Vernieuwing onderwijsprogramma Zone.college gericht op communicatieve vaardigheden

Het onderwijsprogramma van het Zone.college is vernieuwd.

In de lessen is aandacht voor vaardigheden op het gebied van houding en communicatie. Ook wordt praktijkrijk leren ingevoerd: lessen op locatie met inbreng van gastdocenten. Doel van deze onderwijsvernieuwing is dat afgestudeerde studenten beter aansluiting vinden op wat het bedrijfsleven van hen vraagt.

‘Studenten die oog en oor hebben voor de samenleving. Die midden in de maatschappij staan en nieuwsgierig zijn, vragen stellen.’ Melkveehouder Nicole Scholten Linde uit het Twentse Hezingen heeft een duidelijk beeld bij wat een agrarische mbo-student in huis moet hebben.
Als stagebedrijf begeleidt Scholten Linde stagiairs van het Zone.college. Net als Els Bruns, varkenshouder in Saasveld. Aanvullend op Scholten Linde zegt zij: ‘Het is belangrijk dat studenten zich verdiepen in de keten, denken vanuit de keten. Nadenken over: wat wil de consument? Wat zijn de wensen van de consument? Dat die mindset er komt, die blik naar buiten, is van groot belang voor de toekomst van agrarische mbo-studenten.’

Slag te maken
Saskia Wolbers, docent Veehouderij en kartrekker voor het onderdeel ‘communicatieve vaardigheden en houding’ op het Zone.college, luistert aandachtig naar beide ondernemers. ‘Agrarische ondernemers zoals Els en Nicole geven bij ons aan dat het met het kennisniveau van onze studenten wel goed zit, maar dat op het gebied van houding en communicatieve vaardigheden nog wel een slag te maken is’, zegt ze.
‘Wat vraagt een werkgever van jou, als je straks klaar bent met je opleiding? Wat heb jij nodig als mogelijk toekomstig bedrijfsopvolger? Dat zijn bijvoorbeeld kritisch denken, ondernemendheid, samenwerken, creativiteit en mediawijsheid. Als Zone.college hebben we dit opgepakt met een project dat past bij ons onderwijsprogramma waarin we studenten zo breed mogelijk willen opleiden. Vanaf het nieuwe schooljaar is er volop aandacht voor communicatieve vaardigheden en houdingsaspecten.’

Coaching
Een voorbeeld van de onderwijsvernieuwing is het coachen van eerstejaars mbo-studenten van niveau 4. Zowel in de lessen als in individuele gesprekken is er aandacht voor vaardigheden zoals communiceren, samenwerken en initiatief nemen. Wolbers: ‘We begeleiden de leerlingen zo goed mogelijk door het eerste jaar heen. In de eerste lessen gaat het over ‘wie ben jij, wie ben ik en met wat voor doel doe je deze opleiding?’ We stimuleren een proactieve houding en leren studenten zelf verantwoordelijkheid te nemen.’
Een ander onderdeel van de onderwijsvernieuwing is het praktijkrijk leren voor alle studenten van niveau 3 en 4. Dit houdt in dat van de vakgerelateerde vakken 40 procent vanuit de praktijk wordt gegeven. Met de docent als kennismakelaar en een praktijkbegeleider die vanuit de praktijk dingen laat zien of erover vertelt. Bij melkwinning kan dat een bezoek zijn aan een melkrobotfabrikant en bij bodemkunde gaat de klas een profielkuil graven.

Praktijk
‘Veel studenten vinden de praktijk interessant. Wat ze daaruit leren, wordt goed opgenomen’, merkt Wolbers. ‘We werken nauw samen met partners uit het agrarisch bedrijfsleven. Van ForFarmers en LTO Noord tot ondernemers zoals Nicole en Els en van Abeos tot erfcoaches. Stel dat je in de toekomst gaat werken als bedrijfsverzorger bij Abeos en je komt op een bedrijf waar iemand ziek is of overleden. Dan vraagt dat iets van je, van je houding en je sociale vaardigheden. Dat te horen van iemand van Abeos, heeft effect.’

Open houding
Als partners in de onderwijsvernieuwing van het Zone.college gaan Bruns en Scholten Linde aan de slag als praktijkbegeleider op hun eigen bedrijf. ‘Ik geef leerlingen mee dat je als boer altijd met je omgeving te maken hebt’, zegt Bruns. ‘Sta met een open houding naar de maatschappij. Je kunt niet meer alleen op je eigen bedrijf je eigen ding doen. Ga je verbouwen of uitbreiden, betrek dan je buren daarbij en leg uit waarom je dit wilt doen.’
Scholten Linde voegt daaraan toe: ‘Wij betrekken stagiairs altijd bij gesprekken met de voerleverancier. Als je wat wilt leren, stel dan vragen in zo’n gesprek. Daar krijg je de ruimte voor. Wees nieuwsgierig. Dat geldt ook voor studenten die vanaf het nieuwe schooljaar met hun klas ons bedrijf bezoeken.’
Gerben Kleine Haar, projectleider onderwijsvernieuwing op het Zone.college, haakt daarop in. ‘Wij vragen studenten wat de vragen zijn die zij hebben gesteld op hun stagebedrijf. Als dit regelmatig voorbijkomt in de gesprekken op school, dan leren studenten zich voor te bereiden.’

Luisteren

Een ander voorbeeld dat Kleine Haar noemt, is het leren luisteren. ‘Boeren hebben veel met kritische beoordelaars te maken. De neiging is daartegenin te gaan. Door in een debat in de huid te kruipen van degene waar je tegen bent, helpt je oog te hebben voor de standpunten van de ander. Je moet luisteren om met goede tegenargumenten te kunnen komen.’
Toekomstbestendig onderwijs geven, dat aanhaakt op wat het bedrijfsleven vraagt, daar is de onderwijsvernieuwing van het Zone.college op gericht. Wolbers: ‘We staan nog aan het begin, maar we willen het praktijkrijk leren en het coachen in het hele onderwijsprogramma implementeren, dat er oog voor is in de hele opleiding.’

Maatschappij
Liesbeth van der Vegt, projectleider Onderwijs bij LTO Noord, is namens LTO Noord lid van de stuurgroep onderwijsvernieuwing van het Zone.college, de agrarische opleiding voor vmbo en mbo in Overijssel en Gelderland. Over het opnemen van sociale vaardigheden en houdingsaspecten in het onderwijs op het Zone.college zegt Van der Vegt: ‘Als je de agrarische werknemers en ondernemers van de toekomst wilt opleiden, dan moet je je niet beperken tot vaktechnische aspecten. Er is steeds meer druk vanuit de maatschappij op boeren en tuinders. Het is belangrijk dat in de opleiding aandacht is voor ‘hoe acteer jij in de maatschappij?’ Onderwijs en agrarisch bedrijfsleven kunnen samen de rugzak van de student vullen voor wat hij of zij nodig heeft. Vanuit een gemeenschappelijk doel: leerlingen goed opleiden, zodat goed opgeleide mensen kunnen instromen op de bedrijven.’

 


Bron: Nieuwe Oogst