noten

Noten leveren geld op maar vragen geduld

Notenteelt wordt steeds vaker gezien als alternatief voor de huidige bedrijfsvoering van boeren. Toch is deze teelt geen abc’tje. Het is een kwestie van een lange adem, toewijding en verstandige keuzes maken.

ind oktober startte het project ‘Noten uit Overijssel’, een samenwerking tussen Projecten LTO Noord en innovatieorganisatie CropEye. Zij willen de notenteelt in Overijssel stimuleren en verzorgen daarom oriëntatiebijeenkomsten, masterclasses en excursies.

In Nederland worden er nog amper noten geteeld voor commerciële doeleinden. Het CBS meldt 70 hectare, de Nederlandse Notenvereniging houdt het op maximaal 300 hectare.

‘Maar dat aantal is groeiende’, zegt Ton Baltissen, voorzitter van de vereniging en ook verbonden aan CropEye. Zou Nederland ooit zelfvoorzienend willen worden om aan de aanbevolen hoeveelheid van 15 gram noten per persoon per dag te komen, dan is er 70.000 hectare nodig. Dat biedt perspectief.

Toch is notenteelt niet iets waar je zomaar aan begint als boer. ‘Denk niet meteen aan Albert Heijn als afnemer’, zegt Baltissen. ‘In eerste instantie zit de markt dichtbij. Focus op de korte keten.’

Daar komt bij dat de notenbomen de eerste jaren geen enkele opbrengst hebben. ‘De productie komt pas op gang vanaf het zesde jaar na het planten van de boom, terwijl de boom pas vanaf het dertiende jaar de volledige productie levert’, legt Baltissen uit.

Bufferstrook of plantbed
Dat brengt overigens ook voordelen met zich mee. Een boer hoeft namelijk niet meteen een heel perceel vrij te maken voor de notenbomen. Niet alleen kunnen notenbomen dienen als bufferstrook die uitspoeling voorkomt, ook kan worden gekozen om de notenbomen in een plantbed te plaatsen.

‘Daar kunnen ze wel drie jaar staan’, zegt Harm Tuenter. Hij is al dertig jaar hazelnotenteler in de Achterhoek. ‘Scherm de jonge bomen wel af tegen wild’, waarschuwt hij.

Tuenter pakte het serieus aan toen zijn vrouw en hij begonnen met notenteelt. Voordat ze bomen planten, studeerden ze twee jaar. Bijvoorbeeld om tot de beste keuzes te komen qua ras. ‘Twee jaar lang hebben we elke maand met een studieclub alle aspecten van de notenteelt besproken’, vertelt de ondernemer.

Ook Baltissen adviseert boeren die met noten willen beginnen, goed na te denken alvorens te kiezen voor een bepaald ras. ‘Je kunt maar één keer kiezen. Kijk naar wat je wil doen met de noten en welke eigenschappen daarvoor van belang zijn. Hoe makkelijk zijn de noten te kraken, hoe is de smaak, wat is de hoeveelheid, hoe valt die uit de boom?’

Belangrijk is ook om rekening te houden met de grondsoort. Volgens de voorzitter van de notenvereniging is de Overijsselse zandgrond best geschikt voor noten. ‘Kleigrond is makkelijker. Maar ook op zand kun je noten telen.’

Een hectare walnotenbomen of hazelaars levert zo’n 2.500 kilo noten per jaar op. De opbrengst die daarbij hoort, is ruim 9.000 euro, oftewel bijna 4 euro per kilo. ‘Maar de investering is daarbij niet meegerekend’, zegt Baltissen. Het is een aardige opbrengst, maar hij waarschuwt dat er heel wat toewijding komt kijken bij notenteelt.

‘Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Er zijn ziektes. Je krijgt te kampen met nachtvorst. Je moet met investeren rekening houden met oogstverlies.’

De noten kunnen op verschillende manieren worden afgezet. De oogst kan worden verwerkt tot pasta of olie. Huisverkoop is een optie, lokale supermarkten kunnen de noten verkopen. Ook laten telers de noten zelf rapen. Vooral onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn de noten populair. Baltissen: ‘Dan stuur je wat berichtjes en een paar uur later is er een paar duizend kilo noten geraapt.’

Masterclasses en excursie naar bedrijf in Zoelen

Het project ‘Noten uit Overijssel’ is onlangs gestart met drie oriënterende bijeenkomsten in drie regio’s. Op zaterdag 23 november volgt een excursie naar het fruit- en notenbedrijf Mobipers in Zoelen, waar noten worden geteeld, gepeld, gedroogd en verwerkt.

In 2020 volgen er verspreid over het jaar een aantal masterclasses. Daarin wordt dieper ingegaan op de materie achter notenteelt. Onderwerpen die worden behandeld, zijn bijvoorbeeld ziekten, bemesting, rassenkeuze, verdienmodellen en plantplannen.

Eind volgend jaar wordt het project afgerond en kunnen deelnemers op hun eigen bedrijf zelf beginnen aan de teelt van noten.

Bron: Nieuwe Oogst