Landschap - Weg

CKO houdt vast aan het boerenperspectief

Het Coördinatiepunt Kavelruil Overijssel (CKO) bestaat dit jaar tien jaar. In dat tijdsbestek zijn bijna dertig ruilprojecten uitgevoerd of nog in uitvoering. In totaal was daar zo’n 45.000 hectare mee gemoeid.

De projectenkaart van CKO toont de provincie Overijssel als een bonte lappendeken. In veel gebieden is al een ruilproject uitgevoerd of wordt dat nog afgewikkeld. Ook staan diverse projecten nog te wachten op uitvoering.

‘Als er ergens vraag is naar een vrijwillige kavelruil, gaan wij aan de slag. We faciliteren en geven voorlichting, maar initiëren niet’, zegt onafhankelijk voorzitter Martin Verbeek van CKO. De reden voor die passieve houding: het moet vanuit de boeren zelf komen, daar moet de behoefte liggen om de huiskavels te vergroten.

Toch zag de voormalig wethouder van gemeente Hof van Twente in tien jaar de animo voor ruilprojecten toenemen. ‘We hebben in het begin een inhaalslag gemaakt, maar de behoefte aan kavelruil groeit nog steeds. Het gebeurt slechts af en toe dat een project in de aanloopfase toch nog strandt.’

Meestal komt dat doordat er onvoldoende vrije ruilgrond als smeerolie voorhanden is of doordat de grondposities van de boeren te veel vastliggen. ‘Je moet wel willen bewegen, als je wilt ruilen.’

Voordat CKO in 2008 begon als samenwerking tussen LTO Noord, Kadaster en DLG, was de vrijwillige kavelruil in Overijssel niet gestructureerd. ‘Het waren losse projecten. Dat maakte het voor de provincie als subsidieverlener lastig om te budgetteren of beleidsdoelen te behalen’, blikt Verbeek terug.

Meer samenhang

‘Omdat landbouw belangrijk is voor de provinciale politiek, kregen we de ruimte om er meer samenhang in te brengen. Via kavelruil verbeteren we immers de kwaliteit van het landelijk gebied.’

Alles overziend ziet Verbeek een tendens om naast landbouwstructuurverbetering via kavelruil maatschappelijke doelen te bereiken. ‘In het begin ging het alleen om de landbouwstructuur. Daar kwamen gaandeweg waterdoelstellingen, maar ook zaken als natuurbescherming en recreatie bij.’

De CKO-voorzitter wijst die verbreding in de vrijwillige kavelruil niet af, maar hecht er wel aan dat de landbouwdoelen voorop moeten blijven staan. ‘Als er geen structuurverbetering voor de boeren uit voortkomt, doen wij niet mee.’

Als voordeel van die vermaatschappelijking noemt Verbeek het bredere draagvlak. ‘Het maakt een project misschien complexer, waardoor het langer duurt, maar je krijgt er zo ook makkelijker beweging in. Als een gemeente ergens graag een fietspad wil, dan kan zij grond inbrengen. Je moet dan goed kijken of het te combineren valt.’

Voor voorzitter Herman Nieuwe Weme van de kavelruilcommissie Losser is het duidelijk: ‘De overheid zal altijd wat willen van boeren, of het nu een nieuwe weg is, een natuurgebied of een windmolenpark. Maar de landbouw blijft ook altijd wensen houden. Met slimme kavelruil kun je daar oplossingen voor zoeken.’

Kavelruil wordt zo voor meerdere partijen aantrekkelijk. De boeren die meedoen, gaan erop vooruit, maar ook de samenleving als geheel, stelt Verbeek vast. ‘Actuele vraagstukken als weidegang en kringlooplandbouw vergen dat de grond dichter bij het bedrijf ligt. Als je de ruimte hebt en de medewerking van de boer met zijn kennis van het gebied, dan is er een mooi plaatje van te maken.’

LTO-bestuurder Nicole Scholten Linde verwacht dat kavelruil zeker de komende tien jaar op de agenda blijft staan. ‘Het mooiste zou zijn als we op één plek zouden beginnen, zo de hele provincie door kunnen en daarna van voren af aan weer beginnen.’

Gedeputeerde Hester Maij is blij met de inzet van CKO. ‘Al die hectares die opnieuw zijn ingericht, zijn een mooi resultaat. Maar de tijd gaat door. Het is belangrijk dat CKO die handschoen oppakt.’

Verbeek vindt dat vrijwillige kavelruil uit kan als investering voor boer en overheid. ‘De vraag is of het ook de komende tijd politieke prioriteit houdt. Dat is aan de kiezer.’


Bron: Nieuwe Oogst