Glastuinbouw

Bergerden lost energievraagstuk zelf op

Tuinders in glastuinbouwproject Bergerden in Bemmel nemen volgend jaar een biomassacentrale in gebruik. Samen met het vorig jaar aangelegde drijvende zonnepark, het grootste in Europa, moet dit de komende jaren een duurzame vorm van energieopwekking garanderen.

Tijdens een bijeenkomst, georganiseerd door Greenport Arnhem-Nijmegen, werden onlangs verleden, heden en toekomst van energie in Bergerden besproken. Het glastuinbouwgebied, ook wel bekend als NEXTgarden, ontstond twintig jaar geleden, toen tuinders uit het nabijgelegen Lent moesten verhuizen.

Al sinds de start ging Bergerden voor de hoogst mogelijke ambitie in energie, blikt Harrie Vreman terug. Hij is namens Projecten LTO Noord al sinds 1999 betrokken bij het project Bergerden. ‘We hadden een plan, gebaseerd op drie E’s: economisch, esthetisch en ecologisch, gedragen door ondernemers.’

Collectieve energie- en watervoorziening waren destijds al onder-deel van het plan. Alle veertien be-drijven op Bergerden doen mee en dragen ook een financieel risico. Een ruim 3 hectare grote en 17 meter diepe plas dient als gietwaterbassin. Regenwater komt via de daken van de bedrijven via een systeem van schone sloten in het bassin.

‘Op die manier hebben we het hele jaar voldoende gietwater en dus geen aanvullend water nodig’, zegt Vreman.

Berno Schouten, verantwoordelijk voor zowel het collectieve energie- als het gietwaterbedrijf: ‘Met het gietwaterbassin zijn we de droge zomers goed doorgekomen, al was de waterstand laag. Omdat we het water van 10 meter diepte halen, is de kwaliteit altijd goed.’

Vorig jaar kreeg het bassin een tweede functie. Toen werd het grootste drijvende zonnepark van Europa aangelegd, met ruim zesduizend panelen die 43 procent van het wateroppervlak bedekken.

Frans van Herwijnen van de Coöperatie Lingewaard Energie, verantwoordelijk voor dit project: ‘Een van de voordelen van zon op water is een hogere opbrengst door koeling, instraling en reflectie. Tot nu toe hebben we elke maand minstens evenveel opbrengst als de prognose.’

Met het oog op de toekomst wordt alweer nagedacht over vervolgstappen. Een optie is het plaatsen van kleine windmolens op een strook gras naast het water. Ook het draaibaar maken van de zonnepanelen zou kunnen zorgen voor een hogere opbrengst.

Volgend jaar verrijst op enkele honderden meters afstand een biomassacentrale. Ingegeven door het dichtdraaien van de gaskraan, legt Schouten uit. ‘Ons eigen gasontvangststation wordt in 2021 afgesloten, omdat we als collectief tot de vijftig grootste energieverbruikers van Nederland behoren. Als cluster worden we op die manier als het ware bestraft’, vindt hij. ‘We stoten als collectief 10 procent minder uit dan wanneer we het zouden opknippen.’Toch is ontclustering geen oplossing voor de tuinders in het gebied. ‘We kunnen en willen verder verduurzamen. Daar zijn we al sinds 2009 mee bezig en altijd naar op zoek’, zegt Schouten.

De biomassacentrale waar nu voor wordt gekozen, is voorlopig de oplossing. Eind volgend jaar moet deze operationeel zijn. De brandstof voor de biomassacentrale wordt snoeihout dat in een straal van 100 tot 150 kilometer rond Bemmel wordt verzameld.

Diverse aanwezigen bij de bijeenkomst spraken hun twijfel uit of er in de toekomst wel voldoende brandstof is, nu er meer biomassacentrales worden gebouwd.

Geen angst voor tekort
Wouter Kok van HoSt, dat biomassacentrales ontwerpt en bouwt, deelt die zorg niet. Het feit dat HoSt de centrale ook gaat exploiteren, onderschrijft dat volgens hem. ‘Wij committeren ons niet voor niets voor twaalf jaar aan dit project. Angst voor een tekort hebben we niet.’

Opvallend is dat Schouten de centrale als tussenoplossing ziet. ‘Het is een transitieperiode. Over tien jaar is er vast een duurzamer alternatief. De tijd zal uitwijzen wat dat is. Tegen die tijd maken we weer een keuze. Voor nu is het belangrijk dat de biomassacentrale voor duurzaamheid zorgt.’

Bron: Nieuwe Oogst