verzorgde reflectie op het onderwerken van de groenbemester. Zijn advies: “Wen aan onderzaai zodat de groenbemester er toe doet en de mais voldoende groeidagen heeft”. Abbink liet een analyse zien waarin met loonwerkers de laatste vier jaar van 11000 hectare maisoogst gegevens van zijn bijgehouden. Daaruit blijkt dat bij meer groeidagen voor de mais de zetmeelopbrengst hoger is.

Daglengte bepalend
Door onderzaai krijgt de groenbemester meer groeidagen. Op het demoveld was ook te zien dat het onderzaai-gewas een voorsprong had op het nazaai-gewas. Abbink: “Je moet gewoon geduld hebben. We zijn nazaai gewend, we stoppen zaden in de grond en als we binnen drie weken geen plantje zien, dan worden we ongeduldig. Maar de daglengte bepaalt of een plant kan groeien of niet. De meeste planten hebben ongeveer tien uur daglicht nodig. Tussen november en februari zijn de dagen te kort. Hoe korter je zaaimoment voor november, hoe minder droge stof de groenbemester geproduceerd. En dus ook hoe minder stikstof de plant vastlegt.”

LTO Noord Fondsen heeft financieel bijgedragen aan het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek. Lees hier meer informatie.

Een indruk van de demonstratie kunt u zien in onderstaande video.

 

Bron: Nieuwe Oogst