kalfjes

Brede rol educatieboer: ‘voedsel verbindt’

Met inmiddels honderd gecertificeerde educatieboeren staat Boerderijeducatie Oost-Nederland nu stevig. Door corona ging het ontvangen van schoolklassen op de boerderij dit voorjaar niet door. Het verder professionaliseren en het zoeken naar financiering voor boerderijeducatie in Overijssel en Gelderland wel. Zodat de educatieboeren dit najaar goed uit de startblokken kunnen.

‘Ik weet als juf hoe belangrijk het is dat praktische zaken zoals vervoer en begeleiding goed geregeld zijn’, vertelt Willeke Coster-Aaltink, zelf betrokken bij Kiekeboer’n Twente. Waarmee ze aangeeft dat er tussen de uitnodiging aan de school en het daadwerkelijke bezoek nog wel wat stappen zitten.

‘Ook een veiligheidsprotocol is voor scholen heel belangrijk. Je moet als educatieboer verplicht een risico-inventarisatie doen. Dat geeft scholen een gedegen gevoel. Ook krijgen educatieboeren training in het omgaan met kinderen. Bijvoorbeeld hoe je rustige kinderen bij de les betrekt en bij drukke kinderen de aandacht vasthoudt.’ Coster was direct enthousiast toen ze via haar vader hoorde dat Kiekeboer’n Twente boerderijeducatie op wil pakken. ‘Ik ben boerendochter, sta voor de klas en ben tekstschrijver. Ik vind boerderijeducatie heel belangrijk en neem af en toe mijn eigen klassen mee naar het bedrijf van mijn vader.’

Jaar voorbereiding
Coster ondersteunt Kiekeboer’n bij de promotie, zoals via de eigen website. Er ging een klein jaar aan voorbereiding vooraf, voordat ze ‘de boer op konden’, vertelt Alina Udink, melkveehouder en al langer betrokken bij Kiekeboer’n Twente. ‘Kiekeboer’n is oorspronkelijk opgezet als fiets- en wandelroute langs zo’n tien boerderijen. Ook hielden we open dagen. Dat was vanuit Leadergeld via Hof van Twente geregeld. Na het eerste enthousiasme, zakte het wat in met energie in de werkgroep. Toen kwam LTO Noord voorbij met plan voor het opleiden van educatieboeren in Oost-Nederland.’ 

‘Kom maar gewoon even kijken’
Voor Udink staat het belang van boerderijeducatie buiten kijf. ‘Veel mensen hebben geen idee wat er moet gebeuren voordat melk of vla in de winkel ligt. Tegelijkertijd vormen mensen makkelijk hun mening. Dan denk ik ‘kom maar gewoon even kijken’. Het gaat er voor mij echt om het besef ‘waar komt mijn eten vandaan’ te vergroten. Het lijkt allemaal zo vanzelf te gaan. Als je beseft hoeveel werk het kost voordat het op jouw bord ligt, dan waardeer je het product meer.’

‘Het is herhalen, herhalen, herhalen. Boerderijeducatie is ontdekken, beleven, leren, voelen en ruiken. Hoe warm de melk uit de koe komt. Aan het begin zegt een kind ‘ik ga echt niet aan het voer voelen’ en aan einde willen ze niet meer weg. Kinderen zijn de basis, maar vaak steken ouders en leerkrachten net zoveel op’, weet Udink.

In vergelijking met de rest van Nederland waren Overijssel en Gelderland relatief witte vlekken op de kaart van Boerderijeducatie Nederland. Vanuit het bestuur van LTO Noord regio Oost is daarom gekozen om hier op in te zetten, gezien de meerwaarde en het belang van boerderijeducatie. ‘Ons eerste doel was het opleiden van honderd educatieboeren’, vertelt Karolien Hupkes, regiobestuurder LTO Noord regio Oost, verantwoordelijk voor het thema Markt en Maatschappij. ‘Dan ben je er niet. Vanaf het begin bouwen we aan zelfstandig draaiende samenwerkingsverbanden met een groot bereik onder scholen, een stevig netwerk en langlopende financiering.’

‘Dat betekent voor mij dat ik bij de provincies Gelderland en Overijssel boerderijeducatie op de kaart zet. Met onze partners, zoals Jong Leren Eten, laten we zien dat educatieboeren belangrijk zijn om mee te praten in de discussie rond voedsel, gezondheid, circulaire economie enzovoort. Als educatieboer kun je veel meer meegeven dan alleen wat er op de boerderij gebeurt. Voedsel verbindt mensen.’ 

Investeren in voedseleducatie
Provinciale Staten in Overijssel hebben via een motie gevraagd om te investeren in voedseleducatie, om zo de verbinding tussen jongeren en agrariërs die voedsel produceren te versterken. Dit als onderdeel van een investering in een provinciaal programma rond de agro- en foodsector. In samenwerking met Jong Leren Eten wordt dit verder uitgewerkt.
‘Dit helpt de educatieboeren op weg naar een bereik waarbij alle leerlingen in Overijssel in hun schoolcarrière minimaal één keer een belevingsles volgen op een boerderij’, zegt Hupkes.

Naast financiering steunt LTO Noord de samenwerkingsverbanden bijvoorbeeld met een gezamenlijk reserveringssysteem en het delen van kennis en ervaring. Hupkes: ‘We onderzoeken of we een blijvend servicepunt voor educatieboeren kunnen inrichten, waarmee we bij praktische zaken kunnen ondersteunen.’

Opbouw achter de schermen
Inmiddels zijn er samenwerkingsverbanden van educatieboeren in Salland, IJsseldelta, Gelderse Vallei (Leren bij de Boer), Veluwe (BoerenWijs), Rivierenland en dus Twente. Hanneke Stegeman, afdelingsbestuurder Zuid-Oost Veluwe, heeft in opdracht van LTO Noord regio Oost, gewerkt aan de opbouw achter de schermen van deze samenwerkingsverbanden.

‘Hoe maak je boerderijeducatie bekend bij de scholen in jouw regio? Wie doet de administratie, stelt de vergoedingen op, is aanspreekpunt voor scholen? Je moet een soort werkorganisatie oprichten, zodat de educatieboer kan focussen op de ontvangst van schoolklassen en zich niet bezig hoeft te houden met randzaken’, zegt Stegeman. Zij is dit voorjaar opgevolgd door Michelle Poort, die als coördinator Boerderij in de Kijker in Utrecht, de nodige ervaring met zich meeneemt naar Boerderijeducatie Oost-Nederland.

‘Mensen missen een stuur’, vat Udink van Kiekeboer’n Twente het belang van het samenwerkingsverband samen. ‘We zitten nu met 30 educatieboeren in Twente. De werkgroep Kiekeboer’n bestaat nu uit een elftal, opgesplitst in kleinere comités met een stuurgroep die snel en kordaat besluiten kan nemen. Comités zoeken bijvoorbeeld sponsoren of leggen contact met scholen.’ Coster vult aan: ‘Scholen maken bijvoorbeeld twee keer per jaar een planning. Daar moet je bij zijn als educatieboeren. Dat soort zaken is handig om te weten en samen op te pakken.’

‘Met twee tassen vol enthousiasme en ideeën naar huis’
Boeren en tuinders die educatieboer willen worden, kunnen zich bij een samenwerkingsverband in hun regio aanmelden. Om gekwalificeerd educatieboer te worden, zijn er vanuit het platform Boerderijeducatie Nederland – dat wordt ondersteund door LTO Nederland – richtlijnen opgesteld. Denk aan zaken als veiligheid, hygiëne en educatieve vaardigheden.

‘Je volgt onder andere de cursus Belevend Leren’, vertelt Alina Udink van Kiekeboer’n. ‘Je ontmoet dan allerlei collega-boeren en gaat met twee tassen vol enthousiasme en ideeën naar huis. Onderdeel van de cursus is dat collega’s met jou meekijken hoe je een les geeft op jouw boerderij en hoe je je les voorbereidt. Want je neemt echt de les over van de leerkracht. Dan sta je voor een klas van 25 tot 30 kinderen.’Het Platform Boerderijeducatie Nederland bestaat uit een samenwerking van dertien regionale initiatieven op het gebied van boerderijeducatie.

 


Bron: Nieuwe Oogst