Steven Warmelink uit Lemele

Boeren zorgen voor schoon drinkwater

Ruim honderd Overijsselse boeren in zeven grondwaterbeschermingsgebieden zetten zich via het project ‘Boeren voor Drinkwater’ in voor het verminderen van de uitspoeling naar de bodem. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: een schonere grondstof voor de drinkwaterwinning, maar zeker ook efficiënter boeren.

Het project ‘Boeren voor Drink-water’ is succesvol, stellen provincie Overijssel, waterbedrijf Vitens en LTO Noord. Sinds de start van het project in 2011 daalt de nitraatuitspoeling. Dat is gunstig voor het milieu en Vitens dat het grondwater benut als bron voor drinkwater.

Ook de deelnemers profiteren: door efficiënter bemesten en zuinig omgaan met gewasbeschermingsmiddelen besparen ze op kosten en weten ze de gewasopbrengsten vaak te verbeteren. Ze zien hun extra inspanningen daarbij ook als positieve bijdrage aan de gemeenschap.

‘Schoon drinkwater is van belang voor ons allemaal’, beaamt melkveehouder Harold Dubbink uit Lemele. Sinds zijn deelname gebruikt aan het project gebruikt hij minder gewasbeschermingsmiddelen en zet hij die gerichter in.

Ook zaait de veehouder een goede groenbemester om uitspoeling te voorkomen en bemest hij efficiënter. ‘Goed boeren betekent schoner grondwater, een vitalere bodem in droge en natte periodes en een hogere opbrengst’, stelt hij vast.

Het project ‘Boeren voor Drinkwater’ richt zich op het verminderen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het grondwater tot de norm én een verbeterd economisch bedrijfsresultaat voor de boer, zegt projectbegeleider Hendry van Ittersum van Stimuland.

‘Deelname is vrijwillig en kosteloos. Deelnemers ontvangen bedrijfsgericht advies en kunnen meedraaien in studiegroepen. Zo prikkel je elkaar om de bedrijfsvoering verder te optimaliseren.’

Waardevolle kennis
Melkveehouder Steven Warmelink boert even verderop bij Dubbink in Damsholte in het stroomdal naast de Lemelerberg. Hij vindt de extra kennis die hij opdoet via het project zeker waardevol.

‘Wij draaien als bedrijf al zeker vijftien jaar mee in een meetnet van RIVM dat uitspoeling monitort. Die uitspoeling varieert van perceel tot perceel. Maar onze ervaring is dat waar een goed groeiend gewas staat, die norm goed haalbaar is. Het gewas geeft zo terug wat je eerder hebt toegediend, zodat verliezen verminderen.’

Vanuit het project worden regelmatig de nitraatgehaltes in het bovenste grondwater gemeten. Daaruit blijkt dat de nitraatuitspoeling daalt. Ook wordt er minder bemest, waardoor het stikstofbodemoverschot daalt.

Warmelink noemt als aandachtspunten een nauwkeurig rantsoen voor de koe, in de stal stro gebruiken als stikstofbinder en als compost voor op het land, kritisch zijn op bodembegaanbaarheid en dus goed zorgen voor de bodem. ‘Het klinkt allemaal logisch, maar ik hanteer ze wel bij het zoeken naar ruimte voor verbetering.’

Wat vindt Warmelink aantrekkelijk aan het project? ‘Iedereen heeft uitdagingen nodig. Als je dan aan de hand van de cijfers merkt dat wat je doet iets goeds is, dan is dat heel stimulerend’, vindt hij.

‘Het moet anderen wel passen. Het bemestingsplan dat je samen met een adviseur opstelt, drukt je met de neus op de feiten. Zo maken we geen najaarskuil meer, maar voeren dan vers gras. Als je de koeien dan ziet kijken als je er =aan komt met een lading, dan geeft mij dat een kick.’

Ook voor deelnemer Arjan Waalderink, die aan de rand van Wierden 110 koeien houdt op 40 hectare, staat opbrengstverhoging in het project voorop. De uitspoeling van nitraat verminderen is daar volgend op, stelt hij. Net als Warmelink ziet hij goed voeren als de basis.

‘Ik ga voor mijn eigen bedrijf. Zoveel mogelijk gras en mais eraf halen betekent zo ook minder uitspoelen. Al met al is dat wel een uitdaging. Dat moet ook wel, anders raak je maar gefrustreerd.’

Waalderink en Warmelink verdunnen allebei de drijfmest met water, voordat ze die uitrijden. Dat verbetert de opname van de mineralen door het gewas. ‘Je kunt het effect zo zien. Het wordt niet alleen sneller opgenomen, het gras wordt gewoon groener’, zegt Waalderink.

Droogte
De melkveehouder vindt vooral de toenemende droogte een uitdaging. Hij is daarom blij dat er in het project samenwerking is met leidingwaterbedrijf Vitens. ‘We hebben het hier nooit nat, zeker sinds Vitens begon met water oppompen hier in Rectum-Ypelo. Via de Kringloopwijzer zie ik dat effect direct terug in de voederwinning’, zegt hij.

‘Met die droge periodes hebben we een gezamenlijk probleem: als boer én als drinkwaterproducent. Mineralenverlies naar het grondwater willen we allebei niet, dan moet je dat ook samen oplossen.’

Nitraatuitspoeling verminderen zodanig dat je onder de norm blijft, is boeren op het scherpst van de snede, stellen de deelnemende boeren vast.

Waalderink: ‘2018 was wat dat betreft voor ons echt een sleuteljaar. Toen bleek dat het in zo’n extreem droog jaar ook hier op het zand toch mogelijk is om de norm te halen door de gewasgroei erin te houden, maar dat je dan toch echt beregening nodig hebt. Dan is het mooi als Vitens ons hierin steunt.’

Lees ook: ‘Hiermee voorkomen we strengere wet- en regelgeving’

Bron: Nieuwe Oogst